School is uit

Scholen leren kinderen hun leven lang kind te blijven, betoogt John Taylor in zijn nieuwe boek. Het kan anders. Leer ze om leiders en avonturiers te worden!

John Taylor Gatto | 110 oktober 2008

Photo: iStockPhoto.com/miflippo (tafel); iStockPhoto/fotoie (bal en keten)

Ik heb dertig jaar lang les gegeven en in die tijd ben ik expert in verveling geworden. Overal in mijn wereld heerste de verveling en als je de kinderen vroeg waarom ze zich zo verveelden — wat ik vaak deed — gaven ze altijd dezelfde antwoorden. De lesstof was stom, sloeg nergens op of ze kenden hem al. Ze wilden iets doen en niet alleen maar zitten. De leraren leken niet veel over hun vak te weten en ook niet geneigd zich er meer in te verdiepen. En de jongeren hadden gelijk: de leraren verveelden zich minstens zo erg als zij.

Verveling is de normale zijnstoestand van onderwijzend personeel en iedereen die de docentenkamer van binnen kent, kan getuigen van de futloosheid, het geklaag, de matte sfeer die je er aantreft. Vraag je naar het waarom van die verveling, dan zijn ze geneigd de leerlingen de schuld te geven. Wie zou het niet beu worden leerlingen les te geven die brutaal zijn en alleen maar naar de cijfers kijken – als ze dat al doen. Natuurlijk zijn de docenten zelf het product van hetzelfde lange onderwijstraject dat hun leerlingen zo dodelijk saai vinden en als onderwijzend personeel zitten ze opgesloten in nog strakkere structuren dan de kinderen. Dus bij wie ligt dan de schuld?

Bij ons allemaal. Dat heeft mijn grootvader me geleerd. Toen ik als zevenjarig jongetje op een middag klaagde dat ik me verveelde, gaf hij me een harde klap op mijn hoofd. Hij zei dat ik dat woord nooit meer mocht uitspreken in zijn aanwezigheid en dat ik, als ik me verveelde, dat aan mezelf en niemand anders had te wijten. De taak om mij te amuseren en iets te leren lag helemaal bij mijzelf, zei hij, en mensen die dat niet wisten, waren kinderachtige types die je zo mogelijk diende te mijden.

Dat voorval heeft me voorgoed van de verveling genezen en door de jaren heen heb ik die les hier en daar mogen doorgeven aan een aantal opmerkelijke leerlingen in New York, waar ik lesgaf. Meestal vond ik het echter zinloos in te gaan tegen de officiële opvatting dat verveling en kinderachtigheid de normale stand van zaken in de klas waren. Vaak moest ik de gebruiken trotseren of zelfs een loopje nemen met de wet, om jongeren uit die val te helpen ontsnappen.

Tegen de tijd dat ik in 1991 met pensioen ging, had ik reden te over om onze scholen – met hun langdurige gedwongen opsluiting van zowel leerlingen als docenten in een cellenblok-achtige setting – te beschouwen als fabrieken die voornamelijk kinderachtigheid produceerden. Toch zag ik werkelijk niet in waarom het zo zou moeten. Mijn eigen ervaring had me duidelijk gemaakt wat veel andere leraren al doende ook zullen ontdekken, maar uit angst voor represailles voor zich houden: als we zouden willen, konden we zonder veel moeite of kosten die oude, achterlijke structuren overboord zetten en de kinderen helpen zich te ontwikkelen in plaats van ze louter te ‘scholen’. We zouden de beste eigenschappen van de jeugd ? nieuwsgierigheid, avontuurlijkheid, veerkracht, het vermogen tot verrassende inzichten te komen ? kunnen aanmoedigen door flexibeler om te gaan met tijden, teksten en toetsen, door jongeren in contact te brengen met waarlijk competente volwassenen en elke leerling de autonomie te geven die hij of zij nodig heeft om risico’s te nemen.

Men heeft ons geleerd (dat wil zeggen, geschoold) ‘succes’ te beschouwen als synoniem aan of ten minste afhankelijk van ‘scholing’, maar historisch gezien is dat noch in financiële noch in intellectuele zin waar. Massa’s mensen overal ter wereld vinden manieren om zich te ontwikkelen zonder hun toevlucht te nemen tot een systeem met standaardprogramma’s dat maar al te vaak aan een gevangenis doet denken. Waarom zien we zo’n systeem dan aan voor onderwijs? Wat is nu precies het doel van onze scholen?

Verplichte massascholing is ontstaan in en gepropageerd gedurende het grootste deel van de negentiende eeuw. Er werden grofweg drie redenen opgegeven voor deze verstoring van het gezinsleven en de culturele tradities: goede mensen maken, goede burgers maken en uit elke mens het beste halen.

