Opinie – Hoezo, klimaatcrisis?

The Optimist 12 feb 2021 Economie

Er passeren veel verschillende meningen over crisisaanpak de revue, vooral in verkiezingstijd. Marco Kuijten, docent Commerciële Economie en deelnemer aan het lectoraat New Marketing bij Avans Hogeschool te Den Bosch, zette zijn gedachten over de huidige situatie op papier. Geïnspireerd door de Canadese schrijfster, filmmaker en activiste Naomi Klein kijkt hij daarbij verder dan de coronacrisis, op zoek naar haalbare oplossingen.

DOOR: MARCO KUIJTEN

Omstreeks maart 2020, in wat toen nog het begin van de coronacrisis was, werd bij menig opinieprogramma de stelling opgeworpen dat corona zou zorgen voor een herwaardering van bepaalde beroepsgroepen. Bijvoorbeeld het onderwijs en de zorg. Er werden toekomstbeelden geschetst van een nieuwe maatschappij en bijbehorende economie. Een sociale maatschappij met meer aandacht voor elkaar, elkaars welzijn en onze gezondheid. Ongeacht welke zender of welk opinieprogramma je ook bekeek, iedereen was het er over eens: de wereldwijde pandemie zou een katalysator zijn voor verandering.

Terugblik

Nu, een jaar later, kunnen we terugblikken. Heeft de verandering plaatsgevonden? Een eerste indruk wekt de impressie van niet. Zorgpersoneel kreeg een bonus van €1.000 in 2020 en kan er een van €500 tegemoet zien voor 2021, maar echte hervormingen of herwaardering is uitgebleven – het voorstel voor een structurele verhoging van de salarissen sneuvelde: ‘Het kabinet gaat niet meer doen aan de salarissen van zorgpersoneel dan het al van plan was’, aldus minister Van Ark aan de Tweede Kamer[i]. Ook het onderwijs kan niet rekenen op herwaardering of eventuele salarisverhogingen, ondanks dat het thuisonderwijs voor veel ouders een eyeopener is geweest met betrekking tot hoe moeilijk het onderwijzen van (kleine) kinderen nou daadwerkelijk is.

Zoals Winston Churchill al zei: never let a good crisis go to waste. Toch lijkt dat wel de conclusie die we een jaar later kunnen trekken. We hebben de crisis, de wereldwijde pandemie, niet aangegrepen voor échte verandering. Sterker nog, het lijkt eerder alsof we wanhopig de status quo van vóór de crisis proberen te behouden. Structurele problemen waar we vóór corona al mee te maken hadden lijken nu terzijde te worden geschoven. Denk bijvoorbeeld aan de vluchtelingencrisis, discriminatie en de Black Lives Matter beweging of de inkomensongelijkheid en polarisatie in de samenleving die niet worden geadresseerd.

Polarisatie is iets dat we wereldwijd zien toenemen. Amerika is zo verdeeld geraakt dat de eigen bevolking het symbool voor democratie binnenvalt en kapot maakt. In Nederland heerst zoveel wantrouwen jegens de overheid dat dit heeft geleid tot het belagen van politici en protesten in Den Haag tegen de coronamaatregelen en het vaccinatieprogramma. En dat is gevaarlijk, want polarisatie kan óók als een katalysator werken voor andere ontwikkelingen. Zoals activiste Naomi Klein stelt[ii]: ‘Een waarschuwing uit de jaren dertig en veertig die we maar beter niet kunnen vergeten is dat wanneer er, zoals nu, door systeemcrisissen politieke en ideologische vacuüms ontstaan, niet alleen humane en hoopvolle ideeën voor zuurstof zorgen. Ook ideeën vol haat en nijd doen dat’.

