wildernis
Uitgelicht Natuur & Milieu

Welkom in de wildernis

Marco Visscher september / oktober 2017

Eerst vernietigden wij wilde natuur, tegenwoordig scheppen we haar. Over hoe de opvatting veranderde en waarom we ook in Nederland nog altijd wildernis kunnen aantreffen.

Het is geen nieuws dat wij mensen een vergaande invloed hebben op de natuur om ons heen. Van de tropen tot aan de ijskappen is die invloed onmiskenbaar. We kappen bomen. We stoken fossiele brandstoffen op. We stoten chemische stoffen uit in de atmosfeer. Plastic hoopt zich op in de oceaan. Zelfs het weer – dat we generatieslang hebben proberen te beïnvloeden met gebeden, gezangen, regendansen en andere rituelen – is veranderd door onze keuzes.

De mens volgt een heel begrijpelijke impuls: de grilligheid van de natuur moet getemd. Het is een impuls die soms wordt toegeschreven aan de vroege Verlichtingsdenkers, maar zij wilden slechts kennis over de natuur vergaren om haar beter en beschaafder te kunnen beheersen. Ook vóór hen – in tijden waarover sommigen spreken alsof onze voorouders in volmaakte harmonie met de natuur leefden – werd die natuur getemd; de meeste bomen op aarde zijn gekapt en de meeste uitgestorven diersoorten stierven uit, lang voordat er sprake was van wat al dan niet terecht bekendstaat als moderne beschaving.

Maar of we de mens nu primitief of beschaafd noemen, hij wenst het onbeheersbare te beheersen. Hij wenst orde waar chaos en willekeur heersen. De illusie van orde en beheersing is soms al goed genoeg. Daarom zien we in de wereld steeds meer organisatie en structuur. We zijn er goed in geworden. Het heeft de wereld veiliger en comfortabeler gemaakt. De donkere wouden waar het voor mensen en vooral vrouwen onguur en gevaarlijk was, zijn grotendeels gekapt. Nederlanders – eeuwen geleden fervente bomenkappers – weten alles van de behoefte aan beheersing: de eeuwig dreigende zee wordt buitengehouden door onze dijken, de drassige moerassen hebben we drooggelegd, rivieren hebben we beteugeld.

Wij mensen zijn er zó goed in geworden, dat we er té goed in zijn geworden. We hebben de wereld namelijk ook voorspelbaar, steriel en saai gemaakt. De natuur zit tegenwoordig vol geboden en verboden. Van bomen worden de laaghangende taken gesnoeid, want stel je voor dat de jeugd erin zou klimmen. In meertjes mogen we niet zwemmen, want gevaarlijk. In het bos mogen we niet van de gebaande paden. Een vuurtje stoken mag er niet. Je kunt er al helemaal beter niets in je mond stoppen. Zoals ecoloog Thomas van Slobbe eens in ons tijdschrift zei: ‘Eekhoorns kunnen zomaar ergens een eikel verstoppen, waar later een boom uitgroeit, maar wij mensen mogen niet zomaar ergens een boom planten.’ Er is immers een gemeentelijk loket waar we netjes toestemming moeten vragen.

Inmiddels verlangen we naar wat we verloren hebben. We zoeken wildheid. Sommigen zoeken het in de samenleving bij extreme varianten van sport, seks of drugs, anderen zoeken het in de verstilling van de natuur. Daar hopen zij iets te ervaren van de grootsheid en het ontzagwekkende. Een wandeling over het gebaande bospad, of langs de kust waar je struikelt over uitgelaten honden, is niet langer voldoende. We willen meer dan dat. We willen een ontmoeting die ons verrukt en die angst inboezemt. Woeste natuur. Vrije, wilde natuur. Echte natuur. Weg van alles en iedereen.

