Evolutie & Kapitalisme: dat is niet zweverig

The Optimist 31 mrt 2024 Samenleving

Niks is zo natuurlijk als concurrentie (behalve het menselijke vermogen om de natuur uit te dagen)

Ik las onlangs het boek van Cor Hospes – medeauteur bij Boom Uitgevers – Hart voor Zaken, die durft te zeggen waar het op staat: ‘We hebben behoefte aan liefdevolle organisaties’. Minder angst, méér liefde. Wie wil dat nou niet? Géén grensoverschrijdend gedrag meer, géén uitputting van mens & milieu en géén ratrace. Toch zit angst diep geworteld in onze maatschappij, en dus ook in onze werkcultuur. Zo diep dat een oproep tot liefde vaak als ‘zweverig’ bestempeld wordt. Het boek deed me denken aan hoe dat komt. Ik dacht aan Charles Darwin, concurrentie en het kapitalisme. En over de vraag of we onze natuurlijke driften kunnen ontstijgen op weg naar liefdevolle samenwerking.

Biomimicry

Ik loop al een tijdje rond met het idee dat het klassieke kapitalisme zo goed bij de mens past omdat het een vorm van biomimicry is. Biomimicry betekent: ‘het nabootsen van de natuur’. De onderliggende gedachte is dat de natuur millennia heeft gedaan over het perfectioneren van systemen, en dat deze systemen waarschijnlijk slimmer zijn dan wat wij mensen kunnen bedenken. Om te leren hoe vogels vliegen bijvoorbeeld, maakte Da Vinci gedetailleerde aantekeningen van hun aerodynamica. Deze aantekeningen werden vervolgens door de gebroeders Wright gebruikt voor hun ontwerp voor het eerste vliegtuig. Indirect was het de natuur die ons leerde vliegen. Biomimicry dus.

De natuur, zo weten we van Darwin, gaat over concurreren. Kapitalisme, zo weten we van Adam Smith, gaat óók over concurreren. Zou dit de reden zijn dat het kapitalisme zo’n vogelvlucht nam? We leren het als kind op school: als je het goed wil hebben moet je anderen voorbijstreven. Concurrentie is ons dierlijke instinct sinds de oertijd, en het kapitalisme is gebaseerd op datzelfde instinct. Een sterk voorbeeld van biomimicry? Ik denk van wel.

Oerdrift

Kapitalisme en concurrentie dus. We zijn sinds de oertijd niet veel verder gekomen dan het elkaar bevechten voor onze welvaart. We doen dat niet meer met speren, maar met geld. Scheelt een hoop gedoe en bloedverspilling. Mijn punt? Concurrentie in de jacht op welvaart is een mechanisme gebaseerd op angst. ‘Wat als ik niet genoeg heb? Blijf ik straks achter? Kan ik straks wel overleven? Help!’

Ook als je kijkt naar Homo labora – de werkende mens – is angst om te overleven wat de klok slaat. Van jongs af aan worden we gewaarschuwd dat het slecht met ons af zal lopen als we niet leren concurreren. En als ik kijk naar hoe een gemiddelde organisatie werkt, is deze angst alom aanwezig met betrekking tot het recht van voortbestaan. ‘Wat als we onze targets niet halen? Moet het niet nóg efficiënter? Verlies ik straks mijn baan? ‘Paniek!’

Nood breekt wet

Kapitalisme bootst onze oerdrift tot concurrentie na. Biomimicry dus. Wij zijn onze natuur. We kunnen die eeuwige concurrentie maar beter accepteren, want tegen de natuur vechten is zinloos. Toch? Ik denk van niet.

Het zit namelijk óók in onze natuur om de natuur uit te dagen. Sinds de agriculturele revolutie zetten we de natuur op grote schaal naar onze hand om onze welvaart te verbeteren. Op dit moment is milieuvervuiling een serieuze bedreiging voor die welvaart. En het zou me niet verbazen als geo-engineers en/of fusie-wetenschappers ons over een halve eeuw uiteindelijk een weg bieden uit de klimaatcrisis. Dat is zo prettig aan Homo sapiens: we maken er een potje van, om vervolgens net zo lang te sleutelen tot we onze weg vinden naar een betere wereld.