Terwijl we een van de warmste zomers ooit hebben gehad, gaan de gesprekken in de Tweede Kamer tóch weer over de economie en hoe men die weer zo snel mogelijk op de rit kan krijgen in plaats van over het klimaatbeleid. Het is vanzelfsprekend dat we in deze crisis moeten kijken hoe we ondernemers kunnen ondersteunen wanneer overheden ze dwingen hun deuren te sluiten. Anderzijds voelt het gemak waarmee er miljarden worden vrijgemaakt voor de economie ook wat wrang aan. Waarom wordt het geld hier zo gemakkelijk uitgegeven, terwijl geld vrijmaken voor het klimaat altijd lijkt te stranden in oeverloze discussies.

Wedijveren

Het probleem in het politieke debat is, dat deze crisissen met elkaar lijken te wedijveren. Politici kiezen een crisis als politiek paradepaardje om zo de achterban aan zich te binden. Wilders doet dat met vluchtelingen, Groen Links met het klimaat en VVD met de economie –  FvD heeft zo hun eigen crisis. Het gevolg is dat debatten naast elkaar worden gevoerd over de verschillende crisissen en hun aanpak. Politici gunnen elkaar slechts steun in ruil voor steun voor hun eigen plannen. Hierdoor levert winst op het ene vlak vaak een verlies op voor de ander. De essentie is dat we de verschillende problemen niet langer moeten zien als onafhankelijke crisissen. Ze vormen de systeemcrisis waar Klein aan refereert. Een samenhangend geheel van crisissen die elkaar beïnvloeden en versterken.

Maar we zijn nog niet uit de coronacrisis – we zitten er nog middenin. We kunnen de pandemie nog steeds gebruiken als aanjager voor verandering. Daarvoor is het nodig dat we voor de systeemcrisis ook een systeemoplossing gaan bedenken. Een waarbij de aanpak van de klimaatcrisis een prominente rol speelt. We kunnen en mogen de klimaatcrisis niet langer beschouwen als iets wat losstaat van de economische en sociale systemen. Zoals Klein betoogt geeft het aanpakken van de klimaatcrisis de meeste hoop op een nieuw, evenwichtiger en gelijkwaardiger economisch en maatschappelijk systeem. Een systeem dat[iii]: ‘[…] een einde maakt aan de grote ongelijkheden, dat het publieke domein versterkt en transformeert, legio waardige banen genereert en de macht van het bedrijfsleven drastisch aan banden legt’.

Het is makkelijk om beschuldigend te wijzen naar de politiek. Zij bepalen het beleid en we moeten hen ter verantwoording roepen als het beleid ontoereikend is om de huidige crisissen aan te pakken. Maar het oplossen van de uitdagingen waar we nu voor staan kan niet door afwachtend te kijken naar de politiek. Iedereen maakt deel uit van het systeem en dus ook van de oplossing; overheden, het bedrijfsleven én de maatschappij. Hieronder zal ik, geïnspireerd door de ideeën van Klein, toelichten hoe deze drie partijen van invloed kunnen zijn op bovengenoemde crisissen en hoe gezamenlijk een positieve verandering teweeg gebracht kan worden.

Klimaatverandering en vluchtelingen

Ten eerste, we moeten stoppen om de aarde en het milieu te zien als iets oneindigs. Als een plaats waar we altijd maar meer van een grondstof kunnen vinden en verbruiken. Ten grondslag aan de verschillende crisissen ligt onze verslaving aan olie, kolen en gas. Het is onomstotelijk bewezen dat de verbranding van fossiele brandstoffen leidt tot een hogere CO2-uitstoot en daarmee tot opwarming van de aarde. Zelfs klimaatontkenners bekrachtigen dit (alhoewel onbewust): eerst ontkennen ze de klimaatverandering maar vervolgens leggen ze wel uit waarom klimaatverandering geen probleem is.

Wereldwijd zal iedereen de gevolgen ondervinden van de klimaatverandering die al gaande is. Voor ons beperkt zich dat momenteel misschien tot zachtere winters en meer hittegolven in de zomer, maar wereldwijd zullen de gevolgen veel groter zijn. Daarbij is het cru dat diegenen die het minst hebben geprofiteerd van de uitputting van onze aarde voor economische groei, de gevolgen het zwaarst zullen ondervinden. De rijkste 20 procent van de wereldbevolking is verantwoordelijk voor meer dan 70 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot[iv].

