Hoe gevaarlijk is uw gsm?

Steeds vaker wijst onderzoek uit dat straling van mobiele telefoons en andere elektronische apparaten schadelijk kan zijn voor onze gezondheid. Hoe ongerust moeten we ons maken en wat kunnen we er aan doen?

Kim Ridley | 92 december 2006
Draadloze communicatie is, misschien meer dan welke andere technologie ook, ongelooflijk verleidelijk en wordt bovendien steeds goedkoper. We kunnen uren kletsen met onze mobiele telefoon dankzij al die gratis belminuten, we kunnen praktisch overal onze e-mail ontvangen op onze Blackberry, en over de hele wereld gratis wi-fiën. Toegegeven, deze technologische ontwikkelingen ‘verbinden’ ons als nooit tevoren. Maar zoals bij veel dingen die sexy en goedkoop zijn, is er ook een keerzijde.

Alle draadloze apparaten dragen bij aan de toename van ‘elektrosmog’, een onzichtbare atmosfeer van elektromagnetische straling die als een deken over de aardbol ligt.

Elektrosmog bestaat voornamelijk uit radiostraling, die wordt veroorzaakt door draadloze apparaten en elektromagnetische velden. Elk elektrisch apparaat, elke elektrische leidingen creëert een elektromagnetisch veld. Het is op dit moment waarschijnlijk de snelst groeiende vorm van vervuiling. We zouden wel eens bloot kunnen staan aan een biljoen keer zoveel elektromagnetische straling als onze voorouders 150 jaar geleden.

Dat klinkt ongeloofwaardig, totdat je je realiseert dat alleen al de radiostraling de laatste twintig jaar sterk is toegenomen sinds de komst van de mobiele telefoon. Er zijn naar schatting twee miljard mobiele telefoons in gebruik op de wereld, samen met meer dan 1,3 miljard basisstations (antennes) die op torens en daken over de hele wereld staan. De radiostraling zal alleen maar toenemen nu er steeds meer draadloze toepassingen komen. We veranderen onze omgeving op ongekende wijze.

Moeten we ons echt zorgen maken? Het hang ervan af aan wie je het vraagt. Hoewel veel onderzoeken de schadelijke effecten van elektrosmog niet kunnen aantonen, zijn er wetenschappers die zeggen dat er wél reden tot bezorgdheid is. Doorgaans wordt de mobiele telefoon als hoofdschuldige aangewezen. De straling die het wonder der draadloze communicatie mogelijk maakt, zou ook onze gezondheid schade kunnen toebrengen.

Onderzoekers over de hele wereld melden dat straling van mobiele telefoons invloed kan hebben op allerlei functies – van de elektrische activiteit van de hersenen tot het functioneren van cellen. Wetenschappers in Europa en de voormalige Sovjet-Unie hebben een verband gelegd tussen radiostraling en een heleboel menselijke aandoeningen, waaronder hoofdpijn, vermoeidheid, concentratie- en geheugenstoornissen, slaapstoornissen, verstoring van het immuunsysteem en het hormonale systeem, en hersentumoren. Dierproeven hebben uitgewezen dat radiostraling de bloed-hersenbarrière permeabel kan maken en DNA-strengen daadwerkelijk kan afbreken – waarbij de blauwdruk van het leven zelf in gevaar komt.

Hoe fascinerend deze bevindingen ook zijn, ze bewijzen niet afdoende dat radiostraling gezondheidsproblemen veroorzaakt, een steekhoudend argument dat de telecommunicatie-industrie herhaaldelijk aanvoert. Dat is ook logisch. Elke industrie zegt ‘bewijs het maar’ als mensen hun bezorgdheid uiten over mogelijke gezondheidseffecten van nieuwe middelen of technologieën. In het verleden heeft de samenleving daarvoor vaak moeten boeten.

‘Als we wachten op het definitieve bewijs, gaan we weer terug naar de tijd toen de tabaksindustrie in staat was wettelijke voorschriften jarenlang op de lange baan te schuiven door te stellen dat er geen afdoende bewijs was dat roken longkanker veroorzaakt,’ zegt Cindy Sage, een Californische expert op het gebied van elektromagnetische velden. ‘Zo verlopen alle discussies over een mogelijk kankerverwekkende stof. De vraag is, nemen we nú verstandige voorzorgsmaatregelen of wachten we dertig jaar tot de industrie wel moet toegeven dat er een bewijs is en wij weer een generatie of twee hebben verloren?’

Sage behoort tot de wetenschappers die zeggen dat er genoeg krachtig bewijs is om nu direct praktische maatregelen te nemen om onszelf te beschermen tegen blootstelling aan elektromagnetische straling. Zij dringen aan op voorzorgsmaatregelen – ook al is er gebrek aan bewijs. Hun aanbevelingen zijn grotendeels gebaseerd op het zogeheten voorzorgsbeginsel, een beleidsinstrument dat het veiligste alternatief aanbeveelt voor elke technologie, chemische stof of activiteit die mogelijk schadelijk is, zelfs als dit wetenschappelijk niet met zekerheid kan worden vastgesteld.

In september 2006 ondertekenden 31 wetenschappers uit 13 landen de Benevento-resolutie, een nieuwe internationale oproep tot onafhankelijk onderzoek en meer voorzorgsmaatregelen om het publiek te beschermen tegen gevaarlijke blootstelling aan alle vormen van elektromagnetische straling. Maar hoe alarmerend dat ook klinkt, je hoeft je mobiele telefoon niet weg te gooien. Nog niet, in ieder geval.

Bestaan er dan geen veiligheidsnormen voor draadloze communicatie? Jawel, maar volgens een aantal onderzoekers zijn deze normen verouderd en ontoereikend. En steeds vaker blijkt dat zij het bij het rechte eind hebben.

De radiostraling van draadloze apparaten, evenals de elektromagnetische velden van elektrische leidingen en apparaten, zijn vormen van niet-ioniserende straling, die te zwak is om chemische verbindingen te verbreken. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en overheden over de hele wereld hebben veiligheidsnormen vastgesteld onder het niveau waarop deze straling weefsel kan verhitten of verbranden. Deze normen zijn gebaseerd op de veronderstelling: als de straling je niet kan ‘roosteren’, kan het dus geen kwaad.

Een van de eerste onderzoekers die deze veronderstelling fanatiek aanvocht, was de Amerikaanse epidemioloog Nancy Wertheimer. Toen opmerkelijk veel kinderen in Denver in de Amerikaanse staat Colorado, in de jaren zeventig leukemie kregen, ging Wertheimer op zoek naar antwoorden. Wat ze ontdekte, was een schok voor haar en leidde tot een discussie die tot op de dag van vandaag nog niet in hevigheid is afgenomen.

Wertheimer en natuurkundige Ed Leeper rapporteerden in 1979 dat kinderen die dicht bij een transformatorhuisje woonden twee tot drie keer zoveel kans hadden om te overlijden aan kanker (voornamelijk leukemie en hersenkanker) als kinderen die er verder vandaan woonden. Uitkomsten van latere onderzoeken elders in de wereld zijn niet eenduidig, maar afgelopen zomer hebben Japanse wetenschappers opnieuw een mogelijk verband vastgesteld tussen blootstelling aan elektromagnetische velden en leukemie bij kinderen.

Hoewel de bevindingen van Wertheimer controversieel waren, baanden ze de weg voor onderzoek naar de mogelijke gezondheidseffecten van elektromagnetische velden en radiostraling, dat tot op de dag van vandaag voortduurt. ‘Als je gelooft dat er een verband is tussen elektromagnetische velden en leukemie bij kinderen, moet je accepteren dat er een bepaalde biofysische interactie plaatsheeft,’ zegt dr Louis Slesin, die als hoofdredacteur van Microwave News al 25 jaar bericht over niet-ioniserende straling. ‘En dan moet je je afvragen: wat gebeurt er nog meer? Als je eenmaal toegeeft dat het “onmogelijke” mogelijk is, moet je de andere potentiële effecten serieus nemen.’

