Het Gemeen, een wereld van gemeenschappen

The Optimist 7 okt 2021 Samenleving

De mens heeft een diepe wens om ergens toe te behoren. Maar hoe manifesteert zich dat? Teun Gautier en Floor Ziegler onderzoeken hoe de wereld van nu georganiseerd is en zien toekomst in de gemeenschap als het centrum van de maatschappelijke systeemorde.

DOOR: TEUN GAUTIER EN FLOOR ZIEGLER

In zijn boek Sapiens: een kleine geschiedenis van de mensheid zoekt Yuval Harari naar de diepste menselijke drijfveer. Hij komt op de angst om uitgestoten te worden. Het onderdeel zijn van een groep is van groot sociaal, economisch, emotioneel en fysiek belang voor de mens en vrijwel alle andere diersoorten. De angst om te worden verstoten is als het ware een negatief omgekeerde staat van de diepe wens om ergens toe te behoren. Maar hoe manifesteert zich dat, hoe ervaren we dat onderdeel zijn van een gemeenschap? Wat is een gemeenschap, hoe functioneert het en blijft het functioneren? Hoe is de wereld nu georganiseerd en waarom is dat niet houdbaar?

Wat is een gemeenschap?

In het woord gemeenschap zit het woord ‘gemeen’: dat wat een groep met elkaar gemeen heeft. Het Gemeen was de laagste van de vier bevolkingsgroepen in de Gouden Eeuw, het volk. De Meent was (en is) een gemeenschappelijke ruimte van een dorp. In het Engels gaat het om ‘common’: eenvoudig, gemeenschappelijk, vaak voorkomend en ook weer: de gemeenschappelijke plek in een dorp waar men zijn schapen kan laten grazen.

Een gemeenschap heeft een aantal kenmerken: er is iets wezenlijks dat men als gemeenschappelijk ervaart. Dat kan een plek zijn, een dorp of de liefde voor een voetbalclub. Een gemeenschap voegt waarde toe voor haar deelnemers, zij ontlenen er iets aan of hebben er iets aan. Een gemeenschap kan samen iets doen, maken, veroorzaken. Een gemeenschap moet over zichzelf besluiten, beslissen over hoe zij functioneert. Maar misschien een van de meest wezenlijke elementen is de mate waarin leden van een gemeenschap hun relevantie binnen de gemeenschap ervaren: doen zij er toe en in welke mate hebben ze invloed op de gemeenschap en daarmee op hun leven? Op het moment dat men ervaart geen invloed te hebben op de omgeving waarin men leeft en ervan afhankelijk is, ontstaat er angst, verlies van controle en een gevoel van overgeleverd te zijn aan iets of iemand. Er ontstaat afstand, weerstand, verlies van eigenaarschap en bijdrage.

Een relevant bestaan

De, menselijke of universele, ‘wil om te zijn’ werpt een vraag op: wanneer ben je, en in welke mate ben je? In welke mate ervaar je dat je bestaat, relevant bent, dat het uitmaakt wat je doet, laat, zegt of niet zegt; in welke mate en hoe ervaar je een sense of relevance? Dat heeft een geografische of schaal-component. Je kunt je relevant voelen in je wijk of straat, maar waarschijnlijk niet meer in Europa. Je bent relevant in je voetbalteam, minder bij je club en geheel irrelevant binnen de KNVB.

Een tweede component is dat we, met name in westerse, kapitalistische systemen, de mate van relevantie hebben gematerialiseerd. Je ervaart relevantie omdat je een dure auto rijdt of in de Raad van Bestuur van een grote bank zit. De uitzonderlijkheid bepaalt de relevantie in moderne gemeenschappen en die is deels gematerialiseerd. Het meer hebben dan de ander is een kenmerk van relevantie geworden. Maar wat de een meer heeft, heeft de ander minder. Als we allemaal beginnen met 100 euro en na verloop van tijd heeft de één 180 en de ander 20, dan is in de algemene, hedendaagse perceptie de rijke bovenliggend en relevanter. Daarmee zijn met name mensen die onttrekken aan hun gemeenschappen relevant geworden. Het materiële onderscheiden leidt tot overconsumptie, overproductie, verschillen in vermogen, inkomen en macht.