We moeten niet onderschatten wat de klimaatverandering gaat betekenen voor de vluchtelingencrisis. Naar schatting 140 miljoen mensen wereldwijd zullen op de vlucht moeten door klimaatverandering[v]. Terwijl recordtemperaturen op aarde worden gemeten en eilandstaten onder water komen te staan, zullen steeds meer gebieden op aarde onleefbaar worden. De daardoor ontstane stroom klimaatvluchtelingen zal het vluchtelingendebat verder intensiveren. Onze solidariteit en menselijkheid worden op de proef gesteld. Gaan we hulp geven aan hen die dankzij onze levensstijl zonder thuisland zijn? Of kijken we de andere kant op en sluiten we onze grenzen?

En als we besluiten om hulp te verlenen aan klimaatvluchtelingen, dan worden rijke landen gedwongen om de opgebouwde welvaart te verdelen om zo anderen te helpen. Niet iedereen zal daartoe bereid zijn en we moeten ons voorbereiden op een toenemende mate van discriminatie en geweld jegens vluchtelingen uit angst om iets van ‘onze’ welvaart te verliezen.

Klimaatvluchtelingen zullen niet de enigen zijn die heil komen zoeken in ‘veilige’ gebieden. Ten grondslag aan de klimaatcrisis ligt onze verslaving aan fossiele brandstoffen. Deze verslaving zorgt echter ook voor een ander soort vluchtelingen. Voor het delven van fossiele brandstoffen – welke vaak te vinden zijn in armere landen – worden lokale gemeenschappen vaak met geweld verdreven uit hun natuurlijke woonomgeving. Denk aan de inval in Irak die eigenlijk over olie ging, de strijd in de Noordelijke ijszee over de onontgonnen olie- en gasvelden of de spanningen die er afgelopen zomer waren tussen Griekenland en Turkije over de gasvelden in de Oostelijke Middellandse zee. Deze conflicten leiden eveneens tot een toename aan vluchtelingen die hun thuisland moeten ontvluchten ten gevolge van oorlogen die hun herkomst vinden in de fossiele brandstoffenindustrie.

De oplossing is simpel en niet nieuw: we moeten onze honger naar fossiele brandstoffen verminderen. We kunnen de schade ten gevolge van klimaatverandering nu nog beperken als we overstappen op meer duurzame energiebronnen. Wanneer duurzame energie lokaal geproduceerd wordt, zullen spanningen over wie recht heeft op welke grondstoffen afnemen. Het beperken van de schade van klimaatverandering en terugbrengen van conflicten over fossiele brandstoffen voorkomt een verdere verdieping van de vluchtelingencrisis, en daaruit vloeiende discriminatie. Lokaal opwekken van duurzame energie voorkomt verdieping en intensivering van de vluchtelingen- en discriminatiecrisissen. Daarbij geeft het arme landen de kans om zich te ontwikkelen. Er zal werk beschikbaar komen wat groei van de lokale economie kan bevorderen en het welzijn en welvaartsniveau van deze gebieden kan vergroten.

Consumentengedrag

Ten tweede, wij consumenten. Mensen die zich bewust zijn van hun impact op het milieu hebben hun manier van leven misschien al aangepast. Sommigen hebben misschien het gevoel dat hun bijdrage als een druppel op een gloeiende plaat is. Minder vlees eten, minder vaak de auto te pakken, minder vliegen. Heeft dat nou zin? Gaat dat nou het verschil maken als multinationals niet gaan veranderen en onze behoeften blijven aanwakkeren om meer te consumeren? Maar consumenten spelen een belangrijke rol in de systeemcrisis. Als wij willen dat het bedrijfsleven verandert, duurzamer wordt, dan kunnen we dat op verschillende manieren bewerkstelligen.