Die doelen worden nog steeds regelmatig uit de kast gehaald en vrijwel iedereen accepteert ze als een aanvaardbare definitie van de taak van het openbaar onderwijs, hoezeer scholen daarin ook tekortschieten. Maar we zitten er faliekant naast. We doen er goed aan te kijken naar Principles of Secondary Education, een boek van Alexander Inglis uit 1918. Daarin maakt Inglis duidelijk dat de leerplicht was bedoeld als vijfde colonne binnen de snelgroeiende democratische beweging die boeren en proletariërs een stem dreigde te geven aan de onderhandelingstafel. Een moderne, geïndustrialiseerde leerplicht moest een chirurgische incisie maken in de te verwachten eenheid van deze onderklassen. Verdeelde men kinderen door middel van leeftijd, van schoolvakken, van constante vergelijking van hun prestaties en tal van andere subtielere methoden, dan was de kans gering dat de onwetende massa, gescheiden in hun jeugd, ooit zou herintegreren tot een gevaarlijke eenheid.
Inglis splitst het feitelijke doel van het moderne schoolsysteem uit in zes basisfuncties, die elk afzonderlijk al huiver zullen wekken bij iedereen die zo argeloos is de drie bovengenoemde traditionele doeleinden serieus te nemen:

1. De aanpassingsfunctie. School dient vaste patronen in te stellen voor de respons op gezag. Dit sluit uiteraard elk kritisch oordeel uit. Het rekent ook grotendeels af met de gedachte dat er zinnige of interessante stof moet worden onderwezen, want je moet eerst weten of je kinderen onnozele en saaie dingen kunt laten leren en doen voordat je ze kunt toetsen op automatische gehoorzaamheid.

2. De integratiefunctie. Die zou je de ‘conformeringsfunctie’ kunnen noemen, omdat de bedoeling ervan is kinderen zoveel mogelijk hetzelfde te maken. Mensen die zich conformeren, zijn voorspelbaar, en dat is bijzonder nuttig voor diegenen die een grote beroepsbevolking willen inzetten en manipuleren.

3. De diagnostische functie. De bedoeling van school is de passende sociale rol van elke leerling te bepalen. Dat wordt gedaan door gegevens mathematisch en anekdotisch te registreren in gestaag groeiende dossiers.

4. De differentiatiefunctie. Is hun sociale rol eenmaal ‘gediagnosticeerd’, dan worden kinderen daarop ingedeeld en alleen zo ver opgeleid als hun bestemming in het maatschappelijk apparaat rechtvaardigt – en geen stap verder. Dat is dus wat ‘uit elke leerling het beste halen’ voorstelt.

5. De selectiefunctie. Deze verwijst geenszins naar individuele keuze, maar naar Darwins theorie van de natuurlijke selectie, met betrekking tot wat hij ‘de bevoorrechte rassen’ noemde. Kort gezegd is het de bedoeling de zaak vooruit te helpen door middel van pogingen tot betere teeltkeus. Het is de bedoeling dat scholen de zwakkeren zo duidelijk etiketteren – met slechte cijfers, met het stempel ‘leer- of gedragsgestoord’ en andere straffen – dat hun medeleerlingen hen als inferieur gaan beschouwen en hen in feite buiten de voortplantingsrace zullen houden. Daar zijn al die kleine vernederingen vanaf de eerste groep voor bedoeld geweest: het afval lozen.

6. De voorbereidingsfunctie. Het sociale systeem dat dergelijke regels impliceren zal een elite van toezichthouders vereisen. Met dat oogmerk dient een klein segment van de jongeren onopvallend te worden opgeleid om dit doorgaande project te leiden, te waken over en toezicht te houden op een bevolking die doelbewust infantiel en monddood wordt gehouden, opdat de overheid ongehinderd zijn gang kan gaan en het bedrijfsleven nooit gebrek aan volgzame werkkrachten heeft.

Dat is helaas het doel van verplicht openbaar onderwijs.

