‘Mensen, het is lastig maar het kan…’ De woorden van Jan Terlouw

The Optimist 27 nov 2020 Natuur & Milieu

Jan Terlouw staat bekend als kernfysicus, voormalig D66-politicus en schrijver. Inmiddels leeft hij op 89-jarige leeftijd een teruggetrokken bestaan als hobbyboer op een landgoed in Twello. Zijn pleidooi bij De Wereld Draait Door voor een samenleving met een ‘touwtje uit de brievenbus-cultuur’ raakte kijkers in het hart en hij werd zelfs tot ‘vader des vaderlands’ uitgeroepen. Auteur Marjolein Westerterp ging dit jaar met Terlouw in gesprek over thema’s als verandering, leiderschap, fantasie, liefde, optimisme en vrijheid. In het boek ‘Mensen, het is lastig maar het kan…’ De woorden van Jan Terlouw zijn hun gesprekken te lezen, voor iedereen die wel een hart onder de riem kan gebruiken. Lees hieronder een van de hoofdstukken uit het boek.

De aarde, compagnon of slaaf

Waar het gaat over het pleidooi voor het respectvol omgaan met de aarde, is Jan Terlouw.
‘Ik weet dat ik al vanaf mijn jeugd een ongerustheid over de natuur heb gehad. Het kan door mijn ouders komen, die hielden enorm van de natuur. Liefde voor de natuur hoort bij je karakter.’ Natuurlijk. Een pleidooi voor duurzaamheid verscheen in 2018 als een essay tijdens de Boekenweek. Het is een pamflet, een oproep en een onderbouwing van hoe en waarom we beter om moeten gaan met de natuur, met onze planeet. Terlouw ontwaart er ook romantiek in, zoals de bruidsvlucht van de koningin van het bijenvolk. ‘Zij is de sprintster die door de mannetjesbijen gevolgd wordt. Dat zijn langeafstandsvliegers, volhouders. De sterkste haalt de koningin in en bevrucht haar.’ Of in de beschrijving van het madeliefje dat haar blaadjes heeft geopend voor de zon, het gele gezichtje stralend in het zonlicht. Als het nacht is, bedekken de witte blaadjes het hartje. Wordt ze wakker dan vouwt ze haar blaadjes open en lacht weer naar de zon. ‘Het is een troost dat ondanks dat wij druk bezig zijn de aarde te verwoesten, zij er nog wel even zullen blijven en ze zijn binnen handbereik.’

Wat is het verhaal dat je naast de romantische waarnemingen en de waarschuwing wilde vertellen?
‘Toen onze oudste dochter Sanne een jaar of negen was vroeg ze waar de mensen vandaan komen. Ik vertelde haar dat daar verschillende meningen over bestaan. Eerst heb ik het verhaal verteld zoals dat in Genesis staat, hoe Adam door God uit aarde werd geboetseerd en leven ingeblazen kreeg. Hoe Eva vervolgens uit zijn rib werd geboren en hoe ze vredig in het paradijs mochten leven. Ze mochten alles doen wat ze wilden, er was maar één ding wat ni§et mocht en dat was de vruchten eten van de boom van de kennis van goed en kwaad. Als ze het wel deden, zouden ze te weten komen wat kwaad was. Natuurlijk deden ze het toch en werden ze uit het paradijs verdreven. Ze werden sterfelijk, net als hun nakomelingen. Het andere verhaal ging over de evolutietheorie van Darwin. Alles wat leeft probeert te overleven en het zo goed mogelijk te hebben, ook als dat ten koste gaat van ander leven. Als de omstandigheden veranderen, redden vooral die exemplaren het die een eigenschap hebben die hen geschikt maakt om in die nieuwe omstandigheden te overleven. Ik gaf een voorbeeld van een vlinder. Stel dat er een vlinder wordt geboren met toevallig grote zwarte vlekken op zijn vleugels. Ze lijken op de ogen van een roofdier. Als de vlinder belaagd wordt door een vogel slaat hij zijn vleugels open en de vogel schrikt en laat de vlinder gaan. De vlinder krijgt nakomelingen met ook van die zwarte vlekken en dat is de vlindersoort die uiteindelijk weet te overleven. Ik vroeg aan mijn dochter welk verhaal volgens haar het meest waarschijnlijk was. Ze antwoordde: “Ik zou willen het eerste, maar ik denk het tweede.”’

‘De essentie, het unieke van het menszijn is moraal’

Het paradijsverhaal heeft natuurlijk een prachtige filosofische boodschap, de natuur brengt een organisme voort dat het verschil gaat zien tussen goed en kwaad.
‘Uniek in de amorele natuur. De essentie, het unieke van het menszijn is moraal. Soorten hebben elkaar nodig om te overleven, ze zijn elkaars vijand en vriend. Ze kunnen niet zonder elkaar. De mens vond wapens uit die het hem mogelijk maakte dieren uit te roeien.’

En de conclusie?
‘De meeste mensen zijn niet bereid hun leven grondig te veranderen voor een abstract idee als het redden van de aarde. Dat doen ze alleen als het voortbestaan van hun kinderen, hun familie, hun streek en uiteindelijk hun land op het spel staat. We zullen die meerderheid in beweging moeten krijgen.’

Jouw bewustwordingstocht begon al in de jaren zeventig. Toen al had je grote zorgen over de bedreiging van natuur en milieu. Je werd minister van Economie en Energie en je bleef je bezighouden met het milieu. In jouw optiek zijn deze drie thema’s onlosmakelijk met elkaar verbonden.
‘Ik was toen al kritisch over de wegwerpmaatschappij, waarin we niet produceren om behoeften te bevredigen, maar waarin we behoeften scheppen om te kunnen produceren. Er worden zo vaak geen echte behoeften bevredigd, maar kunstmatig gecreëerde. De vraag naar consumptiegoederen stijgt en de noodzaak van schaarse goederen als schone lucht en natuur, wordt versluierd. Deze roofbouweconomie leidt tot uitputting van grondstoffen en tot verwoesting van het milieu. Het probleem moet dan ook bij de bron worden aangepakt. Onze economische orde is het hoofdprobleem. Daarmee hangt alles samen: de planologie, vervuiling van lucht, bodem en water, onze wijze van leven, ons onderwijs. Ik zie niet hoe je uit de problemen kunt komen, als we niet onze groeien weggooi-economie omzetten in een op stabiliteit gerichte economie, die de groei wil zien in dienst van het welzijn en niet in dienst van groei om de groei.’

Moest de Oosterschelde afgesloten worden om de veiligheid van de Zeeuwen te garanderen of moest hij opengehouden worden, om een uniek natuurgebied te beschermen? Het was een lastig dilemma waar Jan Terlouw zich vanaf zijn aantreden als Kamerlid begin jaren ’70 in vastbeet en waarmee hij zijn reputatie als milieubeschermer definitief vestigde. Over het hele proces dat volgde, legde hij verantwoording af in het boek Oosterschelde windkracht 10.

En toen vond je mijn vader tegenover je. Tjerk Westerterp, destijds minister van Verkeer en Waterstaat. Hij wilde de Oosterschelde sluiten, van jou moest hij openblijven. Er dreigde zelfs een kabinetscrisis. Verrast kijkt hij op en brengt vervolgens galant de strijd terug naar wat de politiek is: het volgen van een democratische besluitvorming.
‘Er kwam een aanpak in fases, een typische compromisoplossing: de Oosterschelde werd afgesloten door een schuivendam, waardoor het getijdenverschil en het zoute water bleven. Daarmee had de natuur toch een beetje gewonnen. Het was naar mijn mening van grote betekenis voor de ontwikkeling van Nederland, zo’n prachtige technologische oplossing. Voortaan konden we zeggen: bij de Oosterschelde kon het ook, al was het peperduur. Ik voelde een zekere trots over wat mede door mijn inzet langs democratische weg besloten is. De vraag die ik me later stelde, was of dit nu werkelijk een democratische besluitvorming was geweest? We hadden wel moeten dreigen met een kabinetscrisis, waardoor een meerderheid is gezwicht voor een minderheid. Maar goed, die minderheid had er wel een kabinetscrisis voor over, de meerderheid niet. Er was zoiets als een gewichtsfactor aan de stemmen van de minderheid toegevoegd. Dat mag. Met de gekozen oplossing waren de politieke tegenstellingen overbrugd.’

Een overwinning van de democratie.
Blijft er dan wrevel of animositeit hangen? ‘Je vader heeft het besluit voortvarend en met toenemende overtuiging uitgevoerd, als een goed democraat, en ik kon daarna weer prima een borreltje met hem drinken.’

Was het vroeger, om maar een cliché uit de kast te halen, dus beter?
‘Het was in ieder geval gezelliger. We konden enorm met elkaar lachen, er werd wellicht meer dan nu gedronken. Als ik nu incidenteel nog eens op het Binnenhof kom, vraag ik me af of het nog net zo gezellig is als vroeger. Gingen we toen als politici uit verschillende partijen gemakkelijker met elkaar om? Wie het weet, mag het zeggen.’