Thomas More beschrijft in Utopia zijn egalitaire samenleving en verklaart die met de zin: ‘because no human being is naturally greedy’. Hebberigheid is een weerslag van de wens zich te willen onderscheiden en daarmee wel degelijk een menselijke neiging. Alleen zijn we ons gaan onderscheiden door wat we hebben, wat we hebben onttrokken, soms ten koste van anderen, en niet door wat we bijdragen.
En daar zit een sleutel: het ervaren van het onderdeel zijn van een gemeenschap ontstaat als je eraan bijdraagt. Een gemeenschap is duurzaam als de bijdrage aan en het nut ervan in balans zijn.

Maar wat gebeurt er als een gemeenschap te groot wordt? Als we de zeggenschap erover in handen van anderen geven, via representatie. Als daarmee macht en zeggenschap gecentraliseerd worden? Welke mensen worden dan aangetrokken tot die gecentraliseerde en daarmee geconcentreerde macht en zeggenschap? Wat doet het met mensen als ze niet meer betrokken zijn bij de vormgeving van hun gemeenschappen, als zij geen relevantie meer ervaren, geen controle?

Wereld gebouwd op gemeenschappen

En wat gebeurt er als je het om zou draaien: de gemeenschap en het eigenaarschap daarover gedecentraliseerd, de basis zou zijn van het systeem? Wat als er autonomie, autarkie, eigenaarschap zou zijn in kleine, persoonlijke gemeenschappen? Hoe zou dat politiek werken, economisch, sociaal en bestuurlijk? Zou je een federatieve structuur van gemeenschappen kunnen maken waarin de meta-vormgeving plaatsvindt? Hoe zou een wereld eruitzien als die gebouwd was op gemeenschappen?

In het Friese dorp Garyp richtten de 1.800 bewoners een energiecoöperatie op. Die levert alle energie voor het dorp dat inmiddels vrijwel van het aardgas af is én levert 1 miljoen winst per jaar op; daarmee bouwen ze sociale woningen. In Austerlitz is de zorg in handen van de bewoners, heeft het dorp zelf de kroeg in beheer en het dorpshuis gebouwd, met aanleunwoningen voor hun jongeren en ouderen.

Als de gemeenschap het centrum van de maatschappelijke systeemorde zou worden, tegenover de huidige gecentraliseerde en geconcentreerde machtsstructuren. Als maatschappelijke waarde gebaseerd is op bijdrage in plaats van aan onttrekking. Als mensen de zeggenschap over hun eigen leefomgeving weer voelen, eigenaar zijn in plaats van gebruiker. Als we de gemeenschappen ‘federatief’ organiseren met een overheid die dienstbaar is aan de basis.

Als we dat zouden doen, dan ontstaat er een wereld die liever is omdat mensen intrinsieke gemeenschappelijkheid hebben, die groener is omdat we lokaal produceren en consumeren, die gelukkiger is omdat we ons veiliger, verbondener en relevanter voelen en de talenten gebruiken en waarderen van de mensen die iets willen toevoegen, en niet van hen die slechts onttrekken.

De stadsmakers

Floor Ziegler en Teun Gautier zijn Stadmakers. Zij richtten StadmakersCoöperatie op, een netwerk van 2000 maatschappelijke initiatiefnemers en de Sociaal Creatieve Raad, een groep van 50 kunstenaars en creatieven die de verbeelding willen inbrengen bij maatschappelijke vraagstukken.

Zij schrijven momenteel een boek over hun ervaringen en gedachten.

The Optimist

The Optimist

The Optimist is een onafhankelijk opinietijdschrift over mensen en ideeën die de wereld veranderen.

Meer over The Optimist >

Reacties

Geef een reactie