Een plant om op te eten

Quinoa, een oude Zuid-Amerikaanse plant, kan wel eens een oplossing bieden voor de stijgende graanprijzen en mondiale voedselvoorziening.

Een blauwe vrachtauto staat in het zand. Volle zakken staan klaar om ingeladen te worden. Op een akker bij het dorp Buena Vista, in het zuidwesten van Bolivia, is de quinoaoogst in volle gang. Mannen leggen de afgeknipte stengels bij elkaar, om er met de auto overheen te rijden. Daarna zeven ze de geplette planten in een houten bak met een stuk gaas als bodem. Sommige boeren hebben hun vrouwen meegebracht, die daarna het gezeefde mengsel vanaf ruim een meter hoogte op een stuk zeil strooien, zodat de wind de quinoakorrels scheidt van de laatste plantenresten. Kinderen spelen op de akker.

‘De oogst is goed dit jaar’, zegt Dionisia Lutino, die met haar man is meegekomen. Gekleed in een wijde rok en de bolhoed die bijna alle vrouwen hier dragen, doet ze de geoogste korrels in een juten zak. ‘Er is veel regen gevallen’, verklaart Lutino. Ze schat dat de opbrengst daardoor bijna vier keer zo hoog is als vorig jaar. De quinoa verkopen ze aan de boerencoöperatie ANAPQUI voor ongeveer 13 bolivianos (1,50 euro) per kilo. Dat is ruim twee keer zo veel als een paar jaar geleden. ‘Er is volop vraag naar quinoa’, zegt Lutino. ‘Alles wat we produceren, raken we met gemak kwijt.’

Door droogte mislukte de afgelopen maanden de oogst van maïs en graan in onder meer de Verenigde Staten. Voedselprijzen op de wereldmarkt stijgen, waardoor vooral de stedelijke bevolking in arme landen financieel in de problemen raakt. Andere, minder bekende gewassen, die minder water nodig hebben, zijn volgens de Verenigde Naties een deel van de oplossing. Veel wordt verwacht van het uiterst voedzame quinoa, dat ook wel ganzenvoet wordt genoemd. ‘Het gewas heeft de potentie om wereldwijd de voedselzekerheid te vergroten’, aldus een recent rapport van de Voedsel en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, de FAO. De VN hebben 2013 uitgeroepen tot internationaal jaar van de quinoa. Dat is bijna meer dan symbolisch: quinoa kan wel eens een belangrijke rol gaan spelen in de mondiale voedselvoorziening, met name ook in Afrika.

Quinoa, met als officiële Latijnse naam chenopodium, is een traditioneel gewas dat al duizenden jaren wordt gebruikt in ZuidAmerika. Het bevat veel aminozuren, proteïnen en mineralen, en het is glutenvrij. Volgens voedingsdeskundigen is het gewas een volwaardige vervanging voor vlees. Quinoa heeft weinig water nodig om te groeien; zelfs in de halfwoestijn van Bolivia, waar soms maar 200 millimeter regen per jaar valt, kan het worden geoogst. De quinoaplant produceert zijn eigen afweermiddel tegen insecten, waardoor minder pesticiden nodig zijn. De Inca’s noemden quinoa ‘de moeder van alle granen’. Het gewas lijkt inderdaad op graan, maar is in werkelijkheid familie van spinazie.

In Europa en de Verenigde Staten groeit de interesse in quinoa, dat vooral op hoogvlaktes in de Andes wordt geteeld. Het Hoogland van Bolivia is een van de belangrijkste teeltgebieden. De export uit Bolivia, na Peru de grootste producent, groeide in 2011 met 36 procent tot een waarde van ruim 50 miljoen euro. Boeren in Bolivia, volgens VNstatistieken het armste land van ZuidAmerika, hebben hun inkomens zien stijgen. Quinoa is in Nederland te koop in de supermarkten van onder meer Albert Heijn en PLUS.

De FAO onderzoekt de teelt van quinoa in andere werelddelen. ‘Er zijn vooral mogelijkheden in gebieden waar de bevolking weinig proteïnerijk voedsel eet of waar het droge klimaat een belemmering vormt voor goede opbrengsten’, schrijft FAOtopman Alan Bojanic in het vorig jaar verschenen rapport Quinoa: an ancient crop to contribute to world food security.

Alleen in landbouwgebieden waar het extreem heet is, zoals grote delen van de Sahel in Afrika, liggen weinig kansen voor quinoa. Verder zijn er volop perspectieven. Het gewas is bestand tegen nachtvorst, maar niet tegen temperaturen boven de veertig graden. De zaden houden van water, maar hebben minder nodig dan bijvoorbeeld maïs en graan. Als ze eenmaal zijn ontkiemd, gedijen ze het best in droge omstandigheden, veel regen is niet goed.

Kenia is een van de landen waar succesvol is geëxperimenteerd met quinoa, op proefvelden werd een opbrengst gehaald van 4000 kilo per hectare, wat aanmerkelijk hoger is dan de gemiddelde opbrengst in ZuidAmerika. OostAfrika heeft als voordeel dat het klimaat er door de grote hoogte milder is dan in WestAfrika. Buiten Afrika blijkt quinoa goed te groeien in onder meer India en de Verenigde Staten. Ook in Europa zijn mogelijkheden om het te telen, zelfs in Nederland (zie kader).

