Organiseren voor menselijk geluk

The Optimist 10 jul 2020 Samenleving

Wat kunnen we leren van mieren, vroeg Evert Jan van Hasselt zich af. Het resulteerde in een nieuwe manier van organiseren, waar mensen uiteindelijk gelukkiger van worden. Hij deelt met ons zijn kijk op een route die ons sterker uit de crisis kan leiden.

DOOR: EVERT JAN VAN HASSELT

We worden als samenleving in deze coronatijd geconfronteerd met een crisis die z’n weerga niet kent. Niet voor niets wordt geregeld de vergelijking getrokken met oorlogstijd. Vrijwel alles wat we de afgelopen decennia als vanzelfsprekend beschouwden, blijkt nu ineens onzeker te zijn geworden. De grote vraag die mij daarbij bezighoudt is: zijn we door de manier waarop we onze samenleving hebben ingericht, wel in staat om op een effectieve manier op een crisis als deze te reageren? Om een antwoord op die vraag te vinden ben ik in de natuur gaan kijken, meer in het bijzonder bij mieren.

Mieren in crisistijd

Op een doorsnee dag in een mierenkolonie verloopt alles heel ordelijk. Iedere mier heeft een bepaalde rol (voedsel zoeken, voedsel ophalen, etc.) en voert die rol braaf uit. De mieren zijn optimaal op elkaar ingespeeld en weten met een zeer effectieve samenwerking hun belangrijkste doelstelling te bereiken: vrijwel iedere mier heeft te eten en kan een optimale bijdrage leveren om dat zo te houden.

Zodra een mierenkolonie met een crisis wordt geconfronteerd (er valt bijvoorbeeld een boom op de mierenhoop, of er treedt een overstroming op), hergroeperen de mieren zich direct. Iedere mier laat direct zijn vaste rol vallen en gaat doen wat nodig is: bijdragen om zo snel mogelijk weer een nieuw normaal te creëren. Een normaal waarin iedere mier weer een vaste rol heeft (wat dat ook mag zijn) en bijdraagt aan instandhouding van dat nieuwe normaal. Een heel interessant gegeven is dat in een gemiddelde mierenkolonie normaal ongeveer de helft van de mieren helemaal niets doet. Dit is overcapaciteit, die in actie kan komen in tijden van crisis.

Mensen in crisistijd

Op een doorsnee dag in onze samenleving verloopt alles heel ordelijk. Iedereen heeft een bepaalde rol (een baan, gaat naar school, etc.) en voert die rol braaf uit. We zijn optimaal op elkaar ingespeeld en weten met een zeer effectieve samenwerking onze belangrijkste doelstelling te bereiken: vrijwel iedereen heeft te eten en kan een optimale bijdrage leveren om dat zo te houden.

Zodra onze samenleving met een crisis wordt geconfronteerd, loopt de boel vast. In eerste instantie ontstaat er iets moois: een fiks toegenomen saamhorigheid waarin we elkaar helpen om door de eerste fase van de crisis te komen. Mensen helpen elkaar op allerlei manieren, waar de één een probleem heeft, springt de ander bij. Hartverwarmend!

Maar daarnaast gebeurt er iets heel anders. We blijven hardnekkig vasthouden aan onze oorspronkelijke rol en kijken hoe we die rol in de crisisperiode nog zoveel mogelijk kunnen blijven voortzetten. En bovenal verwachten we dat we die rol na de crisis weer ongewijzigd te kunnen uitoefenen. Sommigen praten nu wel over een nieuw normaal, maar vrijwel iedereen rekent er op om straks – ook in dat nieuwe normaal – hoe dan ook weer in hun oude rol terug te kunnen keren.

We hebben die rollen verankerd in arbeidscontracten, functieomschrijvingen en organisatiestructuren. Via wetten, cao’s, etc. hebben we vastgelegd dat iedereen daar min of meer aan vast kan blijven houden. Met dat alles hebben we onszelf dichtgereguleerd. In tijden van crisis slaat dat ons lam en we hebben moeite met de overgang naar een nieuw normaal (iedereen meent zich immers te kunnen vasthouden aan het bestaande, daar hebben ze recht op). Daarnaast hebben we iedere vorm van overcapaciteit uit onze samenleving weg geoptimaliseerd. Met de capaciteitsissues in de zorg als slechts een pijnlijk voorbeeld.

Wake-upcall?

Steeds vaker hoor je mensen zeggen dat deze crisis een wake-upcall is. De huidige situatie maakt pijnlijk duidelijk dat de manier waarop we onze samenleving hebben ingericht, niet goed functioneert. Persoonlijk heb ik dat beeld al veel langer. Al decennia lang laat onderzoek na onderzoek zien dat de meerderheid van ons niet in de juiste rol zit, haar talenten niet optimaal kan inzetten, haar passie niet kan volgen. De Amerikaanse antropoloog David Graeber beschrijft zelfs een nieuw fenomeen: de bullshitbaan. Banen die op geen enkele manier bijdragen aan het hogere doel van een organisatie, laat staan van onze samenleving als geheel. Maar we hebben er recht op, het is immers vastgelegd in arbeidscontracten, functieomschrijvingen en organisatiestructuren.

Al jaren voel ik de noodzaak voor een fundamentele verandering van hoe we onze samenleving met elkaar inrichten. Voor mij vormt menselijk geluk daarbij het uitgangspunt. Diverse onderzoeken laten zien dat er in de basis twee randvoorwaarden zijn voor menselijk geluk: bestaanszekerheid en de mogelijkheid om bij te dragen. Het moet toch mogelijk zijn om dat op een andere manier te regelen, dan via de starre structuren die we nu hebben?

