Freek Wessels: ‘Ik zat geramd bij Heineken’

The Optimist 3 mei 2024 Samenleving

Wat er ook over ons bestaan te melden valt, er zijn altijd mensen die het voor anderen willen verbeteren. Van kinds af aan meegekregen, door persoonlijke ervaringen geïnspireerd geraakt, intrinsiek aanwezig? Aan het woord Freek Wessels, idealist met een gezegend zakenbrein, en de man achter het formidabele Johnny Cashew.

‘Dat het ook anders kan, dat je ook iets moet neerzetten dat blijft.’

‘Dat financiële denken, daar ben ik in opgeleid en dat zit er gewoon in… En het idealisme… ik weet het niet. Ik heb dat niet per se van huis uit meegekregen. Mijn vader was sportleraar. Zorg dat je goed voor jezelf en je gezin kunt zorgen, dat was vooral belangrijk. Ik had een mooie baan bij Heineken, zat geramd daar, voor de komende jaren. Maar ja, je denkt ook, wat is er nog meer? Wereldreis gemaakt met m’n vriendin, wel echt ook met de gedachte, we gaan niet alleen maar consumeren. Laten we kijken of we wat kunnen brengen. In Kenia heb ik toen als vrijwilliger de financiële huishouding op poten gezet van het Macheo Children’s Center, dat elke dag 15.000 kinderen een maaltijd biedt. Duidelijk maken wat erin en eruit gaat, en wat er precies aan hulp tot stand gebracht wordt; essentieel voor donateurs natuurlijk, en daarmee voor de toekomst van de organisatie. Dat was voor mij een omslagmoment. Niet dat we dat niet wisten natuurlijk, maar een dagelijkse confrontatie met mensen die niets hebben, dat maakt het wel… erg echt.’

Inzicht

‘Ik kan me nog goed herinneren dat ik in Afrika in de achterbak van een jeep zat en over zo’n rode zandweg reed; door de stofwolken, langs die dorpen van rieten hutjes, naar een weeshuis. Dat is me altijd bijgebleven. Vooral hoe ik me toen voelde. Geweldig. Het is natuurlijk ook heel mooi daar. Maar het gaf me ook een inzicht. Je stopt bij die hutjes en je geeft wat geld aan de mensen, en bij het tweede dorp doe je het nog een keer, maar op een gegeven moment is je portemonnee leeg en heb je niets structureels verbeterd. Toen realiseerde ik me dat het ook anders kan, dat je iets moet neerzetten dat blijft, dat waarde creëert voor de langere termijn.’

Hij was de financiële man bij Tony’s Chocolonely, het slaafvrije-chocola ideaal; gestart met tien man en in een klein decennium uitgegroeid tot een imperium met 150 werknemers, een omzet van 70 miljoen euro per jaar. Penningmeester bij de Voedselbank Amsterdam volgde… financieel toezichthouder bij Dokters van de Wereld, wereldverbeterend advies her en der. Het echte ondernemerschap bleef trekken. Dus investeerde hij in start-up Johnny Cashew en ging er mee aan de slag om het verder op te schalen. Cashewnoten komen vooral uit Afrika maar worden gepeld in Vietnam en India. Dat betekent een omreis van vele duizenden kilometers. Johnny Cashew haalt die omreis en daarmee meer dan de helft in procenten van de CO2-uitstoot eruit, en compenseert wat er over is. Daarbij heeft de onderneming in Tanzania een fabriek waar 600 vrouwen werken, die net zoals de betrokken boeren een inkomen verdienen dat zicht biedt op een betere toekomst voor hen, en hun kinderen

 

Tekst: Gijs de Swarte     Foto: Yani

The Optimist

The Optimist

The Optimist is een onafhankelijk opinietijdschrift over mensen en ideeën die de wereld veranderen.

Meer over The Optimist >

Reacties

Geef een reactie