Op koffiereis door Kenia
Uitgelicht Samenleving

Op koffiereis door Kenia

Yildiz Celie juli / augustus 2019

In Kenia worden boeren op het land dagelijks geconfronteerd met de effecten van klimaatverandering. De problematiek is sinds de jaren negentig merkbaarder dan ooit, maar organisaties werken aan oplossingen. Redacteur Yildiz Celie reisde mee langs boerencoöperaties om het te zien.

Kenia mag dan zijn ontwikkelingsstatus zijn ontgroeid, reizend door het land is het alsof ik terugga in de tijd. We leggen met vier jeeps ruim duizend kilometer af van de Westerse Kipkelion-regio naar de Machakos-regio in het oosten. In de hooglanden bereiken we tot tweeduizend meter hoogte. We zien het contrast tussen arm en rijk groter worden: afgeladen ezels, kleine armoedige lemen huizen en kinderen in kleding met gaten. Daarnaast zijn de wegen hobbelig en van zand, waardoor het stof opwaait.

Kenia kent zo’n 150 duizend kleine koffieboeren. Meer dan zestig procent van de beroepsbevolking werkt in de landbouw, waarbij koffie en thee de belangrijkste exportproducten zijn. Ondanks dat Kenia een van de modernst ontwikkelde landen in Afrika is, is de werkloosheid onder de bevolking veertig procent.

‘De bedoeling is dat boeren van elkaar leren hoe zij verbeteringen aanbrengen op hun plantages.’

De verwachting is dat in 2050 de koffieproductie met ruim veertig procent daalt door de klimaatverandering. Boeren moeten het hoofd zien te bieden aan vroege bloesem, koffieziektes zoals koffieroest, slechte ontwikkeling van bonen, uitdroging, erosie en het verlies van nutriënten door onverwachte regenval.

Daar komt nog bij dat de koffieplant erg gevoelig is voor temperatuurstijgingen. Inmiddels is de temperatuur in het land één graad gestegen, volgens Stichting Max Havelaar. Dit vermindert de koffieproductie en bij drie graden stijging kan de plant helemaal niet meer groeien. Om boeren weerbaarder te maken en te zorgen dat het koffievolume niet blijft dalen, richtten Stichting Max Havelaar, Fairtrade Africa en Fairtrade International in 2017 de Fairtrade Climate Academy op. Jos Harmsen, Supply & Development Manager van Stichting Max Havelaar denkt in kansen: ‘We bieden een ontwikkelingsmodel aan. Het is de bedoeling dat boeren van elkaar leren hoe zij verbeteringen aanbrengen op hun plantages en hoe boeren in hun levensonderhoud kunnen voorzien.’

Vijf pijlers Climate Academy

• Capaciteitsvergroting van boerenorganisaties door het onderwijzen van boeren. Via ‘best practices’ leren ze de koffieproductie te verhogen

• Klimaatbestendiger maken van de landbouw. Climate Academy ondersteunt bijvoorbeeld in wateropslag en motiveert het praktiseren van duurzame landbouw (biologisch) en het toepassen van natuurlijke bemesting voor behoud van de biodiversiteit

• Bosbehoud door het introduceren van nieuwe mogelijkheden voor omschakeling naar duurzame energie. Bijvoorbeeld door het gebruik van zonne-energie, en door te koken op biogas of met briketten om houtkap tegen te gaan. Zo’n zestig procent aan hout wordt bespaard door de introductie van moderne ‘cooking stoves’

• Ontwikkelen van inkomensgenererende activiteiten. Naast koffie telen, wordt met het houden van kippen, het kweken van vis of door het telen van alternatieve gewassen, zoals maïs, avocado en tomaat het inkomensrisico gespreid. Hierover schreven we na een lezersvraag een The Optimist Daily tijdens de reis

• Ontwikkelen van een Climate Academy Guide voor het overdragen van opgedane kennis

Landbouwkundige Bernard Njoroge van Fairtrade Africa leidt ons een week lang rond. Fairtrade Africa heeft in Kenia 26 aangesloten coöperaties van koffieboeren, waarvan tien zijn aangesloten bij de Climate Academy. Het gaat om bijna 8.500 koffieboeren.

Dag 1, maandag 25 maart 2019
Een groot, jaren zeventig Volkswagenbusje met gordijntjes staat klaar om onze groep naar het Rode Kruis hotel te brengen. Er zijn minstens vijf Kenianen nodig om onze koffers in te laden. Met zijn dertienen stappen we vol goede moed in.

‘Biogas kan een einde maken aan de ontbossing.’

Dag 2, dinsdag 26 maart 2019
In de vroege ochtend worden direct de feiten gepresenteerd over de klimaatverandering door Victor Ongoma, oud-meteoroloog en lector aan de South Eastern Kenya University. ‘De klimaatdiscussie is een paradox, maar het is een volstrekt logische conclusie dat de emissies zorgen voor temperatuurstijging’, aldus Ongoma. Hij laat waarden zien die de ontwikkeling van broeikasgassen onderschrijven: RCP (Representative Concentration Pathways) scenario’s genaamd. Hoe lager de RCP, hoe strenger het klimaatbeleid moet zijn.

Er bestaan vier scenario’s: RCP2.6, RCP4.5, RCP6.0 en RCP8.5. Ongoma rekent voor dat bij een RCP4.5 de temperatuur 2,8 graden stijgt. Dit betekent dat wereldwijd veel maatregelen nodig zijn om CO₂ terug te dringen. Bij RCP8.5 stijgt de temperatuur zelfs 5,4 graden. De reden dat bijvoorbeeld cyclonen meer kans krijgen, zoals we half maart zagen in de naburige landen Mozambique, Zimbabwe en Malawi.

Ongoma vertelt dat de veranderingen sinds de jaren negentig merkbaar zijn geworden voor boeren. Het wordt niet meer zo koud als vroeger en door de temperatuurstijging neemt de regenval toe. Ook veranderen de regenperiodes.

In het ‘lange regenseizoen’ in maart, april en mei valt minder regen en in het ‘korte regenseizoen’ in oktober en november daarentegen meer. Ook valt het later dan normaal. Dit jaar blijft de regen al drie weken uit, terwijl timing cruciaal is voor een boer.

Bij uitblijvende regen valt de bloesem uit en koffiebomen die voor het regenseizoen zijn geplant gaan dood. Tevens komt het voor, dat kunstmest en mineralen die aan de bodem zijn toegevoegd, wegstromen door onverwachte regenval. Een ander probleem dat zich aandient, is dat bomen twee maanden eerder bloesem krijgen.

Volgens Ongoma is het moeilijk inzicht te krijgen in de weervoorspellingen omdat dit per regio verschilt. Hij ziet eerder oplossingen in het opslaan van voedsel door de overheid zodra tekorten ontstaan, het kweken van alternatieve gewassen en goede irrigatie.

Best practices

• Schaduwbomen planten. Schaduw beschermt tegen de zon, waardoor planten minder uitdrogen en koffieplanten beter groeien.

• Snoeien van koffieplanten ofwel verwijderen van uitlopers, zodat energie naar de vrucht kan.

• Afgraven rond de stam van de koffieplant voor beter behoud van water, nutriënten en mest

• Natuurlijke bemesting gebruiken ter bevordering van de kringloop.

• Het aanplanten van resistente(re) gewassen. Na dertig jaar neemt de productie van een koffieplant af. De ontwikkelde nieuwelingen van het Coffee Research Institute in Kenia zijn bovendien beter bestand tegen koffieroest en de Coffee Berry Disease.

• Gebruik van mineralen op gezette tijden. Voor de verzorging van de planten moet een nauwgezet schema worden gevolgd, zodat op de juiste perioden wordt bemest, gesnoeid en mineralen aan planten worden toegevoegd.

• Irrigatie. Dit klinkt ideaal, maar de meeste boeren hebben onvoldoende middelen voor opzetten irrigatiebeheer.

Dag 3, woensdag 27 maart
We mogen vandaag een Climate Academy training bijwonen, voor boeren van de Kibukwo coöperatie en de nabijgelegen Kabunyeria coöperatie. Ook bezoeken we de laatstgenoemde coöperatie en twee boerengezinnen. Onderweg is er tijd voor twee onverwachte tussenstops. Het belang van de Climate Academy wordt direct onderstreept. Njoroge, medeprojectleider van de Climate Academy in Kenia, wijst ons op verloren oogsten. Zowel een net aangeplante maïsplantage als driejarige, jonge koffiebomen zijn volledig aangetast door de droogte. ‘Het verlies van deze koffieplantage van zo’n één hectare komt neer op een jaarinkomen van ruim 2.600 euro voor deze boer. De koffieplanten zijn nog niet verloren, maar de oogst van dit jaar is mislukt.’

