
The Optimist
The Optimist is een onafhankelijk opinietijdschrift over mensen en ideeën die de wereld veranderen.
Bij de Hongerwinter denken we al snel aan het eten van bloembollen. Uit onderzoek blijkt dat dit lang niet de enige plantensoort was dat vele mensen redde van de verhongering.
Dankzij documentatie weten we veel over de Tweede Wereldoorlog. Toch worden zo nu en dan nog vraagtekens gezet bij bepaalde zaken. Zo is het algemeen bekend dat tijdens de Hongerwinter bloembollen en suikerbieten gegeten werden. Maar werd er dan echt niets anders gegeten? Hoe ver ging men in het vinden van voedsel? Bijzonder hoogleraar Geschiedenis van botanie en tuinen, Tinde van Andel, besloot een student in te schakelen om hier onderzoek naar te doen.
Biologiestudent Tom Vorstenbosch ontdekte dat men tijdens de Hongerwinter lang niet alleen bloembollen aten. Ook radijsloof en wilde planten als zuring en vogelmuur stonden op de kaart. ‘Ik vond het meteen een ontzettend interessant onderzoek’, zegt Tom Vorstenbosch. ‘Geschiedenis is naast biologie een grote interesse en koken is mijn grote hobby.’ Vorstenbosch ontdekte dat er 38 plantensoorten werden gegeten. Van deze soorten was een deel gecultiveerd, zoals tulpenbollen.
Volgens Vorstenbosch was de kennis over welke planten wel of niet gegeten konden worden in die tijd groter dan aanvankelijk werd gedacht. Ook komt uit zijn onderzoek naar voren dat men creatief werd om de planten lekker te laten smaken. ‘Iemand vertelde dat ze nasi goreng maakten van nasikruiden en geraspte suikerbiet.’
Voor zijn onderzoek kreeg de student hulp van mensen die de Hongerwinter hebben meegemaakt. ‘Ik heb daarvoor een aantal verzorgingshuizen gemaild maar ook veel via-via weten te regelen. Ik kreeg enquêtes terug per post, maar ook behoorlijk wat online. Dat vond ik wel bijzonder. Wat me opviel was hoe open mensen eigenlijk waren. Ik heb maar van twee mensen gehoord: “daar wil ik het liever niet over hebben”. Daarnaast was ik echt verbaasd over hoeveel ze nog wisten uit die tijd.’
Vorstenbosch werd geïnspireerd om zelf ook creatief om te gaan met zijn onderzoeksresultaten. ‘Ik heb al een keer eerder een kookboek geschreven. Het lijkt me leuk om bijvoorbeeld op de ene pagina iets te vertellen over een product uit de Hongerwinter, zoals brandnetel. Dus hoe werd het toen gebruikt, hoe voedzaam is het? En dan een zelfbedacht recept op de andere pagina en daarbij laten zien wat er in die tijd wel en niet beschikbaar was. Radio 2 heeft al toegezegd een eventueel kookboek te bespreken, dus wie weet!’
Bron: Universiteit LeidenJe moet ingelogd zijn op om een reactie te plaatsen.
Schrijf je gratis in voor onze PositiefNieuwsBrief (1 tot 3 e-mails per week). Uitschrijven kun je ieder moment door op de unsubscribe-link te klikken die onderaan iedere mailing staat.
Interessant artikel. Wat u ook nog mee kunt nemen wellicht: in Cuba waren er 8 jaar geleden op de tv kookprogramma,s over eten uit het wild. Ik was daar toen op vakantie en de gids vertelde ons dat mensen hier om te overleven veel uit de natuur halen.. Deze informatie is niet geschikt voor je onderzoek maar wellicht voor een kookboek.
Met Vr groet Lidwien de Nijs
Leuk gevonden van die student, maar ik eet nog steeds brandnetel en vogelmuur en het groen van radijs en , nog veel meer en met mij nog vele andere mensen hier te lande. Ook heb ik nog van mijn moeder blaadjes met recepten die ze in de oorlog kocht voor 1 cent. B.v. wat te doen met vischresten , Zo staat het letterlijk geschreven van die tijd. Ook omdat er weinig kruiden waren, waren er vervangers. Heel interessant allemaal..
Heel interessant en apart om dit te lezen op dit moment. Ben bezig met film over mijn vader en zijn broer gedurende de hongerwinter. Mijn oma was nogal creatief in de keuken en maakte van de tulpenbollen haché, soep, koekjes en tulpenbollenbrood en nog veel meer. Volgens haar zeggen was de zoete lucht van suikerbieten aan de kook, op het randje maar die van tulpenbollen heel heftig. Ze werd er ‘draaiierig van’. Als ze uien kon krijgen, 7 gulden op de zwarte markt, kocht ze die graag om het eten wat lekkerder te maken. En inderdaad, het was niet alleen tulpen en biet, af en toe een halfrotte aardappel was er ook. Mijn oom kan zich herinneren dat hij in het handkoffiemolentje tarwe moest malen, als dat voorradig was, om brood van te bakken. Dit alles bij het licht van oliepitjes in een jampotje – gas en electra waren in de herfst afgesloten.
En nog een inderdaad, ik eet nu en maak thee van zevenblad, zuring, daslook, maak soep van brandnetel, of zelfs een stamppotje evenals raapsteel. En gisteravond in Koken met van Boven, de blaadjes van radijs in een stamppot. Zo leren we weer meer en meer over op een simpele, dicht bij huiszijnde manier van koken en eten.
Hoe kwam je in de hongerwinter met ijs en sneeuw aan brandnetel, zuring, het groen van radijs enz.? En dat allemaal in de grote steden als b.v. Amsterdam ?