Voor GRNVLD, het helaas ter ziele gegane tijdschrift van Kasteel Groeneveld, een landgoed in Baarn, schreef essayist Marjan Slob eens over het verlangen naar die wildheid. Ook zij voelt in zichzelf de behoefte om de natuur in te willen, ‘om zich ermee te meten of om er in op te gaan – waarschijnlijk allebei’. Ook zij wil haar ‘vernuft’ gebruiken en haar ‘uithoudingsvermogen’ testen. ‘Om ’s nachts te luisteren naar de geluiden van wilde dieren en de wijde hemel boven mij te weten. Om af te wachten waar die grote stille ruimte om mij heen, die steeds meer een innerlijke ruimte wordt, zich mee gaat vullen. Om deelgenoot te worden van het Sublieme.’

Slob besluit: ‘Wie dit verlangen niet af en toe in zichzelf voelt, is pas echt verloren.’ Immers, pas in de wilde natuur – bijvoorbeeld als het dondert en bliksemt, terwijl grote regendruppels op het tentzeil neerkletteren – beseffen we dat we mens zijn, dat we léven.

Dat verlangen is niet nieuw. Dat was het mogelijk wel – althans, zo zal het hebben gevoeld voor zijn tijdgenoten – toen Henry David Thoreau dat gevoel beschreef. Zo tegen 1850 mocht hij gebruikmaken van de blokhut van zijn vriend, Ralph Waldo Emerson die al had geschreven over de transcendente ervaringen die de wildernis hem had gebracht. Over zijn ervaringen in die blokhut in de bossen bij Walden Pond in Massachusetts schreef Thoreau het fameuze en inspirerende boek Walden. Hij kwam met een even maatschappijkritische als spirituele kritiek op de Amerikaanse cultuur waarin bezit en hard werken werden overgewaardeerd. Thoreau wilde daar een voor alternatief bieden.

In wildheid lag het behoud van de wereld besloten, stelde Thoreau. De ironie dat hij dit kon schrijven in een bos waar de beren, wolven en poema’s waren uitgeroeid, leek veel mensen overigens te ontgaan. Dat hij iedere vrijdag met zijn vuile was even bij zijn moeder langsging, is eveneens minder beklijfd in ons collectieve geheugen. Een kniesoor die daar op let.

Sindsdien trekken jongemannen – vaak ging en gaat het om jongemannen – met enige regelmaat in hun eentje de wildernis in. Ze willen zich verheffen boven de middelmaat, keren zich af van comfort en voorspelbaarheid en hopen overweldigd te raken. Zo hopen ze zichzelf beter te leren kennen en hun plaats in de wereld. Niet iedereen is even goed voorbereid op een verblijf in de natuur. Sommigen overschatten zichzelf en onderschatten het land. Voor enkelen – zoals Christopher McCandless die bekendheid verwierf toen zijn verhaal door Sean Penn werd verfilmd als Into the wild –wordt de krachtmeting besloten met een tragisch lot.

Toch is er die magnetische werking van de wilde natuur. Is het vrijheidsdrang? Is het een afkeer van een overgereguleerde samenleving vol eenlingen die zich ogenschijnlijk gedachteloos conformeren aan maatschappelijke wetten, schaamteloos onwetend van de natuurwetten? Het zal vast, maar is het niet ook een teken van iets anders? Is onze behoefte aan wildheid misschien niet een zekere vorm van escapisme, een behoefte om te ontsnappen aan de mensen die met hun cultuur en ‘beschaving’ zo’n negatieve invloed op de kwetsbare natuur uitoefenen? Of, en dat kan ook: zoeken we wildheid in de natuur, omdat we de wildheid grotendeels uit onszelf hebben verdrongen?

Ach, denkt u misschien: wildernis, dat is prachtig in ruige, dunbevolkte gebieden als in Nieuw-Zeeland, IJsland of delen van Noord-Amerika, of in de tropische rimboe. Maar wat heeft Nederland nog aan wildernis? Welnu, vergis u niet. Misschien is het lastig om plekken te vinden waar de nachten echt donker zijn en waar het geruis van auto’s onhoorbaar is, maar op tal van plekken keert de wilde natuur in Nederland terug.