Zouden we ook kunnen breken met de natuurwetten die bepalen dat het leven een concurrentiestrijd is? Hoe zou een maatschappij eruitzien gebaseerd op liefde en het delen van overvloed in plaats van angst en concurrentie? Hoe zouden we welvaart definiëren binnen die maatschappij, en wat zou dat betekenen voor de manier waarop we samenwerken? Zijn we daar klaar voor? Nog niet, denk ik. We hebben nog een aanloopje nodig om te bewijzen dat liefde een betere overlevingsstrategie is dan angst. Altijd al geweest, denk ik overigens.

Meer liefde, minder angst

Als ik kijk naar de leer van de samenwerkende mens -organisatiekunde-  worden de eerste stapjes in die aanloop naar liefdevol samenwerken genomen. Organisaties zijn zichzelf opnieuw aan het uitvinden in het dienen van een hoger, maatschappelijk doel (in bedrijfsjargon: purpose), in plaats van winstmaximalisatie. Ze beginnen hun medewerkers als mens te behandelen, in plaats van als grondstof. En ondertussen bewijzen tal van wetenschappelijke onderzoeken dat liefdevolle organisaties die werken aan liefdevolle doelen beter presteren. Ook in een kapitalistisch systeem gebaseerd op concurrentie.

Meer liefde in onze organisaties. Minder angst. Er is dus onlangs een boek over geschreven, door Cor. Het is een boodschap die door leiders geschoold in de managementtheorie van de jaren ‘80 en ‘90 wordt bestempeld als zweverig en ‘zacht’. Een boodschap die zelfs als bedreigend wordt gezien door mensen die hun identiteit ontlenen aan het goed kunnen concurreren. Ook dat snap ik wel.

Andere tijden

Toch zit het in onze menselijke natuur om de natuur naar onze hand te zetten. Durven we ook onze eigen menselijke natuur uit te dagen en te overstijgen? Het kapitalisme heeft ons lange tijd goed bediend als een vreedzame buffer voor onze oerdriften. Wordt het niet eens tijd om die oerdrift tot concurrentie voorgoed achter ons te laten in de wetenschap dat liefde een betere raadgever is dan angst? We beschikken namelijk over voldoende grondstoffen en technologie om die liefdevolle wereld een werkelijkheid te maken, en onze economie te hervormen. Dat is best iets om optimistisch over te zijn.

Ook ik schreef onlangs een boek – ‘Betekenis en Bullshit’ – over de oprechtheid van werkende mensen en bedrijven. De meeste bullshit in ons professionele leven komt voort vanuit een angst om niet goed genoeg te zijn. Want als concurrentie het uitgangspunt is, is het nooit goed genoeg zolang je jezelf kan vergelijken met iemand die het beter doet. Dat gevoel brengt niet het beste in ons – of onze organisaties – naar boven.

Het is hoog tijd dat we breken met het hardnekkige verhaal over dat het leven een concurrentiestrijd is. Zodat we later terug kunnen kijken op die gekke groeistuip in de menselijke geschiedenis waarbij we dachten dat het vergaren van zoveel mogelijk kapitaal het hoogste doel was. Op dat moment zullen we zeggen: we maakten er een potje van, maar we sleutelden net zolang aan een betere wereld totdat hij er was.

Als ik om me heen kijk zie ik een grote behoefte aan meer liefde, en minder angst, zoals Cor ook schrijft. Niet alleen op ons werk, maar ook in ons onderwijs, onze persoonlijke levens, en in onze maatschappij in het algemeen. Een oproep om de natuur uit te dagen en haar te overstijgen. Om onszelf uit te dagen en te overstijgen.

Dat is niet zweverig.

Stephan Ummelenauteurspreker

The Optimist

The Optimist

The Optimist is een onafhankelijk opinietijdschrift over mensen en ideeën die de wereld veranderen.

Meer over The Optimist >

Reacties

Geef een reactie