President Evo Morales van Bolivia laat geen gelegenheid onbenut om de bijzondere eigenschappen van quinoa internationaal onder de aandacht te brengen. Hij is de initiator van het internationale quinoajaar. Als eerste Indiaanse leider van Bolivia, beschouwt Morales quinoa als deel van het nationaal erfgoed. Graag benadrukt hij hoe Spaanse kolonisatoren vanaf de zestiende eeuw probeerden om boeren graan in plaats van quinoa te laten verbouwen. Pas nadat de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA quinoa ontdekte als astronautenvoedsel begon het aan een comeback.

Boeren in Bolivia varen wel bij de internationale interesse in quinoa. ‘Het leven op het platteland krijgt een nieuwe impuls’, zegt Primo Lucas, voorzitter van de dorpsraad in het bergdorp Huanaque. ‘Decennialang was het leven erg zwaar voor boeren, maar nu biedt de teelt van quinoa nieuwe kansen.’ In het nieuwe gemeenschapshuis in Huanaque knipt Lucas het licht aan. Sinds kort heeft het dorp zijn eigen zonnepanelen. ‘Bijna iedereen hier heeft zijn leven de afgelopen jaren zien verbeteren.’

Bijna alle huizen in Huanaque, waar slechts een paar honderd mensen wonen, zijn gemaakt van aan elkaar gemetselde rotsblokken en hebben daken van gedroogd gras. Op een open plek graast een kudde lama’s. Ze worden gefokt voor de slacht en voor hun wol. Samen met quinoa vormen de dieren de belangrijkste inkomstenbron voor de lokale boeren.

In de bergen rondom Huanaque zijn de afgelopen jaren nieuwe stukken landbouwgrond in cultuur gebracht. President Morales heeft een speciaal kredietfonds ingesteld om de teelt van quinoa uit te breiden van de huidige 50.000 hectare naar 200.000 hectare. De interesse onder boeren is zo groot dat conflicten over landbouwgrond toenemen. In april vielen er gewonden bij gevechten tussen twee boerengemeenschappen op de hoogvlakte.

Niet alle deskundigen delen het optimisme over de bijdrage van quinoa aan wereldwijde voedselzekerheid. ‘Het is ingewikkeld om boeren te laten overstappen op nieuwe gewassen’, zegt Ken Giller, hoogleraar plantenkunde aan Wageningen Universiteit. ‘Ze zaaien liever gewassen die ze al generaties lang kennen, dan nieuwe gewassen die zich nog niet hebben bewezen.’ Giller heeft daar begrip voor. ‘Dit conservatisme is niet per se negatief’, zegt hij. ‘In eerste instantie geven nieuwe gewassen vaak goede resultaten. Maar een paar jaar later gaat het mis, onder meer omdat het even duurt voordat plantenziektes tot wasdom komen. Hoe de teelt van quinao elders ter wereld in de praktijk uitpakt, is nog lang niet duidelijk.’

Zeker is wel dat er in het verleden indrukwekkende resultaten zijn geboekt met de introductie van ZuidAmerikaanse gewassen op andere werelddelen. De aardappel, afkomstig van dezelfde hoogvlaktes in de Andes als quinoa, is een van de bekendste voorbeelden. De Spanjaarden namen de knol in de zestiende eeuw mee naar huis, waardoor de voedselzekerheid in Europa enorm toenam. Aan telkens terugkerende hongersnoden kwam een einde dankzij de aardappel. De komende jaren moet blijken of ook quinoa een voedselrevolutie in gang kan zetten.

Gerbert van der Aa is een reizende journalist met een bijzondere interesse in gebieden waar weinig regen valt.

 

Kader:

Quinoa in Nederland
In het Limburgse Wanssum is dit jaar zo’n 2500 vierkante meter ingezaaid met quinoa. ‘Zolang de zomers niet te nat zijn, kan quinoa hier uitstekend groeien’, zegt Rens Kuijten, die onderzoek doet naar de teelt van quinoa in Nederland. Kuijten wil de teelt helpen professionaliseren.

‘Behalve voor menselijke consumptie is quinoa door zijn grote voedingswaarde ook heel geschikt als veevoer’, zegt Kuijten. Maar er is naast het natte klimaat nóg een uitdaging: Nederland kent nog geen verwerkende industrie voor quinoa. En Kuijten weet: de opzet van zo’n keten voor verwerking, distributie en verpakking is een eerste vereiste om de teelt succesvol te commercialiseren.

Kuijten benadrukt dat onderzoek nodig is om de opbrengst te verhogen. Meer dan 2500 kilo per hectare levert de teelt van quinoa op dit moment niet op. Dat is nog aanzienlijk minder dan gewassen als graan en maïs opbrengen. Maar Kuijten is hoopvol. ‘Door rassenveredeling en optimalisatie van teelt, oogst en verwerking kan de opbrengst flink stijgen.’ | GvdA | Meer informatie: www.dutchquinoa.blogspot.com

Geef een reactie