We zitten in een donkere, houten schuur met koffieboeren. Via de Climate Academy leren de boeren wat klimaatverandering precies inhoudt en hoe die wordt veroorzaakt. De strekking: door toedoen van de mens warmt de aarde op. De afgelopen vijf jaar is de klimaatverandering erg zichtbaar geworden, volgens de leden. ‘Eerder was de regenval veel voorspelbaarder.’

Na de training gaan we langs bij de Kabunyeria coöperatie. De groep met 1.500 aangesloten leden, staat aan het begin van het Climate Academy programma. De boerencoöperatie heeft trainers aangesteld om leden kennis bij te brengen. Op dit moment hebben ze zestien vrijwillige Trainer of Trainers die doorgeven wat de best practices zijn.

De Fairtrade gecertificeerde groep streeft daarnaast naar het gebruik van natuurlijke mest en de teelt van biologische bonen. ‘Pesticiden tasten de smaak van de boon aan en de middelen zijn schadelijk’, aldus David Saina, voorzitter van de Kabunyeria coöperatie.

De verwachting van de coöperatie is dat dit jaar 650 duizend kilo bessen wordt geoogst door aangesloten boeren. Dat is bijna tien procent meer dan vorig jaar. Voor de beeldvorming: een struik levert bij een slechte oogst misschien 1 kilo bessen en ongeveer 6 kilo in het gunstigste geval. Vijf kilo van een boom is de leidraad. Dit levert een schamele kilo, ongebrande bonen met vlies op. Na het fermentatieproces wordt de pulp van de boon gebruikt als compost.

Dag 4: donderdag 28 maart 2019
Onderdeel van het Climate Academy programma is de installatie van biogas bij boerengezinnen. Koken op hout betekent urenlang sprokkelen, toenemende ontbossing en een toename van CO₂-uitstoot. Biogas kan een einde maken aan de ontbossing en de CO₂-uitstoot terugdringen.

We bezoeken twee boerengezinnen die aangesloten zijn bij de Kabngetuny coöperatie. Ook spreek ik met Josphet Langat (28), koffieboer in een overheidprogramma voor jonge boeren en tevens biogasinstallateur. Hij heeft vijftien biogasinstallaties aangelegd bij boerengezinnen. Werk om biogasinstallatie aan te leggen kost 160 euro (18 duizend Keniaanse shilling) en de biogasvergister kost 775 euro. Er zijn veertien biogasinstallateurs in het dorp. Langat spaart het geld voor zijn kinderen, zodat zij kunnen studeren.

Het dorp heeft driehonderd biogasvergisters. In het dorp kunnen duizend biovergisters worden gebouwd, maar of dit gebeurt, is afhankelijk van het budget van de Climate Academy.

Dag 5: vrijdag 28 maart 2019
Het is 5 uur ’s morgens en we zijn onderweg naar de Machakos regio. Het land lijkt nooit in rust. Is het niet het gospelkoor in de kerk dat tot middennacht doorgaat, dan is het wel een moskee die bij zonsopgang opent. Overal en altijd zie ik mensen. In de vroegte of late middag zijn het kinderen van of naar school, maar ook mensen op bepakte motorfietsen, in volle busjes, overbeladen vrachtwagens en ook hier rijden tuktuks. De hele dag door is het straatbeeld levendig. Landinwaarts zie ik statige huizen, maar ook de straathandel die daarmee gepaard gaat. Het aanbod van hekwerken met bijbehorende poorten is gevarieerd. Net zoals het aanbod dat bij de bijhorende tuinen en oprijlaantjes hoort. Ik vraag me af of het zo druk op straat is, omdat de werkloosheid in Kenia hoog is of omdat iedereen gewoon zijn eigen, continue handeltjes heeft.