Vijftig jaar later. Jouw meningen zijn alleen maar sterker geworden, je oproep urgenter. Als je ziet wat er in de wereld aan de hand is, waar we vaak geen enkele invloed op kunnen uitoefenen, hoe ga je daarmee om? Maak je je er druk over, heb je er slapeloze nachten van?
‘Het wonderlijke is dat mijn levensvisie en mijn kijk op de wereld tamelijk pessimistisch zijn, maar ik heb wel een optimistische aard. Ik kijk naar de aarde en ik weet behoorlijk zeker dat we minder fossiele energie moeten verbranden om onze nakomelingen een goed leven te geven, en toch blijven we olie verstoken. Ja, daar zitten we allemaal mee, met een tamelijk absurde wereld waarin je probeert zo goed mogelijk je weg te vinden. Ik ben inmiddels een oude man en heb al zo lang allerlei dingen zien gebeuren. Ik heb in de natuurkunde gezien hoe klein mijn bijdrage was, hoe langzaam de vooruitgang is. In de politiek maak je mee, ervaar je hoe moeilijk het is compromissen te sluiten, om de goede richting in te slaan. Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar, en op een gegeven moment leer je daar toch een beetje in berusten. Weet je, er is ook zoveel moois in het leven. We hebben de kunsten, we hebben de liefde, de schoonheid, de prachtige relaties met mensen, met je kinderen, je vrienden. Het leven is ook zo verrassend en de natuur is zo prachtig. Dat compenseert voor mij heel veel van de absurditeit. Ik blijf zeggen dat er oplossingen zijn, niet eens heel moeilijk, dat we bijna op dezelfde voet verder kunnen leven wat betreft welvaart en comfort, als we meer rekening houden met wat de natuur aankan.’

Want de natuur verandert haar wetten niet, de mens wel.
‘Ik vind de situatie vrij alarmerend, omdat de klimaatveranderingen inmiddels sneller gaan dan voorzien. Het menselijk handelen is zo massaal en verreikend geworden dat de effecten ervan overal op aarde merkbaar zijn.

‘We behandelen de natuur als onze slaaf en niet, zoals zou moeten, als onze compagnon, als partner’

Wetenschappers stellen voor om de periode waarin we nu leven daarom het antropoceen te noemen – anthropos betekent mens –, een tijdperk waarin menselijk handelen een bepalende invloed heeft op de toestand van de aarde. Door ons handelen laten we de aarde slechter achter dan we hem aantroffen. We handelen niet duurzaam, we behandelen de natuur als onze slaaf en niet, zoals zou moeten, als onze compagnon, als partner. De gezondheid van de natuur is even belangrijk als die van onszelf. We moeten naar het voorbeeld van het tropische regenwoud handelen, waar alles plaatsvindt in kringlopen. Onze economie moet circulair worden met gebruik van zonne-energie. Het is aan de politici om de benodigde maatregelen te nemen. Om de bevolking te leiden. Ja, dat kan alleen als de bevolking het wil, anders word je als politicus bij de eerstvolgende verkiezingen genadeloos afgestraft. Maar waarom zou de bevolking het niet willen? Omdat ze het niet weten? Omdat ze niet weten welke gevaren en nadelen hun nakomelingen bedreigen? We willen er toch alles aan doen om onze kinderen en kleinkinderen een goed leven te gunnen? En toch staan welvaart, consumptie en economie, kortom al onze nu-verlangens hoger op de prioriteitenlijst dan biodiversiteit, dierenwelzijn en natuurbehoud.’

De natuur is in gevaar, daar bestaat geen twijfel over.
‘Maar het gevaar is naar mijn mening nog oplosbaar, of in ieder geval beheersbaar. Als we dat willen. We zijn in de afgelopen anderhalve eeuw ontwikkeld tot een samenleving die helemaal gericht is op groei van de economie. Als er daar iets in mis gaat, zoals bij de financiële crisis twaalf jaar geleden, is het recept voor genezing groei van de economie. We hebben een samenleving waarin vaker de vraag wordt gesteld wat iets oplevert, dan wat belangrijk of rechtvaardig is. We verspillen voedsel, landbouw is geïndustrialiseerd en te grootschalig. Alle technologie brengt de natuur in grote problemen en hoe erg het is, dringt niet snel genoeg tot ons door. Er is heel veel nodig, maar ook heel veel mogelijk. Ja mensen, het zal moeilijk zijn, maar het kan. Daarvoor moet de politiek haar macht terugpakken en investeringen in duurzame energie afdwingen, op een verantwoorde wijze. Onze planeet bestaat vierenhalf miljard jaar en er zijn altijd enorme veranderingen geweest, maar meestal op een tijdschaal van minstens tienduizenden jaren, vaak langer. Nu zijn mensen zo invloedrijk geworden dat we dingen veranderen in tientallen jaren. Soms zijn het veranderingen ten goede, maar als het om de natuur gaat, veranderen we de aarde zo snel dat onze kleinkinderen daar, als gezegd, grote problemen mee krijgen. Veert op. Dat vind ik volstrekt onverantwoord en het is ook helemaal niet nodig. Het is heel goed oplosbaar, er is meer dan genoeg duurzame energie. Maar we doen het niet en dat maakt me kwaad. We doen het pas als er grote rampen komen. We zijn slechte rentmeesters.’

Marjolein Westerterp
Boekinformatie

‘Mensen, het is lastig maar het kan…’ De Woorden van Jan Terlouw
Marjolein Westerterp
ISVW Uitgevers
ISBN: 9789492538949
192 pagina’s
€ 17,50
Te verkrijgen bij de lokale boekhandel of via de website van ISVW Uitgevers
The Optimist

The Optimist

The Optimist is een onafhankelijk opinietijdschrift over mensen en ideeën die de wereld veranderen.

Meer over The Optimist >

Reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met