God laat zich niet in een vacuüm persen

De Russische fysicus Yury Kronn over de subtiele energie die 96 procent van alles uitmaakt, maar onzichtbaar is. ‘Het is zóóó niet eenvoudig.’

DOOR JURRIAAN KAMP

lente2016_2_1000DEZE NATUURKUNDIGE DROOMT NIET VAN EEN NIEUWE wet over de werking van het universum die naar hem zal worden vernoemd. En ook niet van die ene vergelijking die uiteindelijk het diepste mysterie van de mensheid zal ontrafelen. Hij denkt zelfs dat zo’n wet of vergelijking niet eens bestaat. Toch zou zijn werk wel eens bepalender kunnen worden voor ons leven dan alles wat eraan vooraf ging.

Dit is het probleem: de grote ontdekkingen die de westerse wetenschap in de afgelopen vier eeuwen heeft gedaan – om te beginnen door René Descartes en Isaac Newton – hebben slechts betrekking op 4 procent van onze werkelijkheid. Jazeker, volgens de meest recente berekeningen komt slechts 4 procent van de massa-energie van het universum voor rekening van atomaire materie en elektromagnetische energie. Dat wil zeggen, door het spul dat we kunnen zien en/of meten.

En de resterende 96 procent? Dat wordt aangeduid met de vage term ‘donkere materie’. Het is datgene wat we niet begrijpen en niet kunnen verklaren. Maar is het realistisch om aan te nemen dat 96 procent geen enkele invloed zou hebben op ons leven?

Na veertig jaar lang onderzoek is Yury Kronn, inmiddels 80 jaar, ervan overtuigd dat alles wordt bepaald door de onbekende en nauwelijks begrepen energieën van die 96 procent van onze werkelijkheid. Zijn experimenten leveren overtuigend bewijs op, maar sluiten nergens aan bij het heersende paradigma van de reguliere natuurwetenschap. Dus worden ze grotendeels genegeerd of belachelijk gemaakt. Toch zou de toekomst van de aarde en haar bewoners wel eens kunnen afhangen van wat hij heeft ontdekt.

Het verhaal begint in 1976, achter het IJzeren Gordijn in Moskou. Yury Kronn werkt als natuurkundige aan het Instituut voor Radiotechniek en Elektronica van de Academie van Wetenschappen en legt de laatste hand aan zijn proefschrift. Een collega vertelt hem over experimenten die elders in het instituut worden gedaan met twee vrouwen die beschikken over paranormale vermogens. Zij blijken in staat te zijn objecten met hun geest te verplaatsen en teksten te lezen die verborgen zijn achter metalen platen.

Kronn besluit de experimenten bij te wonen. Het was een besluit dat zijn leven voorgoed zal veranderen. Met eigen ogen ziet hij dingen die voor een natuurkundige onbestaanbaar zijn. ‘Ik was geschokt’, blikt hij terug. ‘Die nacht kon ik niet slapen. Dit is niet logisch – onmogelijk, zei ik tegen mezelf. Ik ben wetenschapper. Uiteindelijk moest ik onder ogen zien dat ik geconfronteerd werd met feiten.’

De beslissing dat hij vervolgens neemt, is een van de moedigste die een wetenschapper kan nemen. In plaats van deze ‘krankzinnige’ feiten, die onverenigbaar zijn met het wetenschappelijke paradigma, af te wijzen – zoals meestal gebeurt – besluit Kronn de zaak nader te onderzoeken. ‘Je kunt iets niet alleen maar ontkennen omdat je er geen verklaring voor hebt’, zegt hij.

Zijn onderzoek – in het Sovjet-tijdperk altijd weer moeizaam, omdat buitenlandse literatuur nauwelijks beschikbaar was – leidt hem naar een heel andere wereld: eeuwenoude geschriften uit China en India waarin chi en prana worden beschouwd als de ‘levenskracht’ van het universum, een kracht waarin fysische energie zoals we die in het Westen kennen, spirituele energie en bewustzijn met elkaar verenigd zijn. Kronn ontdekt dat de oude wijzen altijd al wisten dat de levenskracht de drijvende en ordenende kracht achter het hele universum is en dus van vitaal belang voor de mens, aangezien die kracht doorwerkt tot in elke cel van het lichaam.

Gefascineerd blijft hij lezen. Over chakra’s, meridianen en mantra’s. Hij lacht. ‘Het waren zaken waar ik geen idee van had’, zegt hij. ‘En ik dacht: als deze onmeetbare kracht bestaat, zouden we hem dan met behulp van moderne technologie kunnen aanwenden en daarmee een brug slaan tussen die eeuwenoude kennis en onze huidige visie op de wereld waarin we leven?’

Zijn verkenning van deze nieuwe wereld zorgt ervoor dat Kronn steeds meer van de Sovjet-Unie vervreemdt. Begin jaren tachtig organiseert hij samen met tien andere Russische wetenschappers de ‘Trust Group’- beweging om vertrouwen te kweken tussen de Sovjet-Unie en het Westen en de vrede te bevorderen. Hij wordt voorzitter van de ontwapeningscommissie van het eerste Internationale Symposium voor Humanitaire Vraagstukken dat in 1987 in Moskou plaatsvond. Hoewel Michail Gorbatsjov toen al zijn perestroika had ingevoerd, worden Kronns activiteiten met achterdocht gevolgd en in 1988 krijgt hij te horen dat hij is ‘uitgenodigd’ om naar de Verenigde Staten te vertrekken.

Kronn is blij om de Sovjet-Unie te verlaten. Sinds een jaar of twaalf leeft en werkt hij nu in Medford, Oregon, in het noordoosten van de VS, waar hij zijn onderzoeksprogramma voortzet en steeds meer bewijs vindt voor het feit dat subtiele energie – de term die steeds vaker opduikt als aanduiding voor de 96 procent van onze werkelijkheid – ‘de software van het leven’ bevat, zoals Kronn het omschrijft. ‘We kunnen die subtiele energie niet zien. We kunnen haar niet meten. Maar we weten dat zij bestaat, omdat we de effecten ervan op levenloze materie en levende wezens kunnen waarnemen. Zij beïnvloedt onafgebroken alles wat er is’, vertelt Kronn.

Toch blijft de heersende opvatting van de reguliere natuurwetenschap dat de zogeheten donkere energie geen enkele invloed op ons heeft. Er is immers geen interactie met elektrisch geladen deeltjes (elektronen, ionen) of met elektromagnetische velden. Er vindt alleen wisselwerking plaats met enkele vreemde subatomaire deeltjes die ook geen invloed op ons hebben, zo verwoordt Kronn de gangbare opvatting.

Toen de vooraanstaande astrofysicus Meg Urry van Yale in 2007 de ontdekking van donkere materie ‘de belangrijkste wetenschappelijke doorbraak van de afgelopen vijftig jaar’ noemde, werd ze door collega’s fel aangevallen. Kronn: ‘De reguliere wetenschap weigert ernaar te kijken en bestempelt iedereen die dat wél doet als pseudowetenschapper. Dat is een enorme vergissing.’ Kronn legt het bestaan en de invloed van subtiele energie uit aan de hand van een metafoor. Als je een vis vraagt wat de basisvoorwaarde voor zijn bestaan is, zal hij zeggen: ‘water’. In werkelijkheid is het echter de zuurstof die in het water is opgelost – zuurstof die hij niet kan zien of proeven – die hem in staat stelt te leven. Net zo, betoogt Kronn, is het de subtiele energie – en niet datgene wat we kunnen meten in die minuscule 4 procent van onze werkelijkheid – die de sleutel vormt tot ons bestaan.

DE MEEST RAADSELACHTIGE eigenschap van subtiele energie is de interactie ervan met het bewustzijn. De menselijke geest is in staat subtiele energie te sturen en te instrueren om te doen wat zij wil. Dat vermogen stelde de vrouwen uit het eerder genoemde experiment in staat voorwerpen te verplaatsen. Het is mogelijk zulke verschijnselen te observeren, maar ze lenen zich nauwelijks voor wetenschappelijke experimenten. Proeven in China hebben echter overtuigend aangetoond dat subtiele energie invloed heeft op materie.

In de jaren tachtig voerde een team van Chinese natuurkundigen een reeks experimenten uit met Yan Xin, een chigongmeeester en medicus die zijn opleiding in de traditionele Chinese geneeskunde had afgerond. In zijn praktijk als arts hield Yan zich vooral bezig met chi-energie. Door die toe te dienen aan zijn patiënten behaalde hij opmerkelijke resultaten. Om zijn bijzondere vermogens te testen, ontwikkelden de wetenschappers een experiment. Ze vroegen Yan om zijn chi-energie te richten op een radioactieve stof, americium-241, die een halveringstijd heeft van 458 jaar en tijdens het verval alfadeeltjes uitstoot. De halveringstijd is de periode waarin de helft van de atomen in het monster vervalt. Volgens de wetenschap vindt radioactief verval plaats met een constante snelheid die wordt bepaald door een van de vier fundamentele natuurkrachten, de zwakke kracht.

‘Hoe kan je nu een algemeen geldige vergelijking vinden voor bepaalde verschijnselen die interacteren met het individuele bewustzijn?’

Maar in ruim vijftig afzonderlijke experimenten die werden uitgevoerd aan het Instituut voor Hoge-Energie Fysica van de Chinese Academie voor Wetenschappen in Beijing, demonstreerde Yan dat hij in staat was radioactief verval op verzoek te kunnen versnellen of vertragen. Vanaf verschillende afstanden diende hij chi toe aan het radioactieve materiaal – vanuit een naastgelegen kamer, op drie meter afstand, op dertig meter afstand en zelfs vanaf duizend kilometer ver. Afstand bleek geen enkele rol te spelen. Hij slaagde erin de vervalsnelheid gemiddeld 9,5 procent te laten toenemen en tot wel 11 procent te doen afnemen.

Kronn vervolgt: ‘Noch elektrische noch magnetische velden, hoe sterk ze ook zijn, hebben enige invloed op de vervalsnelheid van radioactieve elementen.’ Toch beïnvloedde de chi van Yan het gedrag van materie. ‘De enige logische conclusie is dat chi interacteert met de deeltjes waaruit protonen, quarks of nog kleinere deeltjes, subquarks, bestaan’, stelt Kronn. ‘Dat betekent dat chi of subtiele energie behoort tot en werkzaam is in de subatomaire wereld. Het betekent ook dat subtiele energie een vijfde fundamentele kracht is, naast de vier die de wetenschap nu kent – de elektromagnetische kracht, de zwaartekracht, de sterke en de zwakke kracht.’

Een artikel over de opmerkelijke resultaten van de experimenten met Yan Xin verscheen in 2002 in het Journal of Scientific Exploration. Kronn: ‘Helaas werd dit uitstekende onderzoek, dat bij nadere beschouwing volstrekt nieuwe wetenschappelijke perspectieven had kunnen openen, door de reguliere wetenschap totaal genegeerd.’

Als atomen inderdaad worden beïnvloed door subtiele energie, mag je verwachten dat die ook invloed heeft op levende wezens. Het onderzoek daarnaar werd uitgevoerd door wijlen Joie Jones, destijds professor aan de Universiteit van Californië in Irvine. Vanaf het midden van de jaren negentig hield Jones zich lange tijd bezig met onderzoek naar de effecten van de ‘pranische geneeskunde’, waarbij genezers gebruik maken van technieken die duizenden jaren geleden in China en India werden ontwikkeld. In zijn lab stelde Jones celculturen in petrischaaltjes bloot aan gammastraling, waarvan bekend is dat ze het DNA ernstig beschadigt. Het normale overlevingspercentage van cellen onder de toegediende dosis gammastraling is 50 procent. Maar nadat een specifiek ontworpen patroon van subtiele energie aan de cultuur was toegediend, bleek tot wel 92 procent van de cellen in staat de stralingsdosis te overleven.

‘De reguliere wetenschap weigert naar subtiele energie te kijken. Dat is een enorme vergissing.’

‘Als subtiele energie in staat is om cellen zich te laten herstellen nadat ze zo zijn beschadigd’, legt Kronn uit, ‘kan je begrijpen waarom de traditionele oosterse geneeskunde deze energie de “levenskracht” noemt.’

Het onderzoek van Jones geeft steun aan de geloofwaardigheid van de positieve ervaringen die veel mensen hebben met ‘onverklaarbare’ genezing door energetische methoden als reiki. Het kan ook verklaren waarom, zoals uit experimenten blijkt, gebed de genezing kan bevorderen, waarom de energie op acupunctuurpunten meetbaar verschilt van die van het omringende huidoppervlak en waarom homeopathie effectief is. Al deze geneeswijzen zijn immers gebaseerd op krachten die de moderne wetenschap niet kan zien of meten.

Maar, zegt Kronn, ‘we kunnen wel degelijk de effecten ervan observeren en er zijn heel wat mensen die aura’s kunnen zien en energie kunnen voelen. Deze genezers weten hoe ze subtiele energie kunnen toepassen. Bovendien kan je als mens leren die gevoeligheid te ontwikkelen.’

WE ZITTEN IN HET LAB VAN Kronn, dat zich bevindt in een afgelegen gebied buiten Medford. Het wordt omringd door prachtige bergen en vredige bossen. In het onderzoeksteam van Kronn zitten twee Russische collega’s, Galina Kalyuzhny en Igor Nazariv. Het drietal kent elkaar al decennia lang. In de hal naast het lab zijn Nazarov en Kronn aan het tafeltennissen – een spel dat de oudere Kronn meestal wint, een teken van de creatieve en veelzijdige energie die hij ook bij zijn onderzoek aan de dag legt, ondanks zijn hoge leeftijd.

Kronn noemt zichzelf graag ‘een wetenschapper van het nieuwe paradigma’. Het is een paradigma waarin de werelden van spiritualiteit en wetenschap elkaar ontmoeten. Baanbrekende wetenschappers als Fritjof Capra, auteur van De tao van fysica, hebben over deze ontwikkeling invloedrijke boeken geschreven. Er zijn congressen georganiseerd over het samenkomen van deze twee werelden. Maar hier in de bossen van Oregon wordt echt een brug geslagen tussen ‘new age’ en de nieuwe wetenschap.

In de afgelopen twintig jaar heeft Kronn verschillende getalenteerde energetische genezers bij zijn wetenschappelijke werk betrokken. Dat stelde hem in staat om technologie te ontwikkelen die voor de rationele geest ondoorgrondelijk is. Neem bijvoorbeeld de volgende reeks gebeurtenissen: Kronn gaat met zijn ‘recorder’ naar een waterval en maakt een opname. Van microfoon of camera is geen sprake; wat hij vastlegt zijn geen geluiden of beelden – de 4 procent die we allemaal kunnen zien en horen – maar de 96 procent die we niet zien. Vervolgens brengt hij die opname over op een flesje met water, dat eruit ziet als of het bestemd is voor een homeopathisch middel.

We betreden nu een vreemde, vage wereld. Hoe weten we dat Kronn in staat was de waterval op te nemen? Wat nam hij dan op? En waarom zouden we geloven dat de ‘waterval’ zich nu in het flesje bevindt?

Op dat moment komt een van Kronns naaste medewerkers in beeld: de in Boston gevestigde intuïtieve genezer en wetenschapper Laura Graye. Kronn laat haar twintig flesjes met water zien. Een ervan bevat de waterval. In een ander bevindt zich een symfonieorkest. Nog een ander bevat de opname van een gebed of een energie die pijn kan bestrijden. De flesjes zijn genummerd van 1 tot 20. Graye neemt een willekeurig gekozen flesje in haar hand. Ze heeft geen idee welke verschijnselen of patronen Kronn heeft opgenomen. Ze sluit haar ogen, haalt diep adem en zegt: ‘Ik voel water dat op rotsen terecht komt. Het is zwaar en valt omlaag. Het is een waterval.’

Geluk? Nou, Graye zat er bij dit experiment met twintig flesjes slechts één keer naast. Kronn en Graye, die al jarenlang intensief samenwerken, kunnen talrijke soortgelijke anekdotes vertellen.

En Graye is niet de enige met intuïtie waar Kronn succesvol mee samenwerkt. De moderne wetenschap heeft geen referentiepunten voor dit soort experimenten. Maar Chinese en Indiase genezers waren zich al duizenden jaren geleden bewust van het belang van deze energie voor de gezondheid van de mens. Dat was de reden dat ze geneeswijzen als acupunctuur en energetische technieken als tai chi ontwikkelden om zowel de mens als zijn omgeving te kunnen genezen. En dat is ook precies de missie van Yury Kronn.

MET ZIJN COLLEGA’S GALINA KALYUZHNY EN IGOR NAZAROV ZIET KRONN ZICHZELF ALS ‘WETENSCHAPPERS VAN HET NIEUWE PARADIGMA’, WAARIN SPIRITUALITEIT EN WETENSCHAP ELKAAR ONTMOETEN.

MET ZIJN COLLEGA’S GALINA KALYUZHNY EN IGOR NAZAROV ZIET KRONN ZICHZELF ALS ‘WETENSCHAPPERS VAN HET NIEUWE PARADIGMA’, WAARIN SPIRITUALITEIT EN WETENSCHAP ELKAAR ONTMOETEN.

‘Er doemt in allerlei takken van de wetenschap en van de geneeskunde een nieuw paradigma op, en de uitkomsten van heel verschillende onderzoeken en experimenten wijzen erop dat er onmeetbare energieën bestaan die we alleen kunnen waarnemen via hun invloed op de materie, ook de materie waaruit wij zelf bestaan’, zegt Kronn. Hij heeft al honderden energieën en patronen vastgelegd en opgewekt waarmee allerlei aandoeningen en ziekten kunnen worden genezen. Hij wil daarmee aantonen dat er wel degelijk sprake is van genezing.

Terug naar het lab van Joie Jones in Irvina, waar de experimenten met gammastraling werden uitgevoerd. Daarbij kwam de volgende vraag op: kunnen geneeskrachtige patronen die Kronn bij genezers vastlegt, even effectief zijn als de genezers zelf? Het antwoord luidt: ja. Maar Jones en Kronn stuitten daarbij op een vreemd verschijnsel: de resultaten waren in diverse laboratoria reproduceerbaar, maar in sommige laboratoria lukt het nooit.

‘We hadden geen idee,’ herinnert Kronn zich. ‘Alles was exact hetzelfde, behalve de uitkomst. In deze laboratoria bleek het niet mogelijk de celculturen te beschermen tegen de gammastraling.’ Wat was er dan anders? Op een bepaald moment ontdekten ze dat die laboratoria ook waren gebruikt voor proeven met dode dieren. Zou het mogelijk zijn dat ze waren ‘vervuild’ met de negatieve energie van de dood?

Kronn ontwikkelde daarom een specifiek energiepatroon om de laboratoria te ‘reinigen’. Nadat het patroon was toegediend, leverden de experimenten ook daar dezelfde resultaten op. De proeven werden herhaald en gedocumenteerd; Kronn hecht nog altijd aan de strenge wetenschappelijke normen waarmee hij werd opgeleid, ondanks het feit dat hij werkzaam is op een terrein dat door de wetenschap niet wordt erkend.

De energiepatronen die Kronn vastlegt en opwekt zijn gebaseerd op reële verschijnselen – van watervallen tot atomen. Die verschijnselen zelf zijn echter niet meer terug te vinden in de wateroplossing die hij vervolgens aanmaakt. Alle flesjes, elk met hun eigen unieke ‘energiepatroon’, hebben in chemisch opzicht exact dezelfde inhoud: water. Daarom heeft Kronn het over ‘fantoomatomen’. Hoewel ze er niet zijn, is hun invloed aanwezig.

Dat biedt een belangrijk voordeel. Een middel als lithium wordt in de moderne geneeskunde toegepast als een krachtig antidepressivum. Lithium heeft echter een significant negatieve werking op de lever. Door in plaats van lithium fantoomatomen te gebruiken, kunnen ongewenste bijwerkingen worden voorkomen.

Het is zelfs mogelijk om de ‘intentie’ van de menselijke geest met technische middelen vast te leggen en te reproduceren, een methode die doet denken aan de bekende foto’s van watermoleculen die waren bevroren onder invloed van verschillende soorten muziek of gedachten, gemaakt door de Japanse onderzoeker Masaru Emoto. Zijn fameus geworden foto’s tonen verschillende patronen die zich vormden in hetzelfde water.

Hetzelfde zien we bij de experimenten van Kronn: verschillende patronen geven verschillende resultaten. In 2009 deed hij een proef met biologisch geteeld tarwegras. De helft van de zaailingen kreeg water met een specifiek patroon, gebaseerd op de energie van compost en bodemverbeteraar. Het daarmee behandelde tarwegras bleek vervolgens 10 procent sneller te groeien en leverde bovendien 60 procent meer sap dan de onbehandelde controlegroep. Het sap van het behandelde tarwegras smaakte tevens zoeter, hoewel het minder suiker bleek te bevatten. Kronn legt uit: ‘Chemisch is er geen verschil tussen de patronen, maar de cellen in de behandelde monsters ontwikkelen zich anders dan die in de niet behandelde.’

‘Een pil heeft slechts invloed op 4 procent; de echte genezing vindt plaats in de 96 procent.’
— LAURA GRAYE

Voor een ander experiment ontwikkelde Kronn een stressreducerend patroon dat door professor Simons Svirkis aan de Universiteit van Riga in Letland werd getest op muizen. De helft van de muizen kreeg de stressreducerende oplossing toegediend, de controlegroep niet. Beide groepen werden vervolgens onderworpen aan een standaardtest: vijf minuten zwemmen in een bak met hoge wanden. Daarna ondergingen de muizen een zogeheten open-veldtest waarbij hun beweeglijkheid werd gemeten. De muizen die het stressreducerende patroon hadden toegediend gekregen, scoorden opvallend hoger dan de controlegroep – het verschil in beweeglijkheid bedroeg zelfs meer dan 500 procent. Volgens Kronn toont dit aan dat het stressreducerende middel ‘de adaptieve respons op stress normaliseert en de invloed van angst vermindert’.

Hetzelfde stressreducerende middel werd ook getest op mensen. Dat gebeurde bij het BioEnergiMed Metabolic Institute in Schiylkill Haven, Pennsylvanië, door Jeffrey Marrongelle. Hij onderzocht de variabiliteit van de hartslag en ontdekte dat het middel – in de woorden van Kronn – ‘het sympathische zenuwstelsel kalmeert en het sympathische en het parasympathische zenuwstelsel met elkaar in evenwicht brengt’.

Kronns oplossing voor de negatieve effecten van gsm-straling vormt een ander interessant voorbeeld. De explosieve groei van het gebruik van mobiele telefoons en wifi heeft ervoor gezorgd dat wij steeds meer worden blootgesteld aan elektromagnetische velden. Onderzoek daarnaar bevindt zich nog in het beginstadium. Tot dusver zijn de meeste experimenten gericht op de specific absorbtion rate (SAR), die aangeeft hoeveel warmte er vrijkomt onder invloed van de mobiele telefoon. Daarbij wordt echter voorbijgegaan aan het feit dat het brein een verfijnde biologische computer is met een delicaat neuraal netwerk dat kan worden aangetast door gsm-straling. Elektromagnetische velden (EMF’s) kunnen de elektrische activiteit van onze hersenen verstoren.

De enige manier om je volledig te beschermen tegen elektromagnetische energie is door jezelf op te sluiten in een metalen doos die geaard is in de bodem. Maar dat is een weinig praktische oplossing. Dus vroeg Kronn zich af of het mogelijk is het brein zo te stimuleren dat het met behulp van subtiele energie weerstand biedt aan de effecten van elektromagnetische straling. Na langdurig onderzoek en tests ontwikkelde het team van Kronn uiteindelijk een patroon dat werd ingebracht in een stukje plastic dat aan een mobiele telefoon kan worden bevestigd.

Kronn vroeg vervolgens aan Jeffrey Fannin, oprichter van het Center for Cognitive Enhancement in Glendale, Arizona, om de impact van een normale mobiele telefoon op de hersenactiviteit te meten en die te vergelijken met die van een exemplaar waarop een stuk plastic met het subtiele energiepatroon was bevestigd. Uit het onderzoek van Fannin bleek dat een drie minuten durend gesprek met een normale telefoon op twee tot vijf centimeter afstand van het hoofd meer dan driemaal zoveel impact heeft op de hersenen dan de standaardafwijking. Toen Fannin een toestel testte waarop het plastic met het subtiele energiepatroon was bevestigd, bleef de hersenactiviteit gedurende het drie minuten durende gesprek onveranderd.

Kronn benadrukt dat dit slechts een kleinschalig experiment was en dat er nog veel onderzoek moet worden gedaan. ‘Ik ben er sterk van overtuigd dat deze eerste uitkomsten over de toepassing van subtiele energie bij het bestrijden van de schadelijke effecten van energetische vervuiling op elektrische hersenactiviteit, hoopgevend zijn wat betreft de mogelijkheid technieken te ontwikkelen die ons in de toekomst zullen beschermen.’

Het is mogelijk om voor specifieke aandoeningen ook specifieke genezingspatronen te creëren. Kronn herinnert zich hoe een van de deelnemende genezers een keer last had van pijnlijk gezwollen en ontstoken tandvlees. Hij ging aan het werk om een middel te maken. Na enkele uren experimenteren zei de genezer: ‘Dit is precies goed. Laat me even bij deze energie zitten.’ Tien minuten later was haar tandvlees geheeld.

‘Sommige patronen hebben een behoorlijk breed spectrum en zijn bij veel mensen werkzaam. We richten onze aandacht vooral op dat soort patronen’, aldus Kronn. ‘Maar in de energetische geneeskunde is het niet zo dat elk middel voor iedereen even effectief is. Andere patronen zijn soms heel specifiek en blijken maar bij één persoon werkzaam.’

Een ander probleem van het subtiele energieveld is het feit dat de mens deel uitmaakt van het proces. ‘Als je een waterval opneemt terwijl je nadenkt over de ruzie die je had met je vrouw’, vertelt hij, ‘neem je misschien die ruzie op, net zoals de werking van het genezend patroon in het lab van Jones werd ondermijnd door de energie van dode dieren. Je eigen energie verstoort dan de energiepatronen die je wilt vastleggen. Als je bij een proef denkt dat het niet zal lukken hem te herhalen, zal het zeker niet lukken. Als een van mijn medewerkers een slechte dag heeft en niet “in tune” is, kunnen we energiepatronen niet nauwkeurig testen.

We hebben nog een hoop te leren voordat deze technologie geperfectioneerd is… Het is zóóó niet eenvoudig.’

Deze hoge mate van individualiteit verklaart ook waarom Kronn er van overtuigd is dat er geen wet of vergelijking bestaat die het veld van subtiele energie volledig beschrijft. ‘Hoe kan je een algemeen geldige vergelijking vinden voor verschijnselen die interacteren met het individuele bewustzijn? We weten waar al die beroemde vergelijkingen uit de natuurkunde vandaan komen: uit experimenten die worden uitgevoerd in een vacuüm waarbij de invloed van alle andere energieën is uitgesloten. God laat zich niet in een vacuüm persen.’

TOCH ZIJN ER ONEINDIG VEEL mogelijkheden in een wereld die op zoveel niveaus schreeuwt om genezing. Letterlijk oneindig veel. Apparaten die werken op basis van vrije energie, zoals die met regelmaat op de markt verschijnen, zijn volgens Kronn in staat om het veld van subtiele energie te betreden. Kronn gelooft ook dat de raadselachtige wonderen van de oudheid – de piramiden, Stonehenge – alleen kunnen worden verklaard uit het feit dat men destijds wist hoe het subtiele energieveld kon worden toegepast. Daardoor waren ze in staat om in harmonie samen te werken met de fundamentele natuurkrachten, een vermogen dat de moderne mens verloren heeft.