Om werkloosheid terug te dringen en om vergrijzing tegen te gaan, worden vrouwen en jongeren gemotiveerd om koffieplantages te beginnen. International Trade Center (ITC) en de International Women’s Coffee Alliance (IWCA) ondersteunen vrouwelijke ondernemers in de koffiesector. Vrouwen hoeven hierdoor minder afhankelijk te zijn van hun echtgenoten voor een inkomen en het genereert een enorme groei in de productie bij coöperaties. Het project ‘Women in Coffee’ richt zich op vrouwen in Burundi, Ethiopië, Kenia, Rwanda, Tanzania en Oeganda. Dergelijke samenwerkingen blijken al enkele jaren goed te werken in Midden-Amerika, volgens ITC. Doordat vrouwen gevoel hebben om met koffie te werken, doen ze het vaak beter dan mannen, wordt diverse malen gesteld.

Rebecca Chepsiror

Rebecca Chepsiror (55) is getrouwd en heeft vier kinderen. Haar woning en tuin met de aangrenzende koffieplantage zien er idyllisch uit door de bloemen en de kleurrijke klimop op de binnenplaats. Chepsiror heeft zeshonderd koffiebomen. Sinds 2017 is ze Fairtrade gecertificeerd. Ze hoopt dat de vraag daarnaar zal toenemen. Problemen waarmee zij kampt, zijn de bloesem die uitvalt en schimmels die haar koffieplanten teisteren. Zo’n twee tot drie procent van de bomen wordt hierdoor aangetast.

Door mee te doen aan het Climate Academy programma hoopt ze beter onderlegd te worden en haar opbrengst te verbeteren. Ook wil ze geld sparen om nieuwe koffieplanten te kopen, maar de meest dringende investering is die in de ‘keuken’. De moeder kookt in een ruimte van drie bij drie op een krukje naast het bed van haar kleinkinderen. De geur van verbrand hout hangt in de ruimte. Zij oogt trots, maar haar droom is om op biogas te koken. Jaarlijks sterven zeven miljoen mensen door luchtvervuiling, waarvan 600 duizend kinderen. Koken binnenshuis is voor veel jonge kinderen fataal.

Thomas en Salina Marindany

Koffieboeren Thomas (57) en Salina (47) Marindany hebben zeven kinderen: vier meisjes, drie jongens. Ook hebben ze zo’n 1.500 planten. Het gezin maakt zich zorgen om het komende jaar. Ze willen dat de kinderen studeren en het gezin heeft vaste lasten. Alleen voor de jongste van tien is het onderwijs voorlopig nog gratis. Vorig jaar hadden ze een grote oogst, ongeveer vijf kilo per plant, maar dit jaar ziet het ernaar uit dat de opbrengst minder dan een kilo wordt. De droogte heeft de bloesem beïnvloed. Ook waren de najaarregens niet lang genoeg. Ondanks dat ze in totaal bijna twee hectare grond hebben voor de koe, het verbouwen van maïs, mango en bananen, vrezen ze dat ze een voorschot moeten nemen bij de coöperatie. Zo’n renteloze lening moet in elf maanden zijn terugbetaald. Het scheelt dat ze met natuurlijke bemesting de kosten kunnen drukken van kunstmest. Dit kan door de biogasinstallatie van de Climate Academy. Hoewel Salina ’s morgens vroeg de eerste koeienpoep in de biovergister staat te scheppen en doorroert met water, is het toch een grote vooruitgang. De mest die overblijft na het vergisten kan worden gebruikt voor het land. De voordelen waarvan ze profiteert tijdens het koken: ‘Geen tranende ogen, geen ademhalingsproblemen en het is veiliger voor de kinderen. Kinderen gingen vroeger wel eens zitten op de hete, ouderwetse “cooking stoof”, een ”fornuis” op de grond van klei, met enkele gaten om de pannen op te zetten. Bij het gasstel op tafel kunnen ze dat niet.’

Daarnaast is het doel van de Keniaanse overheid dat de handel in koffie opbloeit, blijkt tijdens de lancering van de lokale koffie Lecom van de Machakos Cooperative Union. De inwoners van Kenia moeten opnieuw koffieliefhebbers worden.

Volgens de overheid valt een markt te winnen. In de hele koffieketen kunnen banen worden gecreëerd voor economische groei. Dit betekent werk voor onder meer koffiebranders, vertegenwoordigers en koffiebarista’s.

Dat Kenianen weinig koffie drinken, heeft alles met het koloniale verleden te maken. Tot de jaren zestig gold een verbod op het eigen gebruik van koffie. Het waren de Britten die tijdens het kolonialisme vastlegden dat producenten alle koffie moesten overhandigen voor de handel. Hierdoor zijn de inwoners van Kenia verrassend genoeg theedrinkers geworden.