Allereerst door de politieke partij te kiezen die het meest voor onze belangen staat. Als wij het klimaat willen veranderen, dan moeten we de partij kiezen die zich daar het meest hard voor maakt. Middels hun beleid zullen ze bedrijven verplichten een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen. Dit is een indirecte invloed op het bedrijfsleven, maar we kunnen ook direct invloed uitoefenen. Ons koopgedrag is voor bedrijven een incentive om bepaalde zaken juist wel of niet te doen. Zolang wij blijven kopen, blijven bedrijven produceren.

We moeten toe naar een toekomst waarin meer niet per sé beter is. Verschillende onderzoeken tonen aan dat het behalen van de klimaatdoelstellingen nooit kan als we vasthouden aan onze economische groeidoelstellingen. Doelstellingen die zijn gebaseerd op de consumptie van goederen en diensten. Zo werkt het circulair flow model van onze vrije markt economie; hoe meer we produceren, hoe meer geld we verdienen met onze arbeid waardoor we meer kunnen consumeren, wat nóg meer productie tot gevolg heeft waardoor we nóg meer geld moeten verdienen met onze arbeid et cetera. Het is een vermoeiende race naar uitputting van onze aarde én onszelf.

Grote kledingketens als H&M zijn steeds vaker bezig met duurzame kledinglijnen, wat een positieve ontwikkeling is. Maar tegelijkertijd brengen ze wel vaker nieuwe collecties uit. Als consumenten duurzamer kopen maar wel váker kopen worden de gerealiseerde milieuvoordelen teniet gedaan[vi]. We kunnen de verantwoordelijkheid niet alleen bij het bedrijfsleven neerleggen om bewuster te produceren; consumenten zullen minder moeten gaan consumeren.

Als we onze kooplust kunnen beteugelen zullen we merken dat we ook minder nodig hebben – iets wat ook is gebleken tijdens de coronacrisis. Het zorgt ervoor dat we minder hoeven te werken, want we hebben minder nodig, maar ook dat er voor méér mensen werk is. Zoals Klein stelt kunnen zorg voor elkaar en zorg voor de aarde de snelst groeiende sectoren van de economie worden[vii]. Tegelijkertijd voorkomen we verdere polarisatie in de maatschappij als iedereen een relevante bijdrage kan leveren aan het maatschappelijke welzijn. Samen met de oprichting van lokale duurzame energieprojecten – de duurzame energiesector levert zes tot acht keer zoveel banen op vergeleken met de fossiele brandstoffen sector, met name voor vrouwen – kunnen we een gelijkwaardigere samenleving creëren. Een samenleving waarin iedereen kan participeren op de arbeidsmarkt waardoor inkomensongelijkheid en discriminatie kunnen afnemen.

Overheidsingrijpen

Ten derde is er nóg een rol weggelegd voor de overheid, namelijk middels overheidsingrijpen. Overheden kunnen grote bedrijven nationaliseren of verplichten om op te knippen. Men moet niet bang zijn dat het aanpakken van het klimaatprobleem een aanval op het kapitalistische systeem is, zoals vaak wordt gedacht. Kapitalisme kan heel goed werken, mits de vruchten ervan eerlijk worden verdeeld. Het doel van grote bedrijven om ‘zoveel mogelijk geld te verdienen voor haar aandeelhouders’ – aldus Nobelprijswinnaar Milton Friedman – is niet meer van deze tijd. Deze denkwijze belemmert innovatie en vooruitgang. Het bedrijfsleven moet investeren in het oplossen van de systeemcrisis waar we voor staan, en de overheid moet dit gaan afdwingen middels regulering.

Het bedrijfsleven heeft genoeg tijd gehad om zelf verandering te initiëren. Maar ze hebben verzaakt. Zo wist Shell al in 1975 wat de schadelijke gevolgen zijn van het verbranden van fossiele energie maar hebben ze nagenoeg niets geïnvesteerd in de ontwikkeling van alternatieve, duurzame energiebronnen. Bedrijven als Shell en BP blijven tot op de dag van vandaag voornamelijk investeren in de zoektocht naar nieuwe gas- en olievelden in plaats van hernieuwbare energie. Grote multinationals hebben hun kans gehad. Als ze in bijna 50 jaar tijd niet zijn veranderd, dan hoeven we dat de komende decennia ook niet te verwachten.

