De zoete inval

Hoe stevia, een kruid dat al eeuwen door de inheemse bevolking van Zuid-Amerika wordt gebruikt, het Westen van zijn verslaving aan suiker af kan helpen.

Andrew Stelzer | 135 maart 2011

De steviaplant, de bron van een gezonde zoetstof die vele malen zoeter is dan suiker, groeit met name in het grensgebied tussen Brazilië, Argentinië en Paraguay: drie landen die samenkomen bij het drielandenpunt nabij de watervallen van Iguaçu.

Photo: David Davis

Jim May weet nog wanneer de Westerse obsessie met suiker begon.
De Tweede Wereldoorlog was net
afgelopen en daarmee was een eind
gekomen aan jaren van voedsel op de bon,
zoals koffie, vlees, kaas en suiker. ‘Toen
begon de suikermanie’, vertelt May (74).
‘Nu zijn we allemaal zoetekauwen.’

May heeft in zijn vroegere werk geholpen
de behandelmogelijkheden voor
nierziekten uit te breiden, onder meer als
directeur van de nierstichting in Arizona,
een zuidelijke staat in Amerika. Aangezien
nieraandoeningen vaak een complicatie
van suikerziekte zijn, kent hij uit ervaring
de gevolgen van te veel suiker op de gezondheid.
‘In bescheiden hoeveelheden
is er niets mis mee’, zegt hij. ‘Maar alle
voedingsmiddelenproducenten willen alles
wat ze maken een zoete smaak geven.
Daardoor zit er te veel suiker in alles wat
we binnenkrijgen.’

Maar daar komt verandering in. Sinds hij
in 1982 een reis naar Paraguay maakte om
als vrijwilliger de lokale bevolking te helpen,
is May een van de voornaamste pleitbezorgers
van het kruid Stevia rebaudiana,
de bron van een koolhydraatloze zoetstof
zonder calorieën die bijna driehonderd keer
zoeter is dan suiker. Dit kwetsbare plantje
wordt in Paraguay en omringende landen
al eeuwen gebruikt in voedsel en medicijnen.
In Paraguay hoorde May van dit oude
kruid van het Guaraní-volk, dat het ook
gebruikt als genees- en verjongingsmiddel
voor de huid. May nam stevia mee terug
naar Amerika en gebruikt het sindsdien om
ons van onze ongezonde afhankelijkheid
van suiker af te helpen. ‘Stevia is de beste
oplossing voor de gezondheidsproblemen
in de wereld’, stelt May.

De medische gevolgen van ons suikergebruik
zijn nu wel bekend. Een voedingspatroon
met een hoog suikergehalte kan
leiden tot onder meer gewichtstoename en
een verhoogde kans op hartaandoeningen,
suikerziekte en problemen met lever, nieren
en gebit. Vrijwel al deze kwalen komen
steeds vaker voor in het Westen. Meer dan
de helft van de Europeanen zou te dik zijn,
beweert de Organisatie voor economische
samenwerking en ontwikkeling (OECD).
Een onderzoek uit 2010 van de OECD
toont aan dat een op de zeven kinderen in
de Europese Unie lijdt aan overgewicht. In
datzelfde jaar werd in de gezondheidszorg
volgens de Internationale Diabetesstichting
in alle EU-landen meer dan 715 miljoen
euro besteed aan de behandeling van meer
dan 55 miljoen diabetici.

In Amerika is het nog erger gesteld. De
gemiddelde Amerikaan verbruikt meer dan
20 kilo suiker per jaar, en 68 procent van de
volwassen Amerikanen heeft volgens een
studie uit 2010, gepubliceerd in de Journal
of the American Medical Association, last
van overgewicht oftewel obesitas. Zo’n
26 miljoen Amerikanen hebben diabetes
volgens de Centers for Disease Control, en
nog eens 76 miljoen hebben pre-diabetes,
een aandoening die de kans op hartkwalen,
type 2 diabetes of een beroerte vergroot.
First Lady Michelle Obama richt zich met
haar campagne Let’s Move op kinderen met
obesitas: ze heeft de makers van schoollunches
laten beloven minder suiker in de
maaltijden te verwerken. Supermarktketen
Wal-Mart heeft aangekondigd het suikergehalte
in voorverpakte etenswaren met 10
procent te verlagen.

Langzamerhand groeit het besef dat suiker
ongezonde neveneffecten heeft. Maar
alternatieve, natuurlijke zoetstoffen als stevia
zijn nog lang niet geaccepteerd. Suiker
is immers ook een natuurlijke substantie en
past in een uitgebalanceerd dieet. ‘Suiker
is op zich niet slecht’, meent de voedingsantropologe
Janet Chrzan, verbonden aan
de opleiding voor verpleegkundigen van
de universiteit van Pennsylvania. ‘Een volwassene
heeft per dag ongeveer 400 gram
glucose nodig als brandstof voor de hersenen.
Suiker is op zich het probleem niet.
Het gaat erom wat je eet en hoe veel.’

Daarom begonnen de Japanners in de
jaren zestig stevia toe te passen. Het blad
werd zo populair als alternatief voor suiker,
dat Japan zelf niet meer aan de vraag kon
voldoen en de plant uit China begon te importeren.
Stevia beheerst inmiddels de helft
van de Japanse markt voor zoetstoffen en
volgens de Wereldgezondheidsorganisatie
is de suikerconsumptie in Japan gestaag
afgenomen sinds 1973, twee jaar na de introductie
van stevia. Hoewel allerlei andere
factoren, zoals voeding en leefstijl, ook een
rol spelen, is het aantal obesitaspatiënten in
Japan slechts 3 procent en slechts 7 procent
van de Japanners heeft diabetes, volgens
een onderzoek uit 2007 van het Japanse
ministerie van gezondheid.

Ondertussen heeft de Amerikaanse
Food and Drug Administration herhaaldelijk
geweigerd stevia als voedingssupplement
goed te keuren. In 1991 werd
stevia zelfs verboden door de FDA wegens
‘onvoldoende’ informatie ‘als bewijs voor
de veiligheid ervan’. Door een wijziging
in de wet is stevia al jaren op de Amerikaanse
markt beschikbaar, maar het mag
nog steeds niet worden verkocht als voedingssupplement,
en de FDA weigerde
bovendien toestemming te geven om op
het etiket of in advertenties te wijzen op de
zoet makende eigenschappen van de plant.

Sindsdien zijn de veiligheid en het nut
van stevia wetenschappelijk bevestigd. In
een onderzoek uit 2006 van de Wereldgezondheidsorganisatie
is stevia veilig gebleken,
zoals bleek uit een verklaring van de
Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid
(EFSA) uit datzelfde jaar. Een onderzoek
uit 1987 van Braziliaanse onderzoekers
wees uit dat stevia zelfs goed kan zijn voor
het gebit, aangezien stevioside – een van
de stoffen in het blad – het ontstaan van
tandplaque kan voorkomen. En het lijkt
erop dat het blad een vochtinbrengende
werking heeft op de huid. In een onderzoek
uit 2009 in een uitgave van het Journal
of Dermatology
werd bevestigd dat
stevia-extract veilig kan worden toegepast
als vocht-inbrengende crème. Het zit al in
veel lippenbalsems en crèmes.

Meer dan een kwart eeuw nadat May de plant had meegebracht
naar Amerika, is stevia
goedgekeurd als zoetstof. De volgende
stap is Europa. De EU heeft het gebruik
van stevia afgewezen, op grond van onderzoeken
waaruit bleek dat de plant mogelijk
de vruchtbaarheid bij ratten vermindert
of kankerverwekkende eigenschappen
heeft. Maar gezien recente onderzoeken
die de veiligheid aantonen, verwacht Jan
Geuns, voorzitter van de Europese Stevia
Associatie,
dat het blad dit jaar als voedingssupplement
wordt goedgekeurd.
Intussen wenden Nederlandse liefhebbers
van stevia zich tot het internet, waar
hun favoriete zoetstof wordt verkocht in
webshops. Ook is de plant in het voorjaar
of de vroege zomer te koop in tuincentra.
(Vraag naar honingkruid.) Sommigen laten
de blaadjes drogen om het poeder te gebruiken
als zoetmiddel, of verhitten ze in
water, zodat een extract ontstaat.

May verwacht niet dat de sui kerindustrie
met haar omzet van bijna 20 miljard
euro door stevia overbodig zal worden
gemaakt. Dat hoeft ook niet. Door stevia
met suiker te mengen krijg je een gezond
alternatief waar iedereen tevreden mee is.
‘De wens van de consument, die suiker
wil proeven, wordt ingewilligd, terwijl het
aantal calorieën drastisch wordt beperkt’,
zegt May. Daar kan toch niemand bezwaar
tegen hebben? In ieder geval niet het
marktonderzoeksbureau Mintel, dat in een
rapport uit 2010, Sugar and Sweeteners,
voorspelde dat ‘combinatieproducten met
zowel suiker als natuurlijke suikervervangers
de consument zullen aanspreken die
het beste van twee werelden wil’.
Andrew Briscoe, voorzitter van de
Amerikaanse Sugar Association, staat
open voor het idee suiker met andere zoetstoffen
te vermengen. Maar in zijn ogen
moet stevia nog wel een paar problemen
overwinnen. Allereerst de smaak. De plant
is veel zoeter dan suiker en kan naar drop
smaken en een bittere nasmaak hebben,
vooral bij extracten van lage kwaliteit. Zijn
mening wordt bevestigd door een rapport
uit 2009 van het bureau voor bedrijfsonderzoek
en groeistrategieën KnowGenix,
dat het volgende vaststelde: van de meer
dan driehonderd vertegenwoordigers van
de stevia-industrie maakt bijna 80 procent
zich grote zorgen over de smaak ervan.
Onafhankelijke smaaktests geven echter
aan dat een mengsel van stevia en suiker
mogelijk de ideale combinatie vormt. In
één onderzoek noemden de consumenten
de nasmaak van drankjes met een steviasucrosemengsel
lekkerder dan van die met
alleen suiker.

Toen Chrzan, van de verpleegkundigenopleiding
van de universiteit van Pennsylvania,
zag dat stevia verkrijgbaar was in
haar buurtsuper begon ze het aan patiënten
aan te bevelen. ‘Als er iemand met diabetes
komt die zegt: “Ik moet ’s morgens
echt een kop koffie hebben en ik kan geen
koffie zonder suiker drinken”, dan zeg ik:
“Mooi, stevia is overal te koop”’, vertelt
ze. ‘Stevia veroorzaakt geen insulinereactie
waar sommige andere zoetstoffen, zoals
suiker, dat wel doen’
Stevia zal wellicht consumenten aanspreken
die bewust met hun gezondheid
omgaan en niets moeten hebben van
kunstmatige zoetstoffen. Splenda, een
moleculair gewijzigd suikerproduct, is in
Frankrijk en Amerika in processen verwikkeld
omdat het uit suiker zou zijn gemaakt.
Van sacharine wordt gevreesd dat
het blaaskanker kan veroorzaken. Equal,
NutraSweet en Canderel bevatten aspartaam,
een suikervervanger die veilig is verklaard
door de FDA, de Verenigde Naties
en de Wereldgezondheidorganisatie. Toch
hebben Britse supermarktketens als Asda,
Sainsbury’s en M&S in 2007 uit voorzorg
besloten aspartaam uit producten van eigen
merk te halen, vanwege de geruchten
over gezondheidsklachten, van hoofdpijn
tot geheugenverlies. Daarop heeft het Japanse
bedrijf Ajinomoto, de grootste aspartaamproducent,
vorig jaar zijn product de
nieuwe merknaam Aminosweet gegeven.
Volgens Mintel lopen de verkoopcijfers
van kunstmatige zoetstoffen als Splenda,
Sweet’N Low en Equal terug.
Ondertussen neemt de verkoop van
Stevia juist toe. De Amerikaanse
verkoopcijfers van Stevia
Extract in the Raw, een tafelzoetje
en suikervervanger
voor in de keuken, geproduceerd
door Cumberland Packing
Corporation, zijn tussen
2009 en 2010 meer dan verdubbeld.
De verkoop van
Truvia, een zoetstof op basis
van stevia van het agroindustriële
concern Cargill,
steeg met 87 procent. Vooruitlopend
op de verwachte
goedkeuring van stevia in
Europa is Cargill een samenwerking
aangegaan met
de Britse suikerproducent
Silver Spoon om Truvia op
de markt te brengen, terwijl
Coca-Cola in Frankrijk al
Fanta Still met stevia heeft
geïntroduceerd. De EFSA
verwacht dat niet-alcoholische
drankjes, tafelzoetjes,
bier en cider als eerste stevia
zullen bevatten.
Wordt stevia straks vergeten
als de consument
overstapt op de volgende
natuurvoedingsrage? Het
kan zijn, maar volgens
Cara Welch, directeur wetenschappelijke
zaken en
regelgeving van de Natural
Products Association – een
organisatie in Washington
D.C. die ijvert voor de bereikbaarheid
van gezonde
producten voor particulieren
en winkeliers – heeft stevia
een unieke positie als
natuurlijke zoetstof. ‘We
hebben massa’s echt fantastische voedingsstoffen
of dieetsupplementen of de
nieuwste en beste zus-of-zo gehad en na
een paar jaar waren ze verdwenen,’ legt
Welch uit, ‘maar achter stevia zitten jaren
van gebruik en onderzoek.’
Al sinds 1982 maakt May met zijn bedrijf,
Wisdom Natural Brands, SweetLeaf
kruidenthee, op smaak gebracht met stevia.
Wisdom verkoopt nu ook al veertien
smaken vloeibare zoetjes, in kleine pakjes
en in de vorm van oplosbare tabletten. Het
productieproces van SweetLeaf wordt ook
duurzamer door de toepassing van bladresten
in veevoer, hergebruik van water en het
gebruik van afbreekbare inkt en gerecycled
papier voor de verpakking. Hij ziet in de
vraag naar natuurlijke zoetstoffen niet alleen
een voordeel voor zijn eigen bedrijf.
Maar May ziet bovendien een uitgelezen
kans voor de steviaboeren
in Zuid-Amerika.

China is op dit moment
de grootste steviaproducent
ter wereld, maar oorspronkelijk
komt de plant
uit Paraguay. De prijs van
stevia is door de snel groeiende
vraag en het beperkte
aanbod gestegen en ligt nu
boven die van suiker. Maar
als de Zuid-Amerikaanse
boeren de productie kunnen
opvoeren, hebben boerengemeenschappen
in de
hele regio daar baat bij. Het
Zweedse bedrijf Real Stevia
geeft al gratis opleidingen
en leermiddelen aan bijna
zeshonderd kleinschalige
familieboerderijen in Paraguay.
Die boerderijen leveren
bladeren aan Real Stevia
en in ruil daarvoor helpt het
bedrijf de plaatselijke bevolking
met het opzetten van
coöperaties om hun gewas
op de markt te brengen.
May heeft boeren weten
over te halen stevia te gaan
verbouwen in plaats van
marihuana of cocaïne. Hij
vertelt dat hij onlangs op een
reis door Colombia ontdekte
dat het enorme landgoed
van een ex-drugsbaron werd
aangewend voor de productie
van stevia. De plaatselijke
bevolking heeft zo een
veel stabielere en ook lucratievere
bron van inkomen en
voelt zich dus veiliger. Met
de verbouw van stevia menen
de boeren ‘het land te kunnen genezen
van de effecten van de drugsbazen en hun
afschuwelijke praktijken’, benadrukt May.
‘Stevia kan het land beter maken; het kan
de bevolking van dat land beter maken.
Stevia kan de wereld beter maken.’

Meer lezen?

Vijf antwoorden op vijf vragen

Wat werkt bij kanker

Waarom bijen niet kunnen vliegen en het toch doen

Volg Ode ook op Twitter of Facebook , via de digitale nieuwsbrief, of neem een proefabonnement op Ode voor slechts €3,33 per maand

 

Geef een reactie