‘Het is noodzakelijk om deze energie te begrijpen en toe te passen’, zegt Kronn. ‘Het is de levenskracht. We zijn bezig op een ongekende schaal elektromagnetische, chemische en andere vervuiling te creëren die zeer schadelijk is voor deze kracht, voor de onderliggende structuur van het leven zelf. Willen we overleven, dan zullen we moeten gaan beseffen dat deze kracht bestaat.’

Maar de wereld van de subtiele energie is complex. ‘Je kunt ook negatieve intenties vastleggen en reproduceren die schadelijk zijn voor anderen. De enige ingebouwde beveiliging is dat ook de maker van die schadelijke energieën er zelf door getroffen zal worden’, aldus Kronn. Maar dat biedt in deze tijd van zelfmoordterroristen weinig soelaas. Niettemin is Kronn optimistisch. Hij beschouwt de ontdekking van de werking van subtiele energie als iets dat gepaard gaat met toenemend bewustzijn. Volgens hem is een hoger niveau van bewustzijn noodzakelijk om subtiele energie te kunnen begrijpen. En dat hogere niveau van bewustzijn zal ook als bescherming fungeren, aangezien het van invloed is op alles wat leeft.

De gezondheidsindustrie, die overal ter wereld gebukt gaat onder slinkende overheidsbudgetten, komt als eerste in beeld als het gaat om de acceptatie van een energetische geneeskunde die gebaseerd is op inzicht in subtiele energieën. Kronn betoogt: ‘Hoe kan je een echt goede gezondheidszorg opzetten als je niet weet dat er een energie bestaat die minstens even bepalend is voor onze gezondheid als de chemische middelen die we slikken? Een pil heeft slechts invloed op 4 procent; de echte genezing vindt plaats in de 96 procent.’

Of, om met Kronns medewerkster Laura Graye te spreken: ‘Bij elke beslissing die we nemen over ziekte en gezondheid missen we 96 procent van de informatie’.

Tegenover Kronns kantoor in Medford staat een groot revalidatiecentrum voor Amerikaanse oorlogsveteranen. Mensen komen er om behandeld te worden voor stress en trauma – aandoeningen die notoir lastig te genezen zijn. Kronn is er klaar voor om de straat over te steken en aan te kloppen om de resultaten van zijn meest recente experimenten met gestreste muizen te delen. Hij weet zeker dat veel van de veteranen baat zouden hebben bij zijn ontdekkingen, die bovendien even goedkoop als effectief zijn. Maar hoe nabij ook, aan de overkant van de straat bevindt zich een andere wereld, een die nog niet klaar is om nieuwe vormen van hulp aan mensen te verwelkomen, ook al is daar geen enkel risico aan verbonden.

Kronn haalt af en toe zijn schouders op als hij praat over de kansen die de wetenschap laat liggen door zaken niet te onderzoeken. Hij heeft geen zin om te wachten tot de wetenschap in staat is te bewijzen hoe subtiele energie werkt. ‘We kunnen niet verklaren wat er in het veld van subtiele energie gebeurt, maar voor de feiten die we tijdens experimenten vaststellen, kunnen we wel degelijk wetenschappelijk bewijs leveren’, zegt hij.

‘We kunnen energetische formules vastleggen en reproduceren die daarna voor eeuwig toepasbaar zijn’, vervolgt hij. ‘We kunnen de beste genezers opnemen, zodat hun energie beschikbaar is voor miljoenen mensen, nu en in de toekomst. De oude Chinezen waren niet in staat hun chigongmeesters op te nemen om hun kracht wereldwijd te verspreiden. Nu worden we daarbij geholpen door moderne technologie. En de reguliere wetenschap ontkent dat. De wetenschap is zo arrogant. De sjamanen uit de oudheid wisten zoveel meer.’

Geef een reactie