Er viel op gigantische schaal fortuin te maken in een economie die was gebaseerd op massaproductie en georganiseerd om niet de kleine onderneming of het boerenfamiliebedrijf, maar het grote bedrijfsleven te begunstigen. Maar massaproductie vereiste massaconsumptie en rond 1900 vonden de meesten het zowel onnatuurlijk als onverstandig dingen te kopen die ze niet nodig hadden. In dat opzicht was de leerplicht een geschenk uit de hemel. De school hoefde kinderen niet in directe zin te leren denken dat ze non-stop moesten consumeren, want ze deed iets veel beters: ze moedigde de jeugd aan helemaal niet te denken. Zo werd die een makkelijke prooi voor nog zo’n geweldige uitvinding van de moderne tijd: marketing.
Nu hoef je geen marketing te hebben gestudeerd om te weten dat deze twee groepen altijd overgehaald kunnen worden meer te consumeren: verslaafden en kinderen. Het is de school aardig gelukt van onze kinderen verslaafden te maken, maar ze is er op magistrale wijze in geslaagd van onze kinderen kinderen te maken. Ook dit is geen toeval. Theoretici van Plato en Rousseau tot onze eigen Inglis wisten al dat kinderen, als ze worden ingesloten met andere kinderen, ontdaan van elke verantwoordelijkheid en onafhankelijkheid, aangemoedigd om alleen de banale emoties hebzucht, afgunst, jaloezie en angst te ontwikkelen, wel ouder maar nooit wijzer worden.
Inmiddels is volwassenheid verbannen uit vrijwel elk aspect van ons leven. Soepele echtscheidingswetten hebben de noodzaak om aan relaties te werken weggenomen; soepele kredietvoorwaarden hebben de noodzaak tot financiële zelfbeheersing weggenomen; makkelijk amusement heeft de noodzaak om onszelf bezig te houden weggenomen; makkelijke antwoorden hebben de noodzaak om vragen te stellen weggenomen.

We zijn een natie van kinderen geworden, die met alle genoegen hun oordeel en hun wil uitleveren aan politieke vermaningen en commerciële verleidingen die echte volwassenen beledigend zouden vinden. We kopen televisies en daarna kopen we de dingen die we op de televisie zien. We kopen sportschoenen van 150 dollar of we ze nu nodig hebben of niet, en als ze te gauw uit elkaar vallen kopen we nieuwe. We rijden in SUV’s en ook al belanden we op onze kop in de sloot, toch houden we vast aan de leugen dat ze een soort levensverzekering zouden zijn.

Maar nu het goede nieuws. Hebt u de logica achter de moderne scholing eenmaal door, dan zijn de trucs en valkuilen vrij makkelijk te mijden. De school leidt kinderen op tot consumenten en werkkrachten; leer de uwe leiders en avonturiers te worden. De school leert kinderen automatisch te gehoorzamen; leer de uwe kritisch en onafhankelijk te denken. Goedgeschoolde kinderen hebben een lage vervelingsdrempel; help de uwe een eigen innerlijk leven te ontwikkelen, zodat ze zich nooit zullen vervelen. Spoor hen aan zich bezig te houden met de serieuze stof, de volwassen stof, in geschiedenis, literatuur, filosofie, muziek, kunst, economie, theologie — alle stof waar leraren hun vingers niet aan branden. Daag uw kinderen uit flink veel alleen te zijn, zodat ze leren van hun eigen gezelschap te genieten en een innerlijke dialoog te voeren. Goedgeschoolde mensen zijn geconditioneerd om eenzaamheid te vrezen en zoeken constant gezelschap via de tv, de pc en de gsm, en via oppervlakkige vriendschappen die ze makkelijk aangaan en snel achter zich laten. Uw kinderen zouden een zinvoller leven moeten hebben en dat kan.

Photo: John Taylor Gatto

Maar eerst moeten we inzien wat onze scholen in feite zijn: laboratoria voor experimenten met de jonge geest, waar de gewoonten en mentaliteit die de consumptiemaatschappij verlangt erin worden gestampt. Verplicht onderwijs dient kinderen slechts incidenteel; het werkelijke doel is ondergeschikten van hen te maken. Laat de kindertijd van uw kinderen door niemand rekken, zelfs geen dag.

U weet niet half wat uw eigen kinderen in hun mars hebben. Na een lang leven, en dertig jaar in de loopgraven van het openbaar onderwijs, heb ik geconcludeerd dat begaafdheid voor het oprapen ligt. We onderdrukken onze begaafdheid alleen maar omdat we er nog niet achter zijn hoe we een bevolking van hoogontwikkelde mannen en vrouwen moeten leiden. De oplossing is, denk ik, zowel eenvoudig als briljant: laat hen zichzelf leiden.

John Taylor Gatto is gepensioneerd leraar. Dit is een bewerkt fragment van Weapons of Mass Instruction: A Schoolteacher’s Journey through the Dark World of Compulsory Schooling, dat in oktober verschijnt bij New Society.

Lees een
interview met John Taylor Gatto over zijn ideeën.

John Taylor was in 2007 gastspreker op het symposium “Waarom onderwijs”. De website rondom dit symposium is een “platform voor innovatie in educatie”: www.waaromonderwijs.nl

Geef een reactie