Dag 6: zaterdag 19 maart 2019
Het valt me op dat de waterinfrastructuur en afvalzuivering achterblijven bij de bezochte boerencoöperaties. Ze zijn genoodzaakt het afvalwater naar een grote kuil af te voeren om het daarna opnieuw te gebruiken. Pesticiden vervuilen het grondwater en verontreinigen de bodem, wat ik zorgelijk vind. Bovendien is hergebruik van afvalwater verboden. Als ik vraag wat de reden is, dat water niet wordt afgevangen en gezuiverd, krijg ik als antwoord dat dit een geldkwestie is. Wel benadrukken leden van de koffiecoöperaties dat het bewust wordt geloosd in een gat ver van de rivieren waar mensen drinkwater halen, maar dit neemt natuurlijk niet weg dat de grond vervuild raakt.

Ook is de opvang van het water bij de boerencoöperaties minimaal, ondanks dat de Climate Academy ondersteunt met het plaatsen van waterbassins. Van de bijvoorbeeld drie aanwezige gebouwen, heeft maar één pand bassins met regenpijpen om water op te vangen. Terwijl water juist zo’n schaars goed is. Het tekort aan water en geld zijn tevens de redenen dat het toepassen van (drup)irrigatie voor veel boeren ver weg is.

Ik besef mede hierdoor dat het (in)kopen van producten met een Max Havelaar keurmerk zin heeft. Coöperaties ontvangen immers premies bovenop de minimumprijs voor koffie. Een coöperatie rond Kipkelion betaalt de boeren 85 procent van de exportprijs uit en 15 procent blijft binnen de organisatie. Organisaties kunnen daarmee bijvoorbeeld geld investeren in materiaal voor het opvangen van regenwater.

De minimumprijs voor gecertificeerde Fairtrade koffie is omgerekend 1,25 euro per pound (450 gram). Door de premie ontvangen Fairtrade boerenorganisaties afgerond per pound minimaal 1,43 euro. ‘De minimumprijs werkt als een vangnet’, verduidelijkt Harmsen van Stichting Max Havelaar. ‘Als de marktprijs hoger ligt, dan ontvangen boeren de marktprijs. Duikt de marktprijs onder de Fairtrade minimumprijs, zoals nu bij koffie het geval is, dan hebben boerenorganisaties de garantie dat zij in ieder geval de Fairtrade minimumprijs ontvangen als bedrijven onder Fairtrade voorwaarden inkopen.’

Een minimumprijs is overigens niet hetzelfde als een minimumloon of leefbaar loon, verwarring die wel leeft in het westen. In Kenia is het minimumloon gemiddeld zo’n 3 dollar per dag, maar om te leven hebben mensen zo’n vijf dollar per dag nodig, weet Njoroge van Fairtrade Africa. Veel mensen halen dit niet. Daarom vindt de Climate Academy het belangrijk dat mensen in hun levensonderhoud leren voorzien.

Na een lange dag keren we tegen middernacht terug. Ik zie om mij heen in Nederland, maar ook tijdens de reis via sociale media, dat klimaatverandering voor veel mensen nog een ver van hun bed show is. Mijn bezoek aan Kenia bevestigde mij echter dat de effecten duidelijk zichtbaar worden in verschillende delen van de wereld. Voeg daarbij het besef dat een Keniaanse koffieplant bij een temperatuurstijging van drie graden niet meer kan groeien. Als we wereldwijd dagelijks onze 3,5 miljard kopjes koffie willen blijven drinken, is er actie nodig. Actie om samen de CO₂-uitstoot tegen te gaan en boeren te helpen, zodat koffie in de toekomst geen schaars goed wordt.

Kijk op www.theoptimist.nl/kenia voor de reisverslagen en de video. De reis is mede mogelijk gemaakt door de Nationale Postcode Loterij. Stichting Max Havelaar ontving voor het project 1,5 miljoen euro in 2017.

Yildiz Celie

Yildiz Celie

Yildiz Celie (1979) is nieuwsgierig naar het leven, optimistisch over duurzaamheid en heeft een achtergrond in de mode. Ze studeerde af aan de...

Meer over Yildiz >

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *