Het kabinet mag duurzaam aan de slag

Laura Boeters 198 mei / juni 2021 Samenleving

In 2015 ondertekende Nederland samen met 192 andere landen de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Van een overheidsbeleid dat actief bijdraagt aan deze duurzame doelstellingen kwam het echter niet. SDG Spotlight Nederland publiceerde hierover een kritisch rapport, met de focus op twee doelen: SDG 10 (ongelijkheid verminderen) en SDG 15 (gezonde ecosystemen en biodiversiteit). Volgens het SDG Spotlight-team valt er voor de nieuwe regering op dit gebied veel te winnen.

Het frame dat Nederland het goed doet met de Duurzame Ontwikkelingsdoelen, ook wel Sustainable Development Goals (SDG’s), klopt niet, meldt SDG Spotlight Nederland. De afgelopen jaren zette het kabinet het behalen van de doelen helaas niet centraal in het beleid. Dit terwijl veel gemeenten, maatschappelijke organisaties, bedrijven, kennisinstellingen en burgers enthousiast met de doelen aan de slag gingen. Om de Nederlandse overheid een duw in de goede richting te geven, publiceerde het SDG Spotlight-team afgelopen maart zijn bevindingen en aanbevelingen in de rapportage ‘De Vrijblijvendheid Voorbij’.

‘De overheid is nu echt aan zet.’

Op het gebied van sociale en ecologische duurzaamheid (SDG 10 en SDG 15) kan en moet het volgens het rapport veel beter; de effecten van ons economisch beleid en van de Nederlandse consumptie, productie, handel en investeringen zorgen juist voor toenemende ongelijkheid en verlies aan biodiversiteit. Ellen van Reesch, auteur van het rapport, legt uit hoe dit kon gebeuren: ‘Er was de afgelopen jaren geen breed gedragen commitment om bestaand beleid aan te passen aan de SDG’s. Het ministerie van Buitenlandse Zaken vertegenwoordigde Nederland bij de totstandkoming van de SDG-agenda. Het is geen juridisch bindende overeenkomst. Ik denk dat de agenda en de implicaties ervan voor Nederland bij veel andere onderdelen binnen de overheid onvoldoende bekend waren.’ Ook de neiging van rijke landen om de SDG’s als een agenda voor ontwikkelingslanden te zien speelt mee: ‘Men denkt vaak: wij doen het al goed. Vervolgens is de agenda niet vertaald in een nationale strategie. Er is bewust voor gekozen om de agenda bij de samenleving neer te leggen, als iets wat we “met zijn allen” moeten bereiken, zonder een duidelijke regierol voor de overheid. Daarbij wordt er veel te weinig getoetst welke effecten het overheidsbeleid heeft. Het zou anders volstrekt duidelijk zijn dat we met het regeerakkoord van 2017 de SDG’s niet halen.’ In de kern is volgens Van Reesch het economisch belang de voornaamste reden dat Nederland slecht scoort op SDG 10 en 15. ‘Uiteindelijk gaat het vooral vaak mis omdat de korte termijn financiële belangen van bedrijven dominant zijn. Politiek en bestuur en het bedrijfsleven zijn te veel met elkaar verstrengeld.’

Weeffout herstellen

De verstrengeling van overheid en zakenwereld is dan ook de hoek waar we moeten zoeken naar oplossingen. In het rapport wordt ‘de bijna ongelimiteerde ruimte voor multinationals en bedrijven om geld te verdienen op basis van lage loonkosten en het gratis gebruik van natuurlijke hulpbronnen’ een basisweeffout genoemd die het behalen van de doelen in de weg staat. Een belangrijke voorwaarde om deze weeffout te herstellen is om meer afstand te scheppen tussen de publieke sector en het bedrijfsleven, stelt Rosa van Driel, die namens Building Change deel uitmaakt van het SDG Spotlight-team. ‘Besluitvormingsprocessen moeten transparanter worden en meer toegankelijk voor burgers en maatschappelijke organisaties. Om dit te bereiken moeten we blijven hameren op transparantie en laten zien hoe groot en ongezond de invloed van het bedrijfsleven nu is.’

Overheid aan zet

Om de vrijblijvendheid van het beleid daadwerkelijk te laten varen, moeten volgens het rapport de doelen op het gebied van sociale en ecologische duurzaamheid vaker verankerd worden in bindende wetgeving. ‘Dit vraagt om het beëindigen van doorgeslagen deregulering. Dit is wel een thema dat leeft. Er is momenteel ook politieke interesse in meer maatschappelijk verantwoord ondernemen door Nederlandse bedrijven’, zegt Van Driel. ‘Als het gaat om de verantwoordelijkheid die bedrijven hebben in internationale handels- en productieketens, is de overheid nu echt aan zet. Er ligt sinds 10 maart een initiatiefwet van ChristenUnie, GroenLinks en Partij van de Arbeid die hierin een goede stap zet. Ook D66 en CDA lijken geïnteresseerd, maar geven de voorkeur aan afspraken op Europees niveau. Partijen meer rechts van het politieke spectrum vinden het belangrijk om een gelijk speelveld te houden voor Nederlandse bedrijven. Omdat vrijwillige convenanten niet effectief blijken te zijn, en het wetgevingsproces binnen de Europese Unie een stuk trager is, is de initiatiefwet een mooie manier om dat gat op te vullen.’

Steun in de rug

In de rapportage wordt de hoop uitgesproken dat de nieuwe regering het aandurft om krachtig te sturen op een duurzame samenleving, met integraal en minder vrijblijvend beleid. Daarbij onderstreept het SDG Spotlight-team geen afbreuk te willen doen aan de inspanningen van allen die zich al inzetten voor de SDG’s, ook binnen de overheid. Met het rapport wil het juist een steun in de rug geven. Die steun in de rug bestaat uit een kant-en-klare verander-agenda voor de rijksoverheid, op basis van SDG 10: Ongelijkheid verminderen en SDG 15: Leven op het land.
Hoewel de rol die Nederland nu speelt ten aanzien van kansengelijkheid én behoud van natuur en biodiversiteit in binnen- en buitenland volgens het rapport niet positief is, blijven de initiatiefnemers hoopvol over de stappen die het nieuwe kabinet de komende jaren kan gaan zetten. Van Reesch: ‘In het verleden heeft Nederland bijvoorbeeld een positieve rol gespeeld in de totstandkoming van internationale, ambitieuze afspraken over natuurbehoud, dus het kán wel.’ •

Lees het rapport via www.sdgspotlightnederland.nl