Maar door overheidsingrijpen kunnen deze molochs van de olie- en energie-industrie een relevante rol krijgen in het aanpakken van de crisissen waar we voor staan. Ze kunnen een bijdrage leveren aan de lokale gemeenschappen; door hun netwerken kan de lokaal geproduceerde energie gedistribueerd worden. Hun rol verandert; van leverancier naar distributeur. De netwerken liggen er en kunnen we gebruiken om windenergie van de kust naar het binnenland te exporteren en zonne-energie uit de regio naar het dorp te transporteren. Niet alleen bedrijven uit de fossiele brandstoffenindustrie kunnen een rol spelen, ook andere bedrijven hebben een rol binnen de lokale gemeenschap. Zo kan een distributiecentrum haar dak volleggen met zonnecellen om de lokale gemeenschap te voorzien van elektriciteit. Het creëert voor de bedrijven goodwill in de gemeenschap en het versterkt de collectiviteit in de gemeenschap. Ze leveren hiermee een bijdrage aan de klimaatcrisis en zorgen voor meer sociale cohesie.

Willen we de systeemcrisis oplossen dan moeten we gaan denken in sociale, lokale, zelfvoorzienende gemeenschappen. Onze wereld zal glocal worden: producten en diensten produceren en consumeren we lokaal maar kennis delen we mondiaal. We kunnen ons welzijn vergroten en zingeving in onze lokale gemeenschap vinden terwijl we de leefbaarheid van de aarde vergroten. Onze kennis kan arme landen helpen om soortgelijke gemeenschappen op te bouwen en zo op andere plekken op aarde ook het welzijn en de welvaart vergroten. Daarvoor moeten we de pandemie waar we nu mee te maken hebben gebruiken als startshot voor verandering. Tijdens de klimaattop in januari in Nederland geeft klimaatgezant van de VS, John Kerry, aan dat de coronacrisis hét moment is om verandering in te zetten en het klimaatprobleem nu écht aan te pakken. Let’s not waste this crisis.

[i] https://nos.nl/artikel/2354207-geen-extra-salarisverhoging-zorgpersoneel.html geraadpleegd 19-1-2020

[ii] Klein. N. (2019), ‘Brand’, uitgeverij de Geus, Amsterdam, ISBN 978 90 445 4225 7, p.52

[iii] Klein. N. (2019), ‘Brand’, uitgeverij de Geus, Amsterdam, ISBN 978 90 445 4225 7

[iv] Klein. N. (2019), ‘Brand’, uitgeverij de Geus, Amsterdam, ISBN 978 90 445 4225 7, p.57

[v] Klein. N. (2019), ‘Brand’, uitgeverij de Geus, Amsterdam, ISBN 978 90 445 4225 7, P.57

[vi] https://www.nu.nl/economie/6074632/groene-kledinglijnen-van-ketens-alsof-mcdonalds-het-over-sport-heeft.html geraadpleegd op 09-09-2020

[vii] Klein. N. (2019), ‘Brand’, uitgeverij de Geus, Amsterdam, ISBN 978 90 445 4225 7, p. 196

The Optimist

The Optimist

The Optimist is een onafhankelijk opinietijdschrift over mensen en ideeën die de wereld veranderen.

Meer over The Optimist >

Reacties

2 reacties op “Opinie – Hoezo, klimaatcrisis?”

  1. Wel een erg groot beetje naief om te verwachten, dat men nu plotseling het systeem gaat veranderen. Het zijn n.l. nog steeds de zelfde poppetjes die de dienst uitmaken. Dit geldt in het bijzonder voor de regering. We zullen echt anders moeten gaan kiezen, wil er iets gebeuren. Dat blijft zeker onze eigen verantwoordelijkheid. Succes daarmee!!! P.H.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met