We zien het in een nieuwe, fascinerende trend onder natuurbeschermers: rewilding, ofwel natuurontwikkeling, waarbij wilde natuur wordt hersteld, teruggebracht of gecreëerd. We spreken van rewilding wanneer oude runderrassen worden gekruist om het wilde oerrund terug te brengen, maar ook wanneer we, zoals nu mogelijk is, in Europa en Amerika op safari kunnen om beren en bizons te zien.

We zien dat het duidelijkst in de Oostvaardersplassen. Hier in de Flevopolder, niet ver van het dichtbevolkte Amsterdam, waar vijftig jaar geleden nog een plas water was, ligt nu een internationaal uniek park waar grote groepen konikpaarden, heckrunderen en edelherten zijn uitgezet om op een ‘volledig natuurlijke manier’ te leven. Daardoor kan Nederland de zeearend en de zilverreiger weer verwelkomen: vogels die zich sinds de Middeleeuwen niet meer hadden vertoond.

De pogingen om natuur terug te brengen in onze moderne samenlevingen is een teken dat wij mensen niet alleen natuur kunnen verwoesten, maar ook natuur kunnen máken – niet alleen om er zélf beter van te worden, maar vooral ook zodat we meer van de natuur kunnen genieten.
Daarvoor moeten we onze kennis om de natuur te beheersen – hier een rivierdijkje verlagen, daar een paar bevers
uitzetten – slim aanwenden om de natuur zo veel mogelijk met rust te laten.

Daar zijn we nog lang niet mee klaar. Zoals schrijver Kester Freriks in zijn prachtige boek Verborgen wildernis opmerkte: ‘Een eeuw geleden diende het ontginnen van wildernis de beschaving. Nu staat het schéppen van wildernis gelijk aan beschaving.’ De Nederlandse overheid investeert miljoenen om nieuwe natuur uit te breiden. Zo wordt met het slib van de bodem van het Markermeer een aantal eilanden opgespoten om het bodemleven te herstellen en vissen en vogels aan te trekken.

Voor dit omslagthema spraken we onder meer met Bram van de Klundert die vertelt over zijn kampeerervaringen in de Nederlandse wildernis (pagina 36) en met Arita Baaijens die na vele omzwervingen ook in Nederland excursies organiseert om de natuur te beleven (pagina 32). We hebben essays over alledaagse ontmoetingen met wilde natuur (pagina 40 en 42) en een prachtig leesverhaal waarin een poging wordt ondernomen om de wereld te beschrijven door de ogen van een wild edelhert (pagina 58). En we geven uiteraard het woord aan u, onze lezers, nadat we u hadden gevraagd om uw ervaringen met wildernis te delen (pagina 53).

We wensen u veel leesplezier.

 

Wilt u meer artikelen uit het magazine over wildernis lezen?

Verdwijnen in de wildernis
In de wildernis vindt Arita Baaijens vrijheid. Ze is een ontdekkingsreizigster, die van haar hunkering naar ‘iets anders’ haar beroep heeft gemaakt. Nu wil ze zoveel mogelijk mensen laten ervaren dat wij verbonden zijn met de natuur…

Bevrijding en verwondering
Veertig dagen alleen in de Nederlandse wildernis. Dat was de opdracht die Bram van de Klundert zichzelf stelde. Zo verbleef hij in tien unieke natuurgebieden…

Een machtige bondgenoot
Geconfronteerd met de wilde natuur op een stadsplantsoen vallen duizenden eeuwen van beschaving, controle en onttovering in één klap uit elkaar…

Een hang naar zielszuivering
Tussen baksteen en beton kan de natuur net zo wild, inspirerend en verrassend zijn als in het mooiste nationaal park…

Bekijk de stad met andere ogen
De meeste mensen kennen haar als de fraaie dame met dat perfecte donkerbruine kapsel die ’s avonds het RTL Nieuws presenteert. Maar Merel Westrik (1979) kan meer. Ze maakt films over wildernis, stadse wildernis om precies te zijn…

Marco Visscher

Marco Visscher

Marco Visscher kwam in 1999 bij de redactie. Reisde voor Ode de wereld over voor reportages en interviews. Werkte in de baai van San Francisco op...

Meer over Marco >

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *