Vier denkers over waanzin

The Optimist 2 jul 2021 Zingeving

In de filosofie is waanzin een veelbesproken onderwerp: is het een ziekte of een cadeautje? Of is het slechts iets wat door instituties wordt opgelegd? In de nieuwste editie van The Optimist spreken we ervaringsdeskundigen over een beetje gek (of geniaal?) zijn. Inspiratie over dit onderwerp komt vaak vanuit klassieke grote denkers. We noemen er hier vier.

Plato (427 – 347 v. Chr.)

Bij de oude Grieken werd waanzin beschouwd als een gift van de goden. Ook Plato zag waanzin als een zegening. Waar verstand maar beperkt is, leidt waanzin tot grootste dingen. Het niet meer helder kunnen nadenken, leidt tot interessante inzichten. ‘Als de dichter aan het denken slaat, brengt ze niets meer voort wat de moeite waard is om te lezen’, redeneerde hij in zijn beroemde dialoog Phaedrus.

Friedrich Schelling (1775 – 1854)

Begin negentiende eeuw in Duitsland bevond het vertrouwen van de rede zich op een hoogtepunt. Filosofen, zo ook Schelling, probeerden elk aspect van het bestaan rationeel te verklaren. Desalniettemin, beweerde Schelling, kunnen wij moraal alleen begrijpen als wij ook bekend zijn met het kwaad. Op dezelfde wijze kan de menselijke intelligentie pas echt floreren wanneer deze de strijd met waanzin aangaat en deze keer op keer overwint. Dit zal leiden tot creativiteit.

Friedrich Nietzsche (1844 – 1900)

Nietzsche is de bekendste waanzinnige filosoof. In Menselijk, al te menselijk verkondigde hij dat waanzin de enige weg naar de openbaring was. Het is bekend dat hij de laatste elf jaar van zijn leven in waanzin verkeerde, al is de oorzaak hiervan onbekend. Zijn waanzin zag hij slechts als een kleine prijs die hij moest betalen. Als beloning kreeg hij nieuwe inzichten en openbaringen.

Michel Foucault (1926 – 1984)

In de negentiende eeuw ontstond het idee dat waanzinnigen niet gestraft maar behandeld moesten worden. Deze zogenaamde humane behandeling is geen haar beter, betoogde Foucault in zijn boek Geschiedenis van de Waanzin. In plaats van opgesloten te worden in gevangenissen, werden verwarde mensen gevangen gezet in psychiatrische inrichtingen. Ze werden weggestopt in een isoleercel of dwangbuis en werden gedwongen om medicatie te nemen. Wanneer je je niet normaal gedroeg, kreeg je straffen. De patiënt zou vanzelf het idee krijgen dat hij inderdaad niet normaal was en zich aan de goedgekeurde normen aanpassen. Pas dan kon hij genezen. Volgens Foucault bestaat er geen grens tussen normaal en waanzin. Dit is iets wat wordt opgelegd. Instituties gebruiken hun macht om te normaliseren, disciplineren en mensen buiten te sluiten die afwijken van de norm.

Van deze filosofen kunnen we leren dat waanzin een gift is. Het zal in combinatie met de rede leiden tot creativiteit, nieuwe inzichten en openbaringen. Instituties moeten ophouden om te normaliseren, disciplineren en mensen die afwijken van de norm buiten te sluiten. Integendeel, een beetje gek zijn moet worden omarmd.

De nieuwste editie van The Optimist koop je in de betere boekhandel of hier online.