Van oud-Harvard professor Shoshana Zuboff heb ik geleerd dat je voor een dergelijke transitie zogenaamde ‘mavericks’ nodig hebt. Mensen die onafhankelijk denken en actie ondernemen. Ik heb die handschoen opgepakt, zonder overigens het gevoel te hebben dat ik alle antwoorden heb. Op mijn eigen manier ben ik gaan bouwen aan een nieuwe organisatievorm en hoop daarmee een steentje bij te dragen aan de transitie naar een effectievere inrichting van onze samenleving. Met een aantal gelijkgestemden heb ik nu een aantal bedrijven op die nieuwe manier vorm gegeven en die beginnen nu te laten zien dat het werkt.

Werken in zwermen

Deze bedrijven ondersteunen mensen om los-vast met elkaar samen te werken. Mensen zijn er niet in dienst en zijn dus vrij om te gaan en staan waar ze willen. In deze bedrijven vinden zij omstandigheden waarmee ze hun passie kunnen volgen, met elkaar werkzaamheden kunnen uitvoeren en daarmee een inkomen kunnen verwerven. Deze bedrijven bieden een platform voor mensen om in zwermverband met elkaar waarde te realiseren.

Om die reden noem ik het platformorganisaties. Echter niet te verwarren met de bekende ‘platformorganisaties’ als Uber en Deliveroo, dat is wat mij betreft oude wijn in nieuwe zakken. Die hebben winstmaximalisatie als primaire doel en zien mensen die actief zijn op hun platform als ‘resources’, hulpmiddelen om hun doel te bereiken. De platformorganisaties die wij hebben opgezet, hebben maar één doel: rondom een specifiek thema optimale omstandigheden creëren voor mensen om samen waarde te realiseren. Dat specifieke thema is nodig voor de herkenbaarheid. Daarmee weten de deelnemers wat ze globaal kunnen verwachten en waar ze aan/in kunnen meewerken. Dat thema is het kompas voor ieder specifiek platform.

Mijn droom is om een heel stelsel van dit soort platformorganisaties op te zetten, ieder met een eigen thema. De mensen die meedoen worden wel geïnspireerd door dat thema, maar hebben als het goed is zelf een heel ander kompas: hun eigen passie. Dat dient voor hen leidend te zijn. En omdat ze niet gebonden zijn aan een specifiek platform, kunnen ze van platform naar platform ‘hoppen’. En zo steeds vanuit hun passie bijdragen aan uiteenlopende zwermen.

Durfkapitaal voor de gewone man

Met deze platformorganisaties creëren we omgevingen waar mensen kunnen bijdragen. Voor die andere voorwaarde voor menselijk geluk – bestaanszekerheid – heb ik nu nog geen antwoord. Mensen kunnen bijdragen op onze platformen en als er geld te verdelen valt, delen ze daar naar rato van hun bijdrage in mee. Maar als er even geen (betaald) werk is, dan hebben ze geen inkomen. Er is geen arbeidsovereenkomst. Op dit moment staan de platformen daarom alleen open voor zzp’ers of mensen die ergens anders een arbeidsovereenkomst hebben en daar de ruimte krijgen om mee te doen op het platform.

Naarmate onze platformorganisaties meer body krijgen, wil ik gaan experimenteren met mogelijkheden om ook die bestaanszekerheid te regelen. Idealiter staat dit los van de afzonderlijke platformen, omdat er anders weer een – potentieel belemmerende – afhankelijkheidsrelatie gaat ontstaan. In feite zoek ik naar een manier om voor een deel vorm en inhoud te geven aan de overcapaciteit die je in mierenkolonies ziet. Ik denk dan aan een broodfonds-achtige constructie, maar heb eerlijk gezegd nog geen flauw idee hoe dat er precies uit moet gaan zien.

Mooier zou zijn als we die bestaanszekerheid op samenlevingsniveau kunnen organiseren. Het basisinkomen zou daar een prima oplossing voor zijn. Niet voor niets noemt Rutger Bregman – die dit thema in ons land op de agenda zette – dit het durfkapitaal voor de gewone man. Een onvoorwaardelijk, gegarandeerd inkomen maakt mensen onafhankelijk en geeft hen ruimte om hun passie te volgen. Naarmate er meer platformorganisaties beschikbaar komen, met ieder hun eigen thema, is er straks voor iedereen een verzameling zwermen waar hij of zij optimaal kan bijdragen. Met hun eigen passie als kompas.

Platformorganisaties in coronatijd

Deze crisisperiode is een prachtige toets voor ons nieuwe organisatiemodel. En tot nu toe doorstaan onze platforms die toets glansrijk. De platformorganisaties zelf hebben een lage kostenstructuur en blijven financieel probleemloos draaien. De mensen die actief zijn in de zwermen, hebben wel financiële uitdagingen. Een deel van hen maakt gebruik van de overheidssteun voor zzp’ers. Maar de wendbaarheid van de zwermen blijkt heel waardevol. Er ontstaan nieuwe proposities, mensen pakken – met hun passie als kompas – probleemloos nieuwe rollen op. Na een kort dipje draaien die zwermen dadelijk in de 1,5 meter samenleving weer mee alsof er niets is gebeurd. Net als de mieren in hun kolonie.

Evert Jan van Hasselt schreef samen met Pauline Romanesco het boek ‘Van CEO naar tuinman – de rol van leiderschap in het nieuwe organiseren’ (Business Contact, 2014), waarin zij onderzoeken wat we kunnen leren van hoe mieren samenwerken.

The Optimist

The Optimist

The Optimist is een onafhankelijk opinietijdschrift over mensen en ideeën die de wereld veranderen.

Meer over The Optimist >

Reacties

Eén reactie op “Organiseren voor menselijk geluk”

  1. Gelukkig zijn we geen mieren alhoewel sommigen ook verdelgd worden ??????

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met