In de jaren na Wertheimers project in Colorado hebben onderzoekers een mogelijk verband gevonden tussen elektromagnetische velden en een aantal soorten kanker. ‘Elektromagnetische velden kunnen veel verschillende stelsels in het lichaam aantasten en de relatie ertussen is gecompliceerd,’ aldus B. Blake Levitt, auteur van Electromagnetic Fields: A Consumer’s Guide to the Issues and How to Protect Ourselves. ‘Onderzoekers ontdekken statistisch significante toenames in leukemie, hersenkanker, melanomen, en borstkanker bij mannen. Doorgaans zijn de toenames niet groot – tussen de 1 en 5 procent – maar als er een samenhangend patroon uitstijgt boven het verwachte, dan wordt dat meestal als belangrijk beschouwd en is het vaak het topje van een ijsberg.’

Tegenwoordig vermoeden sommige wetenschappers dat elektromagnetische velden en radiostraling andere aandoeningen en symptomen kunnen veroorzaken bij de geschatte 3 tot 30 procent van de mensen die gevoelig zijn voor elektrosmog. Bij deze ‘elektrogevoeligen’ komen symptomen voor die variëren van hoofdpijn en slaapstoornissen tot verwardheid en chronische vermoeidheid. Sommigen zeggen dat ze zo zijn verzwakt dat ze hun werk hebben moeten opgeven en – in de ergste gevallen – zonder elektriciteit moeten leven.

Elektromagnetische velden van ‘vuile elektriciteit’ kunnen ook chronische ziekten veroorzaken, waaronder diabetes en multiple sclerose. Dat zegt Magda Havas, professor in milieukunde en natuurlijke hulpbronnen aan Trent University in het Canadese Peterborough. Hoewel ze tot nu toe niet veel onderzoek heeft gedaan, hebben haar voorlopige bevindingen veel stof doen opwaaien.

Havas definieert vuile elektriciteit als een mengelmoes van elektromagnetische signalen, variërend van radiostraling van basisstations tot stroomstoten uit de elektrische bedrading van apparaten in huis. Het is een probleem dat in fabrieken en kantoren kan worden verholpen door grote condensatoren te plaatsen die vervuilende frequenties wegfilteren. Voor woonhuizen is dat echter geen optie. Havas heeft de Graham/Stetzer-filter, die is ontwikkeld voor gebruik in huis, getest in de huizen van mensen met een chronische ziekte.

In eerste instantie kon Havas sommige van haar bevindingen zelf niet geloven. Ze ontdekte dat bij een aantal mensen met diabetes het opruimen van de elektrische omgeving leidde tot een vermindering van de symptomen. In sommige gevallen daalde de nuchtere bloedsuikerspiegel van diabetici zo drastisch dat ze minder insuline nodig hadden. Bij een paar mensen met multiple sclerose behaalde ze dezelfde verrassende resultaten. In één geval was een man van eind twintig met progressieve MS in staat zonder stok te lopen nadat de vuile elektriciteit in zijn huis was gefilterd.

Havas (die overigens niet wordt betaald door Stetzer Electric, het bedrijf dat de filters levert) haast zich om erop te wijzen dat haar onderzoek nog maar een klein aantal mensen betreft – tot nu toe twintig diabetici en een paar MS-patiënten – en dat velen helemaal geen verbetering zien in hun symptomen nadat de elektriciteit in hun huis is gereinigd. Haar hypothese is dat degenen die er wel op reageren, overgevoelig zijn voor elektriciteit. In 2004 heeft ze in Praag haar casestudies gepresenteerd tijdens een workshop van de Wereldgezondheidsorganisatie over ‘elektro-overgevoeligheid’. Diabetici die hun gezondheid zagen verbeteren nadat de elektronische filters waren geïnstalleerd, noemt ze ‘type 3-diabetici’. Ze heeft een verslag van haar bevindingen voorgelegd aan internationale wetenschappelijke tijdschriften.

Terwijl de gezondheidseffecten van elektromagnetische velden vaag blijven, is er de afgelopen jaren meer bezorgdheid ontstaan over de mogelijke gevaren van radiostraling nu draadloze technologie zo in opkomst is. Het voornaamste probleem: elke keer als je niet-handsfree met je mobiele telefoon belt, zet je een microgolfantenne naast je hersenen.

Straling van mobiele telefoons is niet sterk genoeg om je grijze cellen te roosteren, maar kan wel op andere manieren schadelijk zijn. Hoe is het nu mogelijk dat zo’n zwakke straling ons letsel kan toebrengen? Niemand weet het precies. We weten dat bepaalde frequenties van elektromagnetische straling direct kunnen inwerken op levende organismen en ze zelfs verstoren, net als de straling van mobiele telefoons het navigatiesysteem van een vliegtuig kan hinderen. Bovendien heeft een aantal wetenschappers ontdekt dat de gepulseerde digitale radiostraling die gebruikt wordt door nieuwere mobiele en draadloze telefoons nog grotere biologische effecten kan hebben. Ons lichaam blijkt een nauwkeurig afgestemd instrument te zijn.

Mensen absorberen zonder problemen de frequenties van radio en televisie, maar dat zijn passieve ontvangers die geen gevaar voor de gezondheid zijn (hoewel het een ander verhaal wordt als je naast een krachtig zendstation woont). Mobiele telefoons en andere draadloze apparatuur gebruiken hogere radiofrequenties op het elektromagnetisch spectrum, waaronder de kortegolfband. Hoe hoger de frequentie, des te korter de golflengte. Hoe korter de golflengte, des te makkelijker het lichaam de energie absorbeert en des te meer kans op biologische effecten.

Een van de eerste wetenschappers die de biologische effecten van mobiele-telefoonstraling heeft aangetoond, is Henry Lai, professor in de biotechniek aan de University of Washington in Seattle. Lai en zijn collega N.P. Singh ontdekten dat de straling van mobiele telefoons DNA-strengen kan afbreken in de hersencellen van ratten. Ze namen dit effect waar nadat de ratten slechts twee uur waren blootgesteld aan de straling.

Lai veronderstelt dat de straling van mobiele telefoons DNA-strengen afbreekt door de vorming van vrije radicalen in het blootgestelde weefsel te stimuleren. Deze onstabiele moleculen zouden cellen en DNA beschadigen in een proces dat ten grondslag ligt aan alles, van kanker tot veroudering. Als Lai gelijk heeft, zijn de implicaties hiervan enorm. Als het beschadigde DNA in de neuronen niet goed herstelt, kan het leiden tot kanker. Verder wordt het ook in verband gebracht met alzheimer, parkinson en andere neurodegeneratieve ziekten.

‘Het grootste menselijke biologische experiment ooit’: zo omschrijft dr Leif Salford, hoofd van de afdeling neurochirurgie van het Lund Universiteitsziekenhuis in Zweden, de wereldwijde blootstelling aan radiostraling.

De meeste mensen maken zich zorgen over de vraag of mobiele telefoons nu wél of níet hersentumoren veroorzaken. In veel onderzoeken is hier geen verband tussen gevonden. Maar twee Zweedse onderzoeksteams berichten dat veelvuldig gebruik van mobiele telefoons gedurende meer dan tien jaar het risico verhoogt op een akoestisch neuroom, een goedaardige tumor in de gehoorzenuw. Een van de groepen, geleid door professor Lennart Hardell van de Öreboro Universiteit en Kjell Hansson Mild van het Zweedse Arbeidsleveninstituut, vond een grotere kans op hersentumoren bij veelvuldig gebruik van mobiele of draadloze telefoons gedurende meer dan tien jaar.

Ook neemt de bezorgdheid toe over mogelijke gezondheidseffecten van basisstations (meestal op telefoonmasten). Hoewel blootstelling aan radiostraling van een mobiele telefoon ongeveer duizend keer hoger is omdat je de telefoon tegen je hoofd drukt, staan mensen die vlak bij zo’n basisstation wonen voortdurend bloot aan de straling.

Met name in Europa hebben mensen die in de buurt van een basisstation wonen soms problemen met hun gezondheid. Onderzoekers in ondermeer Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk hebben deze ‘clusters’ onderzocht en sommigen vonden inderdaad een hogere concentratie van slaapstoornissen, vermoeidheid en hoofdpijn bij mensen die vlak bij zo’n mast wonen. De Franse groep ontdekte dat de symptomen erger waren bij degenen die binnen een afstand van honderd meter woonden. Veel personen meldden ook klachten als depressie, geheugenverlies, prikkelbaarheid, duizeligheid en misselijkheid.

Zijn zulke ontdekkingen puur toeval? Die conclusie moeten we niet te snel trekken, aldus dr Michael Kundi, epidemioloog aan de Medische Universiteit van Wenen die al tientallen jaren onderzoek doet naar de mogelijke gezondheidseffecten van elektromagnetische velden. ‘Zelfs hoewel er misschien een toevallige relatie is tussen basisstations en sommige aandoeningen die in de buurt daarvan voorkomen, denk ik dat we de symptomen van deze mensen serieus moeten nemen,’ zegt Kundi. ‘Er moet ook onderzoek komen naar de mogelijke relatie tussen basisstations en de ontwikkeling van chronische ziekten. Dat wordt ingewikkeld, maar het kan en moet gebeuren.’

Maar het soort onderzoek dat Michael Kundi en velen van zijn collega’s graag zouden zien, zal jaren in beslag nemen, vooral gezien het feit dat onafhankelijke financiering van dergelijke projecten zeldzaam is in Europa en in de Verenigde Staten al helemaal niet voorkomt. Net als vroeger met de tabaksindustrie het geval was, heeft de telecommunicatie-industrie (goed voor 450 miljard euro) een grote invloed op het onderzoek.

Hoeveel invloed? Anke Huss en Matthias Egger van het Institut für Sozial- und Präventivmedizin in Basel hebben daar onlangs antwoord op gegeven. Ze bestudeerden de uitkomst van 59 onderzoeken naar de gezondheidseffecten van mobiele-telefoongebruik gebaseerd op financieringsbronnen. In een verslag in Environmental Health Perspectives (september 2006) melden ze dat ‘onderzoeken die uitsluitend door de industrie werden gefinancierd inderdaad minder geneigd waren om statistisch significante effecten te melden op een reeks van eindpunten die relevant kunnen zijn voor de gezondheid’. Hun conclusie: ‘Bij de interpretatie van resultaten van onderzoeken naar gezondheidseffecten van radiostraling moet rekening worden gehouden met sponsoring.’

De invloed van de industrie op onderzoek is een van de voornaamste zaken die de wetenschappers die de Benevento-resolutie hebben ondertekend, willen veranderen.

Deze verklaring roept op tot onafhankelijk gefinancierd en door de overheid gecontroleerd onderzoek naar mogelijke gezondheidseffecten van elektromagnetische velden en radiostraling, zodat maatregelen kunnen worden genomen om de volksgezondheid te beschermen.

Op dit moment zijn er slechts een paar landen die een preventiebeleid hebben om blootstelling aan niet-ioniserende straling tot een minimum te beperken. Italië, Zwitserland en Luxemburg hebben de strengste regels; Griekenland en Israël hebben minder stringente richtlijnen. Zwitserland, dat in 1983 het voorzorgsbeginsel in alle milieuwetten heeft geïntegreerd, heeft in 1999 een wet aangenomen omtrent de uitstoot van niet-ioniserende straling vanuit alle vaste bronnen, inclusief hoogspanningsleidingen en basisstations.

Volgens de Zwitserse wet moet bij de bouw van basisstations rekening worden gehouden met een maximum blootstelling van 4 tot 6 volt per meter in nabijgelegen ‘gevoelige locaties’ zoals woonhuizen, scholen, kantoorpanden en speeltuinen. Voordat een telecommunicatiebedrijf een mast plaatst, moet er een vergunning worden aangevraagd, waarbij men exacte berekeningen moet indienen waaruit blijkt dat de radiostraling niet boven het wettelijke maximum uitkomt. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen door de lokale overheid en mensen kunnen bezwaar indienen. Als uit de berekeningen blijkt dat de straling tot aan 80 procent van het maximum komt, zal de overheid meestal een nieuwe meting eisen door een onafhankelijk bureau nadat de mast is geïnstalleerd. Wanneer de mast het stralingsmaximum overschrijdt, moet het bedrijf de capaciteit verminderen.

Hoewel deze benadering in Zwitserland in eerste instantie stuitte op weerstand bij de industrie, is dat nu niet meer het geval, aldus Jürg Baumann, hoofd van de afdeling niet-ioniserende straling van het Zwitserse Federaal Departement van Milieu. ‘In alle betrokken kringen wordt geaccepteerd dat als deze technologie negatieve effecten heeft, we daar een oplossing voor moeten vinden,’ zegt Baumann. ‘Vroeger werden rapporten en bevindingen simpelweg genegeerd door degenen die er niet voor openstonden.’

Waarom zijn er niet meer landen die het voorbeeld volgen van Zwitserland en andere landen die voorzorgsmaatregelen nemen? Volgens Baumann wachten ze wellicht op nieuwe aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie, die haar veiligheidsrichtlijnen nog steeds heeft gebaseerd op een stralingsniveau dat weefsel kan verhitten of verbranden. Hij betwijfelt of de WHO daar binnenkort verandering in zal brengen. Waarschijnlijk is de WHO bang dat de huidige richtlijnen in twijfel worden getrokken als de organisatie een verdere terugdringing aanbeveelt.

De 31 wetenschappers die de Benevento-resolutie hebben ondertekend, wachten niet op verder advies van de Wereldgezondheidsorganisatie. De resolutie is opgesteld in 2006 in Italië tijdens een workshop georganiseerd door de nieuwe International Commission on Electromagnetic Safety. Ze representeert een opkomende beweging onder wetenschappers die pleit voor het nemen van voorzorgsmaatregelen – vooral bij gebrek aan zekerheid.

‘Wij geloven dat er overtuigend bewijs is voor gezondheidsrisico’s in verband met blootstelling aan elektrische en magnetische velden en elektromagnetische straling,’ zegt Martin Blank, professor in fysiologie en cellulaire biofysica aan Columbia University. ‘De sterke toename van blootstelling aan elektromagnetische velden zou heel goed kunnen bijdragen aan de toename van gezondheidsproblemen in onze samenleving,’ aldus Blank. Hij heeft significante veranderingen in cellen waargenomen als ze werden blootgesteld aan een kleine hoeveelheid elektromagnetische velden. ‘Het publiek zou bewust gemaakt moeten worden van de biologische effecten van elektromagnetische velden en mensen zouden actie moeten ondernemen om zichzelf te beschermen.’

Behalve dat de resolutie oproept tot onafhankelijke financiering en toezicht op het onderzoek, wordt er ook bij overheden aangedrongen op de ontwikkeling van voorzorgsrichtlijnen om de volksgezondheid te beschermen. Specifieke aanbevelingen zijn onder meer: alternatieven voor draadloze technologie promoten, fabrikanten verplicht stellen handsfreesets te leveren bij alle mobiele en draadloze telefoons, het gebruik van mobiele telefoons door jonge kinderen terugdringen en draadloosvrije zones aanwijzen in steden en openbare gebouwen.

Maar we hoeven niet te wachten tot de regering actie onderneemt. Er zijn genoeg dingen die we zelf kunnen doen om blootstelling aan elektromagnetische velden en radiostraling tot een minimum te beperken (zie kaders). Tegelijkertijd kunnen we ons als individuen en als gemeenschap afvragen of technologische innovaties het leven echt beter maken.

Dergelijke weloverwogen keuzes kunnen ons helpen de weg te vinden door de elektrosmog naar een toekomst waarin technologie ons dient zonder onze gezondheid in gevaar te brengen. En publieke bezorgdheid is een krachtige stimulans voor verandering. ‘Ik ben behoorlijk hoopvol gestemd,’ zegt Magda Havas. ‘We hebben een ongelooflijke vooruitgang gezien op het gebied van asbest, ddt, zure regen, pcb’s, sigarettenrook en lood, dus ik ben ervan overtuigd dat we uiteindelijk een goede wetgeving krijgen die de plaatsing van telefoonmasten en de plekken waar je je mobiele telefoon mag gebruiken zal beperken, en dat er draadloosvrije zones komen. Ik hoop alleen dat dat binnen een paar jaar gebeurt in plaats van pas over tientallen jaren. Hoe snel het gaat, hangt ervan af hoe geïnformeerd en hoe verstandig wij als bevolking zijn en hoeveel we geven om onze gezondheid